Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.4:10.4.4 Mogelijke praktische problemen met betrekking tot het toepasselijk recht
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.4
10.4.4 Mogelijke praktische problemen met betrekking tot het toepasselijk recht
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574046:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij schendingen van het mededingingsrecht met een grensoverschrijdend karakter kan er voor wat betreft het toepasselijk recht zowel onder de Rome il-Vo als onder de WCOD 'versnippering' ontstaan (met name onder de WCOD, zie § 10.4.2). Met versnippering bedoel ik dat er meerdere rechtsstelsels van toepassing kunnen zijn.
Kortmann is van mening dat bij grensoverschrijdende gevallen waarin partijen in persoon ageren het probleem van de 'versnippering' van het toepasselijk recht in de praktijk niet zo groot is als wel wordt gedacht.1 Dit komt volgens hem met name omdat onderwerpen zoals hoofdelijkheid, juridische wijze van schadebegroting en bewijsrecht bij schikkingsonderhandelingen zelden aan de orde komen. Dit is echter anders voor wat betreft de vragen over verjaring en wettelijke rente. Zowel de verjaringsregels als de regels met betrekking tot de wettelijke rente zijn alleen al in de lidstaten zeer verschillend. Zo verjaren vorderingen in sommige lidstaten (bijvoorbeeld Italië en Zweden) reeds een aantal jaar na veroorzaking van de schade (zie bijvoorbeeld mijn bespreking van de zaak Manfredi in § 7.14.1). Nederland is op dit vlak coulanter met een vijfjarige verjaringstermijn voor de vordering tot schadevergoeding die op grond van artikel 3:310 lid 1 BW pas begint na bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon en in ieder geval verjaart twintig jaar na het ontstaan van de vordering (zie § 7.14).2 Naast de verjaringsregels is ook het recht op de wettelijke rente in de verschillende lidstaten anders geregeld. Er zijn landen waar het recht op wettelijke rente pas ontstaat op het moment van aanzegging. In Nederland is de wettelijke rechte verschuldigd vanaf het moment van het ontstaan van de vordering (zie § 7.11). Daarnaast is Nederland een uitzondering in de EU nu de wettelijke rente hier op grond van artikel 6:119 lid 2 BW niet enkelvoudig maar samengesteld wordt berekend.3 Bij een enkelvoudige berekening wordt de rente berekend van datum Y tot en met datum Z. De hoofdsom blijft gedurende die periode gelijk. Samengestelde rente houdt in dat feitelijk rente over rente wordt berekend, nu bij het berekenen van de rente de rente na een jaar wordt opgeteld bij de hoofdsom. Vanaf dat moment wordt er over het nieuwe bedrag rente berekend, totdat er weer een jaar is verstreken, waarna de rente weer bij de hoofdsom wordt opgeteld.
Kortmann wijst op het feit dat deze verschilpunten in de praktijk goed zijn te verdisconteren in een individuele (schikkings)regeling. Bij grensoverschrijdende gevallen waarin een belangenorganisatie een groot aantal partijen vertegenwoordigt, is de versnippering in de praktijk problematischer en zal deze in de weg kunnen staan aan een minnelijke oplossing.4 Zie hiervoor § 10.4.9.1.