De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/4.4.2:4.4.2 De ontbinding zonder vereffening
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/4.4.2
4.4.2 De ontbinding zonder vereffening
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS392217:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1984/85, 17 725, nr. 7 (MvA), p. 20.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer de BV ten tijde van de ontbinding niet over baten en schulden beschikt, zal een ontbinding zonder vereffening – de turboliquidatie – plaatsvinden. Dit vloeit voort uit artikel 2:19 lid 4 BW. Dat er in geval van een turboliquidatie geen vereffeningsprocedure plaatsvindt, is ook voor de hand liggend, nu er ten tijde van de ontbinding geen baten (en schulden zoals ik in paragraaf 5.3 zal bepleiten) meer mogen bestaan. De vereffeningsprocedure is er immers juist op gericht om eventuele schuldeisers van de BV te voldoen uit de resterende baten en na deze voldoening hetgeen over is gebleven van het vermogen van de ontbonden BV over te dragen aan hen die krachtens de statuten daartoe zijn gerechtigd, of anders aan de aandeelhouders, aldus artikel 2:23b lid 1 BW. Dit ziet men ook terug in de parlementaire geschiedenis:
‘Vereffening van het vermogen van de rechtspersoon houdt in dat de rechtspersoon uit de baten zijn schulden (zoveel mogelijk) moet betalen, en het restant van die baten, daartoe eventueel te gelde gemaakt, aan de rechthebbende op het saldo moet uitkeren.’1