Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.3.4
3.3.4 Verwijzen naar de wet?
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661533:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Belastingdienst, Taal- en Tekstafspraken 2014, onderdeel 6.4.1; Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014; Belastingdienst, Lezergericht (laatstelijk geraadpleegd 30 mei 2019): ‘Door lastige begrippen uit te leggen of door een voorbeeld te geven, maak je het deze groep lezers gemakkelijker. Verwijs dus niet naar wetsartikelen zolang dit niet noodzakelijk is. Dit is pas van belang als een mogelijke rechtsgang in beeld komt. In het algemeen kun je wel, als dit nodig is, verwijzen naar een onderdeel van belastingdienst.nl.’ In Belastingdienst, Visie en ambitie dienstverlening 2021, p. 7 staat dat het benoemen van wettelijke bepalingen kan worden gebruikt om motivering van keuzes en processen van de Belastingdienst voor de burger begrijpelijk te maken.
Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014.
Belastingdienst Beheersverslag 2008, par. 2.1; Belastingdienst Beheersverslag 2007, par. 2.1; Belastingdienst Beheersverslag 2006, par. 2.1; Belastingdienst Beheersverslag 2005, par. 2.1; Belastingdienst, Bedrijfsplan 2005-2009, par. 4; Belastingdienst Beheersverslag 2004, par. 2.1; Rijksbegroting (Ministerie van Financiën) 2004, Belastingen, par. 3.1.2.2: ‘De dienstverlening van de Belastingdienst is er op gericht om vooraf zo duidelijk te zijn dat belastingplichtigen zonder hulp of extra uitleg hun verplichtingen kunnen nakomen. Bij de dienstverlening van de Belastingdienst kan worden gedacht aan het zorgdragen voor begrijpelijke (elektronische) aangiftebiljetten, toelichtingen, brieven, aanslagen, brochures en advertenties maar ook aan goede bereikbaarheid en informatieverstrekking.’; Belastingdienst, Bedrijfsplan 2003-2007, p. 20-22; Belastingdienst Beleidsdoorlichting Compliance 2010, p. 45-46: ‘Uitgangspunt is dat de Belastingdienst belastingplichtigen dienstverlening wil aanbieden op de manier die bij hen past. De communicatie moet zo duidelijk zijn dat zowel burgers als bedrijven in het algemeen geen extra hulp nodig hebben om aan hun verplichtingen te voldoen.’ Recenter de (sub)doelstelling bij compliance van ‘voldoende geïnformeerd’ in Rijksbegroting 2021 (Ministerie van Financiën), Kamerstukken II 2020/2021, 35570 IX, nr. 2, p. 90.
Zie ook Hulst en Lentz 2001, p. 99.
Een andere vraag is hoe de Belastingdienst omgaat met de belastingwet in communicatie met burgers. Acht de Belastingdienst het nodig om naar de wet te verwijzen in zijn voorlichting? Moet daaruit worden geciteerd? Moet überhaupt worden gewezen op (het bestaan van) de wet? De Communicatierichtlijnen van de Belastingdienst schrijven voor om zo min mogelijk wetsverwijzingen te gebruiken (tenzij noodzakelijk).1 Het noemen van wetsartikelen draagt immers niet bij aan gemak en begrijpelijkheid van de informatie. In plaats daarvan wil de Belastingdienst uitleggen wat de wet praktisch voor iemand betekent (in lijn met het uitgangspunt van doel- en handelingsgerichtheid). De gedachte daarbij is, zo laten de Communicatierichtlijnen zien:
‘We zeggen niet dat iets volgens de wet is, want wij doen niets anders dan uitvoeren wat in de wet staat.’2
Dat is juridisch bezien een interessante uitspraak. Weliswaar is de Belastingdienst wetsuitvoerder en doet de Belastingdienst in dat opzicht inderdaad niets anders dan de wet uitvoeren, maar in werkelijkheid ligt dit genuanceerder. Uit de juridische analyse volgt dat wat in de wet staat interpretatie behoeft en niet altijd duidelijk is, hetgeen meebrengt dat voorlichting geven meer omvat dan enkel in begrijpelijke bewoordingen weergeven wat er in de wet staat (paragraaf 4.6.2, 6.3, 6.4).
Daarnaast straalt het communicatiebeleid van de Belastingdienst uit dat het de bedoeling is dat de communicatie (inclusief voorlichting) burgers in staat stelt hun rechten en plichten te kennen en nakomen, zonder dat extra inspanningen nodig zijn. Dat impliceert dat het opzoeken en raadplegen van de wet door de burger zelf niet nodig is.
‘De dienstverlening van de Belastingdienst is gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven. De communicatie moet zo duidelijk zijn dat zowel de burgers als de bedrijven in het algemeen geen extra hulp nodig hebben om aan hun verplichtingen te voldoen.’3
Tegen de achtergrond dat burgers met voorlichting in één keer (moeten) zijn geholpen, is begrijpelijk dat in voorlichting niet wordt verwezen naar wetsartikelen. Communicatief bezien zou het ook niet goed passen om in een toegankelijke brochure allerlei wetsartikelen op te nemen.4 Het roept wel de vraag op of voor de burger wel voldoende bekend of zichtbaar is dat de teksten in voorlichting zijn gebaseerd op een (andere) brontekst, die veelal ingewikkelder en omvangrijker is. Het concept van simplexity liet zien dat in voorlichting juist de onderliggende complexiteit naar de achtergrond verdwijnt, hetgeen een doel is van voorlichting, maar ook juridische consequenties heeft (paragraaf 2.5.2.4).