De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.3.9:5.3.9 Rechten van de leerling ten opzichte van de leraar
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.3.9
5.3.9 Rechten van de leerling ten opzichte van de leraar
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949423:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hiervoor geschetst heeft de leerling een aantal rechten waarmee hij onder meer aanspraak kan maken op informatie, een ononderbroken ontwikkelingsproces en deelname aan het examen. Deze rechten werken in de eerste plaats tussen de leerling en het bevoegd gezag. Tussen hen bestaat, zoals geschetst in § 5.2.4 een rechtsverhouding die er op ziet dat aan de leerling onderwijs gegeven moet worden. Hoewel tussen de leraar en de leerling een dergelijke rechtsverhouding niet bestaat, werken de rechten van de leerling toch door in de relatie tussen hen. In de eerste plaats omdat de leraar als werknemer van het bevoegd gezag gehouden is de rechten van de leerling te respecteren. Maar in de tweede plaats ook omdat deze rechten invulling geven aan de professionele standaard van de leraar. Van een professioneel handelend leraar mag immers verwacht worden dat hij bij het geven van onderwijs rekenschap geeft van de rechten van de leerling. Het onderwijs wordt immers gegeven in het belang van de leerling en moet zo nodig aan zijn behoeften worden aangepast. Het is aan de leraar als vakdeskundige professional om het onderwijs als zodanig vorm te geven. Als de leraar verzaakt goed onderwijs te geven of rekening te houden met de rechten van de leerling dan kan het bevoegd gezag hem hierop aanspreken.