Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/2.2.6
2.2.6 CORSIA
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS604557:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
http://www.icao.int/Newsroom/Pages/Historic-agreement-reached-to-mitigate-international-aviation-emissions.aspx, http://www.icao.int/Newsroom/Pages/ICAO-Assembly-achieves-historic-consensus-on-sustainable-future-for-global-civil-aviation.aspx, en http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-16-3332_en.htm, tekst van resolutie: http://www.icao.int/Meetings/a39/Documents/WP/wp_530_en.pdf (geraadpleegd op 14 februari 2017)
http://www.icao.int/environmental-protection/Pages/A39_CORSIA_FAQ2.aspx (geraadpleegd op 14 februari 2017).
De ‘offset’-vereisten voor iedere exploitant worden via een dynamische formule (een formule die wijzigt afhankelijk van de periode waarop deze betrekking heeft) bepaald (artikel 11 CORSIA, zie tevens de uitleg hierover op: http://www.icao.int/environmental-protection/Pages/A39_CORSIA_FAQ2.aspx (geraadpleegd op 14 februari 2017)).
Artikel 10 jo artikel 9 CORSIA.
In ieder geval geldt voor de perioden 2021-2023, 2024-2026 en 2027-2029 dat de ‘offset requirement’ voor een vliegtuigexploitant voor 100% wordt berekend via een sectorale factor (artikel 11 CORSIA). Wanneer de luchtvaart binnen een sector dus emissies moet dekken met ETS-emissierechten, dan zorgt dit voor een drukkend effect op de EU-emissies die elders in de wereld dan dus extra kunnen worden uitgestoten. Voor de perioden daarna geldt dat de berekening in ieder geval deels zal zijn gebaseerd op een individuele berekening. Hierdoor zal het hiervoor genoemde ‘waterbedeffect’ niet meer ten volle optreden (bij een 100% individuele berekening zal het waterbedeffect zelfs (vrijwel) volledig afwezig zijn). In dat geval zouden ETS-maatregelen dus wel een drukkend effect op mondiale CO2-uitstoot hebben. Het een en ander hangt overigens ook af van de verdere ontwikkelingen onder de auspiciën van de resolutie. Zo moet nog worden uitgewerkt welke rechten bruikbaar zijn in het kader van CORSIA (in ieder geval lijken dit de rechten onder het UNFCCC en het Akkoord van Parijs te zullen zijn, zie artikel 21 CORSIA). Niet uitgesloten is dat ook emissierechten worden uitgegeven voor vliegtuigexploitanten die minder hebben uitgestoten dan waar zij recht op hebben in een gegeven periode (waarbij de groeifactor dus negatief is). In dat geval zal ook bij een individuele berekening het waterbedeffect kunnen optreden, en levert een ongewijzigd ETS dus wellicht geen extra reductiebijdrage.
Verordening (EU) 421/2014. De Commissie heeft aanpassingen van het ETS met betrekking tot de luchtvaart in dat kader ook op de lange baan geschoven (COM (2015) 337 final, p. 4. Zie ook: http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-16-3332_en.htm (geraadpleegd op 14 februari 2017)).
Bijvoorbeeld op grondslag van de overwegingen in de considerans van de resolutie, waarin onder meer wordt overwogen: ‘Recognizing that MBMs should not be duplicative and international aviation CO2 emissions should be accounted for only once’ en ‘Emphasizing that the decision by the 38th Session of the Assembly to develop a globalMBM scheme for international aviation reflects the strong support of Member States for a global solution for the international aviation industry, as opposed to a possible patchwork of State and regional MBM.’
HvJ EU 21 december 2011, C-366/10 (Air Transport Association of America e.a.), r.o. 46-48 en 57-72.
Of de resolutie als zodanig bindend is, is betwijfelbaar. Zo lijkt Oberthür te suggeren dat resoluties slechts richtlijnen voor beleid zijn (Oberthür 2003, p. 194). Liu twijfelt aan de bevoegdheden van en mogelijkheden voor de ICAO om juridisch bindende regelgeving vast te stellen (Liu 2011, p. 417-431). Diederik-Verschoor zegt over de juridische status van resoluties van de Assembly: ‘The legal effect [...] must be determined in accordance with international law principles on the legal force of resolutions adopted by supreme bodies of other organisations, including the UN’ (Diederik-Verschoor 2012, p. 33). In dat kader kan er dan op worden gewezen dat volgens Schermers en Blokker door juristen over het algemeen een resolutie slechts als bindend wordt beschouwd indien dit expliciet door partijen is geaccepteerd, of indien dit volgt uit de constitutie van de betreffende organisatie (Schermers &; Blokker 2011, par. 1219). Met betrekking tot de onderhavige resolutie blijkt niet uitdrukkelijk uit de tekst dat partijen het als een juridisch bindend instrument hebben beschouwd. Het is echter verdedigbaar te stellen dat de ‘declarations of support’ van verschillende lidstaten er wel op wijzen dat deze lidstaten zich gebonden achten aan de resolutie: http://www. icao.int/environmental-protection/Pages/market-based-measures.aspx (geraadpleegd op 14 februari 2017). Uit de constitutie van de ICAO, zijnde het Chicago-verdrag, valt niet op te maken dat resoluties die worden aangenomen door de Assembly als juridisch bindend moeten worden gekwalificeerd.
Op 6 oktober 2016 is door de lidstaten van de International Civil Aviation Organization (ICAO, gebaseerd op de Chicago-conventie) samengekomen in de ‘Assembly’, een resolutie aangenomen tot het instellen van een internationale CO2-markt voor de luchtvaart. De zogenaamde Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (CORSIA).1 Een uitleg van de werking van het voorgenomen marktsysteem is op de website van de organisatie te raadplegen.2 CORSIA ziet op perioden vanaf 2021. Er wordt eerst gestart met een ‘pilot-fase’, waar ook lidstaten van de EU aan deelnemen. Afgesproken is dat emissies van de luchtvaart die boven de emissies van 2019-2020 gaan, zullen moeten worden gedekt met offsets (reducties elders, dit zouden rechten uit het Europees systeem kunnen zijn).3
Onder CORSIA vallen de vluchten tussen twee onder de reikwijdte van het systeem vallende landen.4 Dit betekent dus ook dat vliegtuigexploitanten die vliegen van en naar lidstaten van de EU die onder dit systeem vallen, naar respectievelijk vanaf een andere staat die onder CORSIA valt, onder dit systeem hun overtollige emissies zullen moeten dekken met offsets. Tevens betekent dit dat deze vluchten dan onder twee systemen komen te vallen, als het ETS niet wordt aangepast.
Als het Europees systeem met betrekking tot de luchtvaart niet wordt gewijzigd, zal dit nadelige gevolgen kunnen hebben voor onder meer vluchten van en naar de EU en vluchten tussen lidstaten binnen de EU. Op internationaal niveau geldt immers het CORSIA-plafond, reducties die in de EU worden bereikt geven dan dus ruimte om elders in de wereld extra uit te stoten (waterbedeffect).5 De Europese vluchten worden daarmee duurder, terwijl dit niet hoeft bij te dragen aan de wereldwijde mitigatie van de CO2-uitstoot. Hoewel CORSIA dus een zeer positieve ontwikkeling is, zal de EU haar eigen wetgeving hier wellicht op moeten aanpassen. De EU-wetgever heeft hierop geanticipeerd, door reeds in wetgeving te bepalen dat de Commissie een rapport moet opstellen met onder meer de wijze waarop deze nieuwe resolutie kan worden afgestemd op de Europese emissiehandel.6 Indien de EU het ETS ten aanzien van de luchtvaart niet aanpast aan CORSIA, is het de vraag of het ETS in zoverre kan worden aangevochten bij het Hof van Justitie.7 Een dergelijke procedure lijkt weinig kans van slagen te hebben. Immers, het Hof heeft reeds aangenomen dat de EU niet gebonden is aan de Chicago conventie (het verdrag waarop de ICAO is gebaseerd), nu het geen partij is bij dit verdrag. Derhalve kunnen EU-handelingen ook niet worden getoetst aan dat verdrag.8 Aangenomen kan worden dat in zoverre de EU dus ook niet gebonden is aan de resoluties die worden aangenomen onder de auspiciën van de ICAO. EU-handelingen kunnen hier dus evenmin aan worden getoetst. Wat betreft de toepassing van artikel 351 VwEU delen de resoluties mijns inziens hetzelfde lot als amendementen op de Chicago-conventie: deze zouden, net als nieuwe amendementen, niet aan de volle werking van het EU-recht in de weg mogen staan. Overigens kan worden betwijfeld of de resolutie vanuit internationaal perspectief überhaupt bindend is voor de lidstaten.9