Zekerheid voor de vastgoedfinancier
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/4.5:4.5 Bewind bij insolventie van de hypotheekgever
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/4.5
4.5 Bewind bij insolventie van de hypotheekgever
Documentgegevens:
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS623098:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
IA 1986, Sch B.1 para 43. Zie hiervóór uitgebreider par. 3.7.1.
IA 1986, Sch B.1 para 41(2).
Hiermee benadert hij de positie van een bewindvoerder die door de rechtbank wordt aangewezen (out of court), zie Clark e.a. 2014, p. 568, voetnoot 26.
Ik ben in de literatuur geen motieven tegengekomen voor een hypotheekhouder om na faillissement de bewindvoerder als vertegenwoordiger van zichzelf aan te stellen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 3.8 werd al ingegaan op het effect van insolventie op de bevoegdheden van de hypotheekhouder. Een faillissement raakt deze bevoegdheden in beginsel niet. Anders is dat bij een surseance (administration); het uitoefenen van de hypothecaire bevoegdheden is dan verbonden aan toestemming van de bewindvoerder (administrator) of de rechtbank.1 Mocht het vastgoed voorafgaand aan de surseance al onder bewind zijn gesteld, dan vervalt dit bewind als de administrator dat eist:
‘(2) Where a company is in administration, any receiver of part of the company’s property shall vacate office if the administrator requires him to.’2
Ondanks dat de mogelijkheid om een bewindvoerder aan te wijzen in faillissement blijft bestaan, heeft een faillissement voor dat bewind wel gevolgen. Hoewel de concrete bevoegdheden van een receiver intact blijven, hij mag (en moet) nog steeds het vastgoed beheren, vervalt door het faillissement de bevoegdheid om de hypotheekgever te vertegenwoordigen. Dat houdt in dat vanaf de datum van faillissement de bewindvoerder het beheer in beginsel op eigen titel voert, en dus niet meer als vertegenwoordiger van de (failliete) hypotheekgever.3 Desgewenst kan de hypotheekhouder de bewindvoerder als zijn vertegenwoordiger aanwijzen. Deze optie ligt echter niet voor de hand, omdat daarmee de voordelen op het gebied van aansprakelijkheid teniet zouden worden gedaan.4