Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.5.2
2.5.2 Geschiktheid voor kort geding
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955465:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In dat verband kan worden gedacht aan een declaratoir of constitutief vonnis; zie HR 14 februari 1947, ECLI:NL:HR:1946:49, NJ 1947/155, m.nt. E.M. Meijers (Van der Meer/Lamberts); HR 29 april 1966, ECLI:NL:HR:1966:AC4650, NJ 1966/301, m.nt. G.J. Scholten (Van Rijnberk/Van Houten); HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6727, NJ 2012/234 (Tennisvereniging De IJpelaar), rov. 3.5.
HR 8 januari 1965, NJ 1965/162, m.nt. P.H. Smits (ETBI/Behangselpapierfabrikanten).
Gras, Hendrikse & Jongbloed 2024, p. 330.
HR 8 januari 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB4098, NJ 1965/162, m.nt. P.H. Scholten (ETBI/ Vereniging van Behangselpapierfabrikanten).
HR 24 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7508, NJ 2007/37, IER 2006/39 (Technip/Goossens), rov. 3.6.3, waarin de Hoge Raad overwoog dat de voorzieningenrechter had moeten motiveren waarom de door hem noodzakelijk geachte opheldering over de feiten van de zaak niet kon worden verkregen, terwijl het een zaak betrof waarin het belang van de eiser bij het verkrijgen van een voorziening met het oog op een effectieve bescherming van zijn recht bijzonder klemmend was.
Brinkhof, BIE 1997, p. 14.
Hof Den Haag 17 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:711 (Sisvel/Xiaomi), rov. 4.10; Rb. Den Haag (vzr.) 11 januari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:172 (Nokia/Oleading), rov. 4.11.
Huydecoper 2016, p. 262. Is eenmaal een VRO-procedure gestart, dan is voeging met een ‘reguliere’ zaak niet langer mogelijk; zie Rb. Den Haag 22 november 2017, HA/ZA 17-589 (AstraZeneca/Sandoz), rov. 5.3.
Pinckaers 2016a, p. 125-128. In de praktijk lijkt de procedure die verwachtingen overigens niet waar te maken; zie Visser & Dack, NJB 2023, afl. 15, p. 1229.
De gevallen waarin een zaak zich niet leent voor kort geding kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën.1 De eerste categorie heeft betrekking op gevallen waarin een voorziening wordt gevraagd die niet in kort geding kan worden gegeven.2 De tweede categorie behelst zaken die te complex zijn om in kort geding te beoordelen. Weigering op grond van complexiteit vindt plaats als de rechter ‘‘in het kader van de behandeling in kort geding zich het voor het geven van een verantwoorde beslissing vereiste inzicht in de zaak niet kan verschaffen of de gevolgen van een door hem te geven beslissing niet voldoende kan overzien’’.3 Een zaak kan bijvoorbeeld te complex zijn als de rechter niet in staat is voldoende inzicht te verkrijgen in het feitencomplex4 of als de gevolgen van een uitspraak in kort geding moeilijk te overzien zijn.5
De voorzieningenrechter moet terughoudend gebruikmaken van de bevoegdheid tot weigering wegens complexiteit.6 Dit uitgangspunt geldt blijkens de rechtspraak van de Hoge Raad in versterkte mate als de zaak betrekking heeft op inbreuk op een intellectueel-eigendomsrecht.7 Dit neemt niet weg dat met name octrooizaken dermate complex kunnen zijn dat, mede gelet op de beperkte voorbereidingstijd die de voorzieningenrechter heeft, gerechtvaardigd kan worden betwijfeld of zij zich lenen voor behandeling in kort geding.8 Zeker in geschillen over standaard-essentiële octrooien zorgt de combinatie van complexiteit en een gerede kans op een andersluidend oordeel van de bodemrechter ervoor dat een verbodsvordering een beperkte kans van slagen heeft.9
Bovengenoemde problematiek wordt deels ondervangen doordat rechthebbenden in een bodemprocedure een provisioneel verbod kunnen vorderen. Daarnaast kan in octrooizaken een versnelde bodemprocedure worden gestart wanneer een zaak vanwege haar complexiteit ongeschikt is voor een kortgedingprocedure.10 Met deze zogeheten ‘VRO-procedure’ is beoogd de octrooihouder dan wel de vermeend inbreukmaker een procedure te bieden waarmee binnen een aanvaardbare en voorzienbare termijn een bodembeslissing kan worden verkregen met behoud van processuele waarborgen.11