Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/5.6.1
5.6.1 Verplicht bod-regeling
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS369989:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Gazzetta Ufficiale n. 289 van 13 december 2007.
Decreto-Legge 91/2014 del 24 giugno 2014 ( “decreto competitività”), in wetgeving omgezet bij Legge 11 agosto 2014, n. 116 gepubliceerd in Gazzetta Ufficiale n. 192 van 20 augustus 2014.
Zie daarover Bootsma 2015-1, p. 32-43 en Bootsma 2015-2, p. 117-118.
In art. 44 1-bis.1 Regolamento Consob wordt geregeld dat de extra stemmen meetellen voor de berekening van de bieddrempel, hetgeen nodig is omdat het Italiaanse recht het zogenaamde verwervingsconcept hanteert op grond waarvan in beginsel slechts een verwerving van stemmen een biedplicht kan doen ontstaan, zie daarover nader § 5.6.3. In art. 49 lid 3 sub d-bis Regolamento Consob is een daarmee samenhangende vrijstelling voor kapitaalvermindering opgenomen.
In de eerste versie van het TUF uit 1992 werd nog een feitelijk controlecriterium gehanteerd, zie Enriques 2002, p. 54-56 en Nieuwe Weme 2004, p. 124 (voetnoot 9).
Dat zijn de vennootschappen met een omzet van meer dan € 300 miljoen of een gemiddelde marktkapitalisatie van meer dan € 500 miljoen (art. 1 lid 1 w-quater TUF).
Art. 106 lid 1 TUF jo art. 106 lid 1-bis TUF. Om het beeld compleet te maken: overschrijding van de 30%-drempel leidt tot een biedplicht, tenzij een andere grootaandeelhouder meer dan 50% van de stemrechten houdt; deze vrijstelling bestond overigens reeds voor 2014, zie art. 49 lid 1 sub a Regolamento Consob.
Art. 106 lid 1-ter TUF. Tegenstemmende aandeelhouders krijgen een exit-recht (art. 106 lid 1-ter, laatste zin TUF). Kleine en middelgrote vennootschappen kunnen bovendien voor de eerste vijf jaar na notering ervoor kiezen het zogenaamde opa in cascata, dat ziet op uitbreiding van bestaande controlerende belangen (zie hierna) niet toe te passen, art. 106 lid 3-quater TUF.
Art. 45 Regolamento Consob.
Uit art. 105 lid 2 TUF volgt dat het moet gaan om aandelen die het recht geven om te stemmen inzake benoeming of ontslag van bestuurders of commissarissen.
Dit volgt indirect uit art. 106 lid 3 sub b TUF jo art. 46 Regolamento Consob.
Art. 108 TUF. Toezichthouder Consob kan deze drempel in bepaalde gevallen verhogen ex art. 112 TUF. Zie Delibera n. 17781 van 13 mei 2011 inzake Parmalat.
Deze bevoegdheid vloeit voort uit art. 105 lid 3-bis TUF. In een position paper van 8 oktober 2009 stelt Consob dat er nog een consultatieprocedure zal worden gestart voordat nieuwe regels terzake worden geïntroduceerd (p. 6), maar tot op heden is dit nog niet gebeurd. Zie nader Mucciarelli 2010, p. 131-133 en Annunziata/Liace 2010, p. 141-142.
Art. 106 lid 3 sub a TUF jo art. 45 Regolamento Consob. Zie nader Annunziata/Liace 2010, p. 147-148.
Art. 105 lid 2 TUF.
Italië kende reeds een biedplicht voor de Overnamerichtlijn in het Testo Unico delle disposizioni in materia di intermediazione finanziaria (TUF), oorspronkelijk neergelegd in Decreto Legislativo 58/1998 van 24 februari 1998. De implementatie van de richtlijn vond plaats middels het Decreto Legislativo 229/2007 van 19 november 2007.1 In het kader daarvan vonden wijzigingen plaats in de billijke prijs-regeling en werd – enigszins paradoxaal – een aantal nieuwe vrijstellingen van de biedplicht geïntroduceerd.
Op 21 augustus 2014 is de Italiaanse verplicht bod-regeling vrij ingrijpend gewijzigd. 2 In de eerste plaats zijn de bieddrempels aangepast (zie hierna). In de tweede plaats noopte de invoering van het meervoudig loyaliteitsstemrecht3 tot wijzigingen. 4
Het Italiaanse recht kende reeds verschillende bieddrempels5 voordat de wetswijziging uit 2014 voor verdere differentiëring zorgde. Voor grote vennootschappen6 is een nieuwe drempel van 25% toegevoegd aan de reeds bestaande 30%-drempel. In beginsel leidt overschrijding van de 25%-drempel reeds tot een biedplicht, mits er geen andere aandeelhouder is met een belang groter dan 25%. Indien dat wel zo is, dan geldt de 30%-drempel.7 Voor kleine en middelgrote vennootschappen blijft de 30%-drempel gelden, met dien verstande dat zij mogen kiezen (statutair) voor een drempel tussen de 25% en 40%.8
Voor indirecte verwervingen heeft toezichthouder Consob nadere regels uitgewerkt. 9 Uitbreiding van een belang van 30%-50% met 5% van de stemgerechtigde aandelen10 binnen twaalf maanden leidt eveneens tot een biedplicht.11 Het Italiaanse recht voorziet bovendien in een biedplicht bij het verwerven van 90% van de stemrechten; de gedachte is dat bij een dusdanig geconcentreerde zeggenschap geen normale prijsvorming meer mogelijk is en minderheidsaandeelhouders een exit moet worden geboden.12
In beginsel worden bij de berekening van zeggenschapsbelangen enkel stemrechten meegeteld die recht geven op het stemrecht in de algemene vergadering terzake van benoeming of ontslag van bestuurders of commissarissen (art. 105 TUF). Toezichthouder Consob kan afwijkende regels vaststellen13, maar heeft dat tot op heden nog niet gedaan. Bij de berekening van het zeggenschapspercentage wordt rekening gehouden met stemrechten die worden gehouden via een tussenholding14, trustmaatschappij of tussenpersoon.15