Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.2.2.4
2.2.2.4 Vaststelling en interpretatie van informatie
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652122:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 55. Vgl. ook Bekkers 2005, p. 65.
Leidraad, bepaling 7.6. Zie ook OK (r-c) 4 juni 2019 (r.o. 2.11 e.v.), JOR 2019/218, m.nt. Y. Borrius (SNS).
Zie bijv. OK 28 juni 2001 (r.o. 3.4), NJ 2001/511; JOR 2001/148, m.nt. F.J.P. van den Ingh (De Vries Robbé); OK 2 november 2015 (r.o. 3.3-3.4), JOR 2016/61, m.nt. P. van Schilfgaarde (Meavita).
Zie over het al dan niet bijvoegen van bijlagen bij het onderzoeksverslag Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 55-56; Van Hassel 2010, p. 143; Overkleeft 2015, p. 19-20; Hermans 2017, p. 573 e.v.; De Kraker 2017, p. 57-58; Borrius (onder 9) in haar annotatie bij OK (r-c) 4 juni 2019, JOR 2019/218 (SNS). Zie ook Leidraad, bepaling 5.16.
Zie ook Hermans 2003, p. 124; Hermans 2017, p. 224-225.
HR 18 april 2003 (r.o. 3.13, 3.21), NJ 2003/286, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 2003/110, m.nt. J.M. Blanco Fernández (RNA).
Heeft de onderzoeker informatie geselecteerd, dan moet hij de verkregen informatie beschrijven in zijn onderzoeksverslag. Hiermee stelt de onderzoeker feiten vast op basis waarvan een beoordeling (par. 2.2.3) en kwalificatie (par. 2.2.4) van die feiten kan plaatsvinden. De onderzoeker presenteert informatie bij voorkeur objectief verifieerbaar. Is de onderzoeker onzeker over verkregen informatie(bronnen), dan maakt hij in zijn onderzoeksverslag melding van deze onzekerheid en de reden hiervoor.1 Bij de vaststelling van informatie kan de onderzoeker ervoor kiezen de brondocumenten waarop hij zich baseert als bijlage bij het onderzoeksverslag te voegen. De Leidraad beveelt dit de onderzoeker ook aan. Heeft de onderzoeker informatie vergaard door personen te horen, dan kan hij (relevante citaten uit) verslagen van de gevoerde gesprekken bijvoegen.2 De Ondernemingskamer sanctioneert het uitblijven van bijlagen overigens niet.3,4
Naast de selectie en vaststelling van informatie moet de onderzoeker informatie interpreteren. De onderzoeker moet weergegeven informatie ook duiden in het licht van de onderzoeksopdracht en het tussen partijen bestaande geschil. Geschilpunten tussen partijen over het feitencomplex kan de onderzoeker beslechten door een weergave en duiding van de door hem geselecteerde informatie.5
De Ondernemingskamer is mijns inziens niet gebonden aan de door de onderzoeker vastgestelde en geïnterpreteerde informatie. Uit RNA volgt dat de Ondernemingskamer zich naast het onderzoeksverslag mag baseren op hetgeen voorts in de procedure wordt gesteld en blijkt.6 Dat geldt mijns inziens zowel voor de vaststelling en interpretatie van informatie als voor de beoordeling (par. 2.4.2.3) en kwalificatie (par. 2.4.2.3) van informatie.