Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/3.3.4
3.3.4 Relatie met de inkomstenbelasting
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399888:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Frotscher, Körperschaftsteuer, Gewerbesteuer, 2e Auflage, 2008. Rz. 4.
Voor een overzicht van de varianten verwijs ik naar Desens in Hermann/Heuer/Raupach, Einf. KSt, Anm.17-22.
Afgeleid uit Frotscher, Körperschaftsteuer, Gewerbesteuer, 2e Auflage, 2008, Rz. 26.
15 februari 2000, BT-Drs. 14/2683, blz. 132 e.v. Zie ook J. Hey in Tipke/Lang19, Steuerrecht, §11, Rz. 17.
Dit leidde in Duitsland tot zeer veel kritiek en de afschaffing van het “Anrechnungsverfahren” werd in Duitsland als één van de grootste conceptuele fouten in het Duitse belastingrecht gezien. Tipke, die Steuerrechtsordung, 2e Auflage, Otto-Schmidt 2003, blz. 1177.
Alleen indien aandelen tot het privévermogen behoren, het belang minder dan 1% was (geen wesentliche Beteiligung) en de aandelen langer dan één jaar werden gehouden werd een vervreemdingwinst van de aandelen niet belast.
Zie ook J.A.M. van Helvoirt/E.M.S. Spierts/A.J.A. Stevens, De Duitse Unternehmensteuerreform 2008: een overzicht, WFR 2008/834, paragraaf 2.3.
Brief AFP/2016-0000154591 U, 20 september 2016; Voortgangsrapportage box 3, Internationaal onderzoek box 3, paragraaf 3.2. In dit onderzoek wordt een overzicht gegeven van de fiscale behandeling van inkomsten uit vermogen in verschillende landen, waaronder Duitsland. In paragraaf 4.2. wordt per vermogenstitel aangegeven hoe die belast wordt in Duitsland. In paragraaf 5.2 wordt aangegeven dat inkomsten uit vermogen die aan de Abgeltungsteuer zijn onderworpen met een forfaitair aftrekbedrag (“Sparer-Pauschbetrag”) verminderd wordt. In paragraaf 6.2 wordt ingegaan op verliesverrekening, in paragraaf 7.2 op de eventueel van toepassing zijnde vrijstellingen en in paragraaf 8.2 op uitvoeringsaspecten.
Opvallend vond ik overigens dat de belangrijkste politieke partijen CDU, SPD, die Grünen en die Linke, afschaffing van de Abgeltungsteuer in hun partijprogramma voor de verkiezingen van 24 september 2017 hebben opgenomen. De kans is dus reëel dat de Abgeltungsteuer na de verkiezingen zal worden afgeschaft. Zie ook F.J. Elsweier, Fiscale partijpunten Bondsdagverkiezingen 2017 in het licht van fiscale ontwikkelingen in Duitsland en Nederland, WFR 2017/174. De nieuwe regering heeft in het op 7 februari 2018 gepubliceerde regeerakkoord ook aangekondigd de Abgeltungsteuer op rente-inkomsten af te willen schaffen op het moment dat de automatische informatie-uitwisseling goed functioneert. Koalitionsvertrag CDU, CSU und SPD, 7 februari 2018, “Ein neuer Aufbruch für Europa, Eine neue Dynamik für Deutschland, Ein neuer Zusammenhalt für unser Land”.
Zie hierover ook J.M.H.F. Teunissen, Vrijheid, Gelijkheid en Belastingen, WFR 2010/674.
De winstbelasting van lichamen kan ook in Duitsland niet los worden gezien van de inkomstenbelasting. In de relatie met de inkomstenbelasting kan men twee uitersten onderscheiden.
Men kan het lichaam zelfstandig bezien ten opzichte van de aandeelhouder(s) en het gevolg daarvan is dat de vennootschapsbelasting bezien kan worden als een persoonlijke belasting van lichamen; een belasting die op zich dus niets van doen heeft met de inkomstenbelasting. In Nederland wordt dit ook wel het klassieke stelsel genoemd. In Duitsland wordt aangegeven dat aan deze zienswijze het Trennungsprinzip (scheidingsprincipe) ten grondslag ligt.1
Men kan het lichaam ook niet-zelfstandig bezien ten opzichte van de aandeelhouder(s), met andere woorden, het lichaam wordt dan als een verlengstuk van de aandeelhouder gezien. Er kan op verschillende manieren (varianten) rekening worden gehouden met de dubbele belasting door aanpassingen aan de winstbelastingzijde of aanpassingen aan de inkomstenbelastingzijde.2
Met uitzondering van een periode tussen 1922 en 1925 waarin een begrensd verrekensysteem (Anrechnungsverfahren) in de inkomstenbelasting gold, was het klassieke systeem in Duitsland van toepassing tot 1977.3 Er werd in de desbetreffende periode een onderscheid gemaakt tussen ingehouden en uitgedeelde winsten. In 1977 werd besloten het zogenoemde Anrechnungsverfahren in te voeren. Dit betekende dat de vennootschapsbelasting voortaan kon worden verrekend met de inkomstenbelasting over in Duitsland belast inkomen. In de beperking dat alleen de vennootschapsbelasting met inkomstenbelasting over in Duitsland belast inkomen kon worden verrekend schuilde ook direct de zwakte van het Duitse verrekensysteem. In 1998 kwam een in het leven geroepen commissie tot de conclusie dat het verrekenstelsel in Duitsland zeer complex en misbruikgevoelig was en bovenal Europeesrechtelijk niet door de beugel kon.4 In 2001 werd derhalve het zogenoemde Halbeinkünfteverfahren ingevoerd.5 Dit systeem hield in dat (eerst) 25% vennootschapsbelasting en (gemiddeld) 15% Gewerbesteuer werd geheven en (vervolgens) bij dividenduitkeringen of vervreemdingswinsten de helft van het desbetreffende bedrag bij de desbetreffende aandeelhouder-natuurlijk persoon tot het inkomen in de inkomstenbelasting werd gerekend.6 Vanaf 1 januari 2009 is de belastingheffing over inkomsten uit kapitaalvermogen fundamenteel veranderd.7 Het Halbeinkünfteverfahren is vanaf genoemde datum vervangen door het Teileinkünfteverfahren en tegelijkertijd werd de zogenoemde Abgeltungsteuer ingevoerd. Het Teileinkünfteverfahren houdt in dat de al met Körperschaftsteuer en Gewerbesteuer belaste dividenden en vervreemdingswinsten voor 60% in aanmerking worden genomen voor de (progressieve) Einkommensteuer. De Abgeltungsteuer is een soort bronbelasting van 25% zowel over inkomsten als over vervreemdingswinsten uit kapitaalvermogen dat bij financiële instellingen wordt aangehouden. De heffing wordt door banken en andere financiële instellingen ingehouden en afgedragen aan de fiscus.8 De Abgeltungsteuer is geconcipieerd als eindheffing en maakt daarmee inbreuk op het verdere synthetisch vormgegeven inkomstenbelastingsysteem in Duitsland.9
Indien de aandelen als ondernemingsvermogen worden gehouden, geldt het Teileinkünfteverfahren. Indien de aandelen als privévermogen worden gehouden dan geldt in principe voor zowel dividenden als vervreemdingswinsten de Abgeltungsteuer. Indien de aandelen als privévermogen worden gehouden en het belang is ten minste 1% dan geldt voor vervreemdingswinsten het Teileinkünfteverfahren en geldt ten aanzien van dividenden een keuzerecht. Een en ander wordt aan de hand van voorbeeldberekeningen toegelicht in hoofdstuk 3.5.
De Duitse inkomstenbelasting wordt gekenmerkt door een synthetische belastingheffing. Dit houdt in dat inkomsten uit alle bronnen bij de belastingplichtige bij elkaar worden opgeteld. Deze bronnen zijn: arbeid, onderneming, zelfstandige arbeid, huur en pacht, inkomsten uit kapitaalvermogen, andere activiteiten en agrarische land- en bosbouw. De Einkommensteuer kent een progressief tariefsysteem beginnend bij 14% met een maximaal tarief van 45% voor inkomens boven de € 256.304. Vermeldingswaardig is nog dat in Duitsland sinds 1958 het Splittingstelsel wordt gehanteerd. Dit betekent dat de inkomens van gehuwden bij elkaar worden opgeteld en worden gedeeld door twee. Vervolgens wordt het bijbehorende tarief op dat bedrag toegepast en de verschuldigde inkomstenbelasting verdubbeld.10
3.3.4.1 Ondernemingswinstbelasting; Thesaurierungsbegünstigung