De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.3.7:5.3.7 Aansprakelijkheid in het kader van de beoordeling van het examen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.3.7
5.3.7 Aansprakelijkheid in het kader van de beoordeling van het examen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949622:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Groningen 4 januari 1972, NJ 1972/101.
CBHO 19 december 2018, 2018/023 en CBHO 16 november 2015, 2015/097.
Rechtbank Leeuwarden 24 januari 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ7651, JA 2007/68, m.nt H. Peters. Zie over deze zaak ook Paijmans 2013, p. 404-405.
Rechtbank ’s-Hertogenbosch 27 juni 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9260, JA 2012/141, m.nt Crombeen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn verschillende zaken bekend waarbij een leerling het bevoegd gezag aansprakelijk heeft gesteld vanwege de beoordeling van een examen. Reeds in 1972 oordeelde de rechtbank Groningen dat sprake was van een onrechtmatige daad door een student uit te sluiten van een tentamen. Dit had een jaar studievertraging en dus schade voor de student tot gevolg.1 In veel gevallen wordt een dergelijk verzoek afgewezen. Er moet sprake zijn van een causaal verband tussen de onrechtmatige beoordeling en de opgelopen studievertraging. Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake als de student nog andere vakken moet afronden, naast het vak waar bij de beoordeling een onrechtmatigheid is vastgesteld.2 De studievertraging is dan niet enkel te wijten aan de school. In twee recentere zaken werd wel geoordeeld dat de betreffende hogeschool schadeplichtig was in verband met de afname van een examen. Het betrof stages van studenten in het hoger onderwijs. De beoordeling van een stage is een vorm van tentamineren.
In de eerste zaak uit 2007 trok het stagebedrijf zich aan het eind van de stageperiode terug omdat het zich beledigd voelde door het verslag van de student.3 Het bevoegd gezag beoordeelde de stage vervolgens met een onvoldoende. Dit had tot gevolg dat de student de stage van zeven maanden nogmaals moest doen, dit leidde dan ook tot studievertraging. De student stelde het bevoegd gezag en het stagebedrijf hiervoor aansprakelijk. De hogeschool stelt dat de student intensiever is begeleid dan andere studenten. De rechtbank kan dit niet vaststellen, ook kan niet vastgesteld worden dat de student is gewaarschuwd voor de negatieve beoordeling. Tevens lag het volgens de rechtbank op de weg van het bevoegd gezag om de student te horen alvorens een negatieve beoordeling te geven. De rechtbank stelt vast dat de beoordeling van de stage onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het bevoegd gezag is daarom gehouden onder meer het collegegeld en het gederfde inkomen van de student te vergoeden.
In 2012 stelde wederom een student het bevoegd gezag aansprakelijk na het niet met goed gevolg afronden van een stage.4 In casu stelt de student dat de betreffende hogeschool niets heeft gedaan om van zijn tweede stage een succes te maken, zijn eerste stage was reeds met een onvoldoende beoordeeld. De rechtbank stelt vast dat op de hogeschool een zorgplicht rust om kwalitatief goed onderwijs te geven, nergens is vastgelegd wat die zorgplicht precies inhoudt en hoe ver die strekt. De rechter hanteert daarom als toetsingsmaatstaf of de hogeschool heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende hogeschool verwacht mag worden. Hieronder verstaat de rechtbank onder meer dat de student wordt begeleid bij een stage en dat de hogeschool voldoende zicht houdt op het verloop hiervan. De hogeschool moet zo nodig adequaat in kunnen grijpen. De betreffende hogeschool heeft niet gesteld dat enige begeleiding is geboden aan de student, ook wist de hogeschool niet of er een goedgekeurd stageplan was. Pas toen het te laat was, heeft de hogeschool ingegrepen. De rechtbank oordeelt daarom dat de hogeschool onvoldoende heeft toegezien op dat de student goed voorbereid aan de stage begon, vervolgens heeft de hogeschool de student te lang laten ‘doormodderen’ zonder in te grijpen. De hogeschool heeft dan ook niet gehandeld zoals van een redelijk handelende hogeschool verwacht mag worden. Dat de student studievertraging heeft opgelopen is evenwel niet louter de hogeschool te verwijten. Ook de student heeft steeds veel te laat opdrachten ingeleverd die horen bij de stage en heeft niet tijdig bij zijn stagebegeleider aangegeven dat zijn stage dreigde te mislukken. De studievertraging is daardoor 70% toe te rekenen aan de student en 30% aan de hogeschool, de hogeschool moet de student uiteindelijk € 7.700,- schadevergoeding betalen.