Prg. 2025/6
Indien eigenaren van recreatiewoningen met waterpercelen feitelijk gebruik maken van doorvaart naar het meer, moet de eigenaar van de doorvaart dulden, dat zijn vaarwater openbaar is geworden. Verbodsborden zijn niet bepalend.
HR 15-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1662
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 november 2024
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/02572
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Waterrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1662, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:419, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑07‑2023
- Wetingang
Art. 460 lid 2 Sv
Essentie
Goederenrecht. Kan openbaar gebruik van vaarwater (doorvaart naar open water) door eigenaar worden verboden?
Nee. Indien het water eenmaal openbaar is, dient eigenaar van het water normaal gebruik daarvan te dulden.
Samenvatting
Eigenaars van perceel grond met recreatiewoningen gelegen aan water dat door een opvaart in verbinding staat met een meer (zie tekening) heeft buren verboden van zijn doorvaart gebruik te maken.
Buren, eigenaren van aangrenzende recreatiewoningen en waterpercelen, stellen dat meer dan 20 jaar de doorvaart zowel privé als zakelijk (door de zeilschool) wordt gebruikt en dat door het feitelijk gebruik van het water, het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.