Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/2.6.1:2.6.1 Manifeste en latente functie van wettelijke regels
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/2.6.1
2.6.1 Manifeste en latente functie van wettelijke regels
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS494635:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vilhelm Aubert (1922-1988) was hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Oslo en heeft een onderzoek uitgevoerd naar de werking van een wet die in 1948 in Noorwegen werd aangenomen (de Wet op het Huishoudelijk Personeel).
De wet hield bepalingen in die de werktijd beperkten tot 10 uren per dag inclusief tijd om te eten, de definitie van en het tarief voor overwerk, een regeling voor vrije dagen en regels voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst, inclusief een opzeggingsregeling.
Aubert 1971.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De begrippen manifeste functie en latente functie, zoals deze in dit boek worden gebruikt, zijn ontleend aan een rechtssociologisch werk van onderzoeker Vilhelm Aubert.1 Alhoewel de door Aubert onderzochte wettelijke regeling van een geheel andere orde is dan de regeling voor conservatoir beslag, zijn de begrippen ook hier bruikbaar om het onderscheid aan te geven tussen de (officiële) bedoelingen die de wetgever met een wettelijke regeling heeft, en andere doelen waar een regeling in voorziet dan wel (in het geval van conservatoir beslag) ruimte voor laat.
Aubert onderzocht wat de invloed is van specifieke wetgeving op de burgers tot wie deze wet zich richt. De twee hoofdvragen waar zijn onderzoek zich op richtte waren het vaststellen van de mate waarin de manifeste functie van de betreffende wet vervuld was (ofwel: wordt de bedoeling van de wet in de praktijk ook gerealiseerd) en het achterhalen welke factoren van invloed zijn op het bereiken van de doelstellingen die men met de wet wil bereiken. Aubert kwam tot de conclusie dat de bedoeling van de wet, namelijk het geven van regels ter bescherming van dienstboden, niet werd gerealiseerd:2 het gedrag van partijen bleek in de praktijk grotendeels niet in overeenstemming te zijn met de wettelijke regels. De redenen hiervoor waren buiten de inhoud van de wetgeving zelf gelegen: gebrek aan kennis van de regels, taalgebruik, en het feit dat het type geschil dat uit dit soort arbeidsrelaties kan voortkomen, normaliter niet langs de weg van een juridische procedure wordt opgelost, bleken hierin een beslissende rol te spelen.3 Het belang van het maken van onderscheid in een manifeste en een latente functie van het conservatoir beslag, komt naar voren bij de bespreking van de werking van het systeem van conservatoir beslag in de praktijk. Conservatoir beslag blijkt niet alleen te worden ingezet als ‘middel ter bewaring van een recht’ (het manifeste doel), maar bijvoorbeeld ook voor het uitoefenen van druk op de wederpartij en het verkrijgen van verhaalsinformatie. Een en ander komt specifieker aan de orde in het hoofdstuk over de beoordeling van beslagrekesten.