Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.2.3
8.2.3 Het begrip identieke en soortgelijke goederen
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258561:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Equivalenten van deze definities zijn te vinden in artikel 15, lid 2, onderdelen a en b, CVA en onder het CDW-wetgevingspakket in artikel 142, lid 2, onderdelen c en d, TCDW.
Artikel 141, lid 4, UDWU.
HvJ EU 20 juni 2019, nr. C-1/18 (Oribalt Rīga tegen Valsts ieņēmumu dienests), ECLI:EU:2019:C:2019:519.
HvJ EU 20 juni 2019, nr. C-1/18 (Oribalt Rīga tegen Valsts ieņēmumu dienests), ECLI:EU:2019:C:2019:519, r.o. 28.
HvJ EU 20 december 2017, nr. C-529/16 (Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München), ECLI:EU:C:2017:984, r.o. 24 en aldaar aangehaalde rechtspraak.
Door het ontbreken van een limitatief afgebakend begrip van ‘alle elementen’, kan hierover praktijk discussie ontstaan en idealiter zou daar afstemming over moeten plaatsvinden. Douaneautoriteiten zouden daarbij inzicht moeten verschaffen in representatieve eenheidsprijzen van soortgelijke prijzen wat omwille van tijd en vertrouwelijkheid van de gegevens in de praktijk niet altijd kan.
Commentary 1.1. Identical or similar goods for the purpose of the Agreement. (Adopted, 3rd Session, 23 March 1982, 28.560).
Er moet in zo’n geval wel een prijsaanpassing plaatsvinden om het verschil in handelsniveau en/of hoeveelheid te overbruggen.
De grondslag van de transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen is gelegen in artikel 74, lid 2 onderdeel a respectievelijk b, DWU. Beide bepalingen zijn nader uitgewerkt in artikel 141 UDWU. In artikel 1, leden 4 en 14, UDWU is respectievelijk voorzien in een definitie voor identieke en soortgelijke goederen:1
[…]
identieke goederen: in de context van de douanewaarde, in hetzelfde land geproduceerde goederen die in alle opzichten hetzelfde zijn, met inbegrip van de materiële kenmerken, kwaliteit en reputatie. Geringe verschillen in uiterlijk zijn geen beletsel om goederen die voor het overige aan de definitie voldoen als identiek aan te merken;
[…]
soortgelijke goederen: in de context van de douanewaarde, in hetzelfde land geproduceerde goederen die, hoewel zij niet in alle opzichten hetzelfde zijn, gelijke kenmerken vertonen en gelijksoortige bestanddelen bevatten waardoor zij dezelfde functies kunnen vervullen en in de handel onderling vervangbaar kunnen zijn: de kwaliteit van de goederen, de reputatie ervan en de aanwezigheid van een fabrieks- of handelsmerk zijn factoren die onder meer in aanmerking moeten worden genomen om vast te stellen of goederen soortgelijk zijn.
[…]
Onder identieke en soortgelijke goederen worden geen goederen verstaan waarin engineering, ontwikkeling, werken van kunst, ontwerpen, tekeningen en schetsen zijn begrepen of tot uitdrukking gebracht die binnen de Europese Unie zijn verricht of vervaardigd.2 Dit is anders indien de daarmee verband houdende kosten niet in de transactiewaarde van de identieke of soortgelijke goederen zijn begrepen. In de zaak Oribalt Rīga tegen Valsts ieņēmumu dienests heeft het Hof van Justitie nadere richtsnoeren geformuleerd aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of sprake is van soortgelijke goederen.3 In navolging van A-G Wahl overweegt het Hof van Justitie dat voor het identificeren van soortgelijke goederen ‘alle elementen’ in aanmerking genomen moeten worden die van invloed kunnen zijn op de werkelijke economische waarde van de goederen.4 Daarmee introduceert het Hof van Justitie het ‘werkelijke economische waarde’-criterium ook voor de transactiewaarde van soortgelijke goederen in navolging van de transactiewaarde van ingevoerde goederen, om te rechtvaardigen welke factoren al dan niet in aanmerking genomen moeten worden voor het bepalen van de douanewaarde.5 Tegen deze achtergrond oordeelt het Hof van Justitie, naar mijn mening terecht en niet verwonderlijk gelet op de hiervoor geciteerde definitie in de CVA, dat de marktpositie van de goederen ook van invloed is op de werkelijke economische waarde en dus een rol bij de zoektocht naar soortgelijke goederen moet spelen. Niet wordt duidelijk wat de precieze reikwijdte van het begrip ‘alle elementen’ is, al lijken hieronder ook de prijselementen van de artikelen 71 en 72 DWU te kunnen worden geschaard (onderdeel 8.2.5).6 Ik meen dat dit oordeel ook relevant is voor de uitleg van het begrip soortgelijke goederen zoals gebruikt in de aftrekmethode en fall-back methode onder zowel het CDW als thans onder het DWU.
Op basis van eerdergenoemde definities lijkt de beoordeling of goederen als identiek of soortgelijk kunnen worden aangemerkt in het bijzonder verband te houden met de kwalitatieve kenmerken van de goederen. Ik meen dat daarnaast ook kwantitatieve maatstaven moeten worden aangelegd om de neutraliteit van het stelsel te waarborgen. Een levering van een kleine hoeveelheid identieke goederen op hetzelfde moment kan mijns inziens minder representatief zijn vergeleken met een grotere hoeveelheid identieke goederen die op een nagenoeg gelijk moment worden ingevoerd (onderdeel 8.2.4.2). Uit Commentary 1.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO zijn daarnaast diverse algemene regels te herleiden over wanneer de transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen toepassing vindt.7 Zo is sprake van identieke of soortelijke goederen, zelfs indien i) de ingevoerde goederen voor een ander doel na invoer worden ingezet, ii) de afnemer op een ander handelsniveau opereert en derhalve een andere prijs hanteert,8 en iii) kunnen goederen in niet-geassembleerde staat onder voorwaarden als identiek of soortgelijk aan de geassembleerde goederen aangemerkt worden. Hoewel natuurlijke producten zoals een bepaald type bloembol, groente of fruit weliswaar niet als identiek goed aangemerkt kan worden als hun afmetingen verschillend zijn, zijn zij niettemin aan te merken als soortgelijk voor zover zij commercieel uitwisselbaar zijn.