Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.8
3.8 Litispendentie; art. 12 Rv
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434220:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor het 'oud' procesrecht: HR 22 december 1989, NJ 1990, 689 (JCS); HR 3 juli 1995, NJ 1997, 54 (ThMdB).
Zie bijv. Rb. Alkmaar 3 maart 2005, NIPR 2005, 222.
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 45 (MvT).
Anders art. 27 lid 1 EEX-Vo, waarin de laatst geadieerde rechter verplicht is om de zaak aan te houden totdat de bevoegdheid van de eerst geadieerde rechter vaststaat. Die verplichting bestaat zelfs als gerechtelijke procedures in het buitenland in het algemeen buitengewoon lang duren, aldus HvJ EG 9 december 2003, C-116/02, Jur. 2003, p. 1-14693, Gasser/MISAT.
BR 3 juli 1995, NJ 1997, 54 (ThMdB).
De forum non conveniens-beslissing van de New Yorkse rechter maakt de Nederlandse rechter nog niet bevoegd. De Nederlandse rechter zal zijn rechtsmacht afzonderlijk moeten bepalen.
Karayanni (2004), p. 54.
Art. 12 Rv geeft een regeling voor litispendentie, die zowel geldt voor dagvaardingsprocedures als voor verzoekschriftprocedures (vgl. art. 27 EEX-Vo).1 Buiten de toepassing van verdragen en EG-verordeningen regelt art. 12 Rv op welke wijze de Nederlandse rechter dient te handelen indien een zaak voor een buitenlands gerecht is gebracht en nadien dezelfde zaak tussen dezelfde partijen bij de Nederlandse rechter aanhangig wordt gemaakt.2 Het tijdstip van aanhangigheid wordt bepaald volgens de lex fori.3 Art. 12 Rv schrijft voor dat wanneer in de buitenlandse procedure een in Nederland voor erkenning en, in voorkomend geval, voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing kan worden verwacht, de Nederlandse rechter de behandeling van de zaak kan aanhouden totdat daarin door de eerstbedoelde rechter is beslist. Indien de beslissing voor erkenning en executie in Nederland vatbaar blijkt te zijn, verklaart de Nederlandse rechter zich onbevoegd.
Art. 12 Rv verplicht de Nederlandse rechter niet tot aanhouding van de zaak.4 Aanhouding kan uitblijven bijvoorbeeld als de eiser of verzoeker een redelijk belang heeft om de zaak ook voor de Nederlandse rechter te brengen. Zo kan dat belang aanwezig zijn in verband met de gezondheidstoestand van de verzoeker en de omstandigheid dat een beslissing van de Nederlandse rechter kennelijk aanmerkelijk sneller is te verwachten dan bij het buitenlandse gerecht.5 Naar mijn mening behoeft de zaak evenmin te worden aangehouden indien deze bij de Nederlandse rechter aanhangig is gemaakt nadat een buitenlands gerecht zich forum non conveniens heeft verklaard. Een voorbeeld. De New Yorkse rechter acht zich ten aanzien van een bij hem ingestelde vordering uit onrechtmatige daad forum non conveniens, omdat de plaats van het schadebrengende feit in Nederland is gelegen. Hierop adieert de eiser de Nederlandse rechter, die op basis van art. 6 sub e Rv bevoegd is. 6 Procestechnisch blijft de procedure in New York aanhangig; de New Yorkse rechter blijft bevoegd, maar ziet af van de uitoefening van zijn bevoegdheid.7 Hierdoor ontstaat een geval van onbedoelde litispendentie. Aanhouding van de Nederlandse procedure heeft echter geen zin, omdat de New Yorkse rechter zich juist forum non conveniens heeft verklaard teneinde de eiser in staat de stellen de Nederlandse rechter te adiëren.