Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.5.2.3:III.6.5.2.3 Legaat onder voorwaarde: de aard van het legaat en wilsafhankelijke voorwaarden
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.5.2.3
III.6.5.2.3 Legaat onder voorwaarde: de aard van het legaat en wilsafhankelijke voorwaarden
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625541:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het legaat is eveneens een making en ook hiervoor geldt zodoende het bepaalde in afdeling 4.5.5 BW met betrekking tot voorwaardelijke makingen. De bepalingen van art. 4:137-140 BW zien evenwel, zoals ik zojuist opmerkte, met name op de erfstelling. Omdat de aard van het legaat het in het leven roepen van een verbintenis betreft (zie ook paragraaf 5.3.1), zijn op voorwaardelijke legaten de bepalingen omtrent voorwaardelijke verbintenissen in Boek 6 BW (afdeling 6.1.4 BW) van toepassing. En kan men zich voor wat de vraag naar de toelaatbaarheid van legaten waarvan de werking afhankelijk is gemaakt van andermans wil, wenden tot het leerstuk van de potestatieve voorwaarde (paragraaf 6.4). Dit leerstuk brengt mee dat de voorwaarde niet in strijd mag komen met het wezen van de verbintenis. Zoals ik in paragraaf 6.4.6 opmerkte, is dit niet het geval wanneer het legaat afhankelijk is gemaakt van:
Een zogenoemde ontbindende potestatieve voorwaarde.
De wil van iemand die niet bij het legaat verbonden is (zoals een derde).
Méér dan louter de wil van degene die verbonden is. Bijvoorbeeld van diens wil en de wil van anderen tezamen.
Het redelijk oordeel van degene die bij een legaat verbonden is.
Voorts dient met de voorwaarde niet te worden bewerkstelligd dat er op een ontoelaatbare wijze wordt geknutseld aan de inhoud van het legaat, bijvoorbeeld: ‘X is legataris, tenzij Y iemand anders aanwijst’. In dit geval is er sprake van een ongeoorloofde voorwaarde, omdat er wordt gehandeld in strijd met het bepaaldheidsvereiste. Er is door erflater immers geen afgebakende groep van personen genoemd, waaruit Y iemand kan aanwijzen. Ik verwijs voor wat toelaatbaar en ontoelaatbaar is met betrekking tot inhoudelijke wilsdelegatie, wederom naar het schema aan het slot van deel II van dit onderzoek.