De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.4.1:4.2.4.1 Besluitvorming bij meerderheid
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.4.1
4.2.4.1 Besluitvorming bij meerderheid
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370878:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 2:120/230 BW en art. 2:121/231 BW.
Zie bijvoorbeeld art. 2:18 lid 2 BW, art. 2:99 lid 6 BW, art. 2:330 lid 1 BW en 2:334ee lid 1 BW. Zie hierover Klaassen (Diss.), par. 4.5 in het bijzonder par. 4.5.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen de organen beslist de voorgeschreven meerderheid. Dat betekent dat degenen, die de voorgeschreven meerderheid van de stemmen binnen een orgaan kunnen uitoefenen, kunnen bepalen hoe dat orgaan zich gedraagt. Aldus bepaalt de (voorgeschreven) meerderheid hoe de rechtspersoon zich gedraagt.
Dit betekent voorts dat de minderheid er mee kan worden geconfronteerd dat de meerderheid de rechtspersoon wil laten gedragen op een andere wijze dan de minderheid zou willen, of zelfs op een manier waarmee de minderheid zich geheel niet kan verenigen. Omdat ook de minderheid aan de regels van de deelrechtsorde is gebonden, zal zij dit in beginsel moeten accepteren. Evenwel bevat de deelrechtsorde ook regels die de minderheid dienaangaande beschermt. Het enquéterecht is een wezenlijk onderdeel van die bescherming. Verwezen zij voorts naar par. 4.2.4.2.
Welke meerderheid volstaat om binnen een orgaan een besluit te nemen, wordt bepaald door de regels van de deelrechtsorde. Kort gezegd, volstaat een volstrekte meerderheid (50% + 1), tenzij de wet verplicht tot een versterkte meerderheid (zie 4.2.4.2), of daarvoor vrijwillig is gekozen in de statuten.1 De mogelijkheid om de vereiste meerderheid in de statuten te regelen, betekent dat de meerderheid in de aandeelhoudersvergadering in beginsel bepaalt welke meerderheid is vereist.
De wet schrijft soms versterkte meerderheden voor.2 De vereiste meerderheid wordt daarnaast bepaald in de akte van oprichting. Na de oprichting kan in de praktijk worden verwacht dat de aandeelhouders die een bepalende of blokkerende stem hebben, niet geneigd zijn om de vereiste meerderheid aan te passen, althans niet zonder tegenprestatie. Zo zal een aandeelhouder die 60% van de stemmen kan uitbrengen in de regel niet geneigd zijn om de statuten zo aan te passen dat voortaan niet langer een volstrekte meerderheid volstaat, maar minstens een meerderheid van 70% vereist is. Voor de desbetreffende aandeelhouder betekent dat immers dat hij niet langer exclusief kan bepalen of een besluit wordt aangenomen of niet. Indien eenmaal is bepaald dat een meerderheid van 70% van de stemmen is vereist, zal een aandeelhouder die 31% van de stemmen kan uitbrengen niet geneigd zijn om de vereiste meerderheid terug te schroeven.
Het komt echter voor dat in dergelijke situaties toch wordt ingestemd met een wijziging van de vereiste meerderheid. Het komt bijvoorbeeld voor dat de meerderheid zo graag wil dat de minderheid zal of blijft participeren in het kapitaal van de vennootschap of dat deze zich blijft inzetten voor de vennootschap, dat hij zijn meerderheidsmacht vrijwillig aan banden legt.
Een versterkt meerderheidsvereiste kan ook contractueel worden overeengekomen. Die contractuele regeling kan dat alleen gewijzigd worden met instemming van alle contractspartijen. Een contractueel versterkte meerderheidsvereiste werkt anders dan een wettelijk of statutair variant daarvan. Verwezen zijn naar par. 4.2.8.2 en 4.3.1.3.