Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.4.7.5:6.4.7.5 Saldering binnen de naheffingsaanslag
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.4.7.5
6.4.7.5 Saldering binnen de naheffingsaanslag
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS468082:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hoge Raad 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0087 (BNB 2010/163, met noot J.A.R. van Eijsden).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omschrijving
Een belastingplichtige kan fouten maken met als gevolg dat te weinig belasting wordt betaald. Maar in sommige gevallen kan er ook teveel belasting zijn betaald. Als de inspecteur tijdens een boekenonderzoek dergelijke positieve en negatieve correcties constateert, iets dat zich voornamelijk bij de aangiftebelastingen voordoet, dan zal hij de positieve bedragen naheffen en de negatieve teruggeven. Vaak gebeurt dat door de positieve en negatieve bedragen te salderen binnen de naheffingsaanslag (of teruggaafbeschikking).
Nu is de inspecteur in principe vrij in de keuze van de lengte van de periode waarover hij de naheffingsaanslag oplegt. Zo kan hij naheffingsaanslagen per aangiftetijdvak opleggen, maar kan hij ook kiezen voor een kalenderjaar of het controletijdvak (dat vaak verschillende jaren beslaat). De keuze voor de lengte van de periode waarover een of meer naheffingsaanslagen worden opgelegd, heeft echter invloed op de mogelijkheid om positieve en negatieve correcties te salderen. Immers, hoe langer het tijdvak van de naheffingsaanslag, des te groter de mogelijkheid om eventuele positieve en negatieve bedragen met elkaar te salderen.
Een voorbeeld. De inspecteur constateert dat een belastingplichtige over het eerste kwartaal van 2015 te weinig omzetbelasting heeft betaald over de aangiftetijdvakken januari (€ 1.000) en maart (€ 1.500). Over februari 2015 heeft de belastingplichtige echter € 2.000 teveel omzetbelasting afgedragen. Gesteld dat sprake is van een verzuim, kan de inspecteur er voor kiezen om één naheffingsaanslag over het gehele eerste kwartaal op te leggen van € 500 (€ 1.000 + € 1.500 -/- € 2.000) met een boete van € 50 (10%, paragraaf 24 BBBB). Hij kan echter ook twee afzonderlijke naheffingsaanslagen opleggen over de maanden januari en maart met een boete van € 250 (10% van € 1.000 + € 1.500) en daarnaast een teruggaafbeschikking over februari vaststellen van € 2.000, uiteraard zonder boete. In het eerste geval bedraagt de boete (slechts) € 50 en in het tweede geval € 250.
Om het verschil in beboeting – zoals is geschetst in het voorbeeld hiervoor – te temperen is in het BBBB opgenomen dat de inspecteur in principe uitgaat van naheffingsaanslagen per kalenderjaar of (gebroken) boekjaar (zie paragraaf 24, lid 3 BBBB). Saldering van positieve en negatieve correcties kan dan binnen het kalenderjaar of (gebroken) boekjaar plaatsvinden. Dit geldt overigens zowel voor verzuimboeten (artikel 67c AWR jo. paragraaf 24, lid 3 BBBB) als voor vergrijpboeten (artikel 67f AWR jo. paragraaf 28, lid 5 BBBB).
Doel; voorkomen van rechtsongelijkheid
De beleidsmatige keuze voor een langer naheffingsaanslagtijdvak dan het aangiftetijdvak, vergroot dus de mogelijkheid om positieve en negatieve correcties met elkaar te verrekenen en heeft dus een duidelijk strafverminderende werking.1
Zoals uit het hiervoor geschetste voorbeeld al bleek, kan de keuze voor de lengte van het naheffingsaanslagtijdvak gevolgen hebben voor de hoogte van de boete. Door een eenduidig vertrekpunt te hanteren bij de keuze voor een naheffingsaanslagtijdvak wordt voorkomen dat rechtsongelijkheid ontstaat.
Waardering en weging
Paragraaf 24, lid 3 BBBB formuleert een uitgangspunt voor de inspecteur, dat wil zeggen dat de inspecteur niet altijd tot saldering binnen de naheffingsaanslag over hoeft te gaan. Zo kan ik mij voorstellen dat positieve correcties die met grove schuld of opzet gepaard gaan in het algemeen niet voor saldering met negatieve bedragen in aanmerking komen, tenzij de feitelijke samenhang tussen beiden daar aanleiding toe geeft.
Strafrecht
In fiscale strafzaken zal het belastingnadeel over het algemeen betrekking hebben op het opzettelijk niet betaalde en/of niet aangegeven bedrag. Saldering zal dan vaak niet aan de orde zijn.