Cessie
Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/VIII.11.5.4:VIII.11.5.4 De rechtsgevolgen van een handelen in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens
Cessie (O&R nr. 70) 2012/VIII.11.5.4
VIII.11.5.4 De rechtsgevolgen van een handelen in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens
Documentgegevens:
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS358788:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de artikelen 65-75 WBP.
Vgl. TM, Parl. Gesch. Boek 3, p. 190.
Zie de artikelen 65-75 WBP.
Zie HR 22 januari 1999, NJ 2000, 305 (Uneto/De Vliert). De overweging is ontleend aan: MvA, Parl. Gesch. Boek 3, p. 192. Vgl. voorts: HR 4 november 2005, NJ 2006, 204, m.nt. Mok (Van der Stroom/Staat).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
853. Rechtsgevolgen van een handelen in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens; art. 3:40 BW. Een handelen in strijd met de WBP kan tot bestuurs- en strafrechtelijke sancties leiden.1 Een belangrijke vraag is daarnaast of een schending van de WBP tot gevolg kan hebben dat de cessie of verpanding nietig of vernietigbaar is op grond van art. 3:40 BW. Deze vraag kan ontkennend worden beantwoord. Een cessie of verpanding is als zodanig niet in strijd met de WBP. Zij zijn niet gericht op een door de WBP verboden rechtsgevolg. De WBP beoogt enkel een niet-rechtmatige verwerking van persoonsgegevens tegen te gaan. Van strijd met een dwingende wetsbepaling als bedoeld in art. 3:40 lid 2 BW – dat betrekking heeft op het verrichten van een rechtshandeling in strijd met de wet – is daarom geen sprake.
Wel zou met wat goede wil betoogd kunnen worden dat de cessie of verpanding, afhankelijk van de omstandigheden, voor partijen het voorzienbare gevolg heeft dat in strijd met de WBP gehandeld wordt. De strekking van de cessie of verpanding zou dan in strijd zijn met de wet met als gevolg dat de cessie of verpanding mogelijk in strijd is met de openbare orde of goede zeden en daarmee nietig (art. 3:40 lid 1 BW).2 Het kan echter worden betwijfeld of de schending van de WBP, voor zover daarvan sprake is, een voldoende voorzienbaar gevolg is van de cessie of verpanding. De schending van de WBP is immers niet een gevolg van de cessie of verpanding als zodanig – de gegevensverstrekking is immers geen constitutief vereiste voor een cessie of verpanding –, maar van het feit dat de cedent/pandgever en/of de cessionaris/pandhouder niet aan de voorwaarden voor een rechtmatige gegevensverwerking (kunnen) voldoen.
En zelfs al zou wel kunnen worden aangenomen dat de strekking van de cessie of verpanding in strijd is met de WBP – indien voorzienbaar is dat de WBP wordt geschonden – dan is daarmee nog niet gezegd dat er dus sprake is van strijd met de openbare orde of goede zeden en dat de cessie/verpanding om die reden nietig is. De WBP heeft niet de strekking om de geldigheid van rechtshandelingen waarvan het verrichten, de inhoud of de strekking met de WBP in strijd is, aan te tasten. De WBP bevat enkel bestuurs- en strafrechtelijke sancties.3 De Hoge Raad heeft in het arrest Uneto/De Vliert geoordeeld dat als een rechtshandeling in strijd is met een wettelijke bepaling die niet de strekking heeft haar geldigheid aan te tasten, de rechtshandeling ook niet op grond van alleen die strijdigheid door inhoud of strekking in strijd kan worden geacht met de goede zeden of openbare orde in de zin van art. 3:40 lid 1 BW.4 Daarvoor is meer nodig. Hoewel de uitspraak betrekking heeft op het verrichten van een rechtshandeling in strijd met de wet, kan mijns inziens eenzelfde redenering worden gevolgd in de gevallen dat de inhoud of strekking van een rechtshandeling in strijd met de wet is. Het feit dat de strekking van de cessie of verpanding wellicht in strijd is met de WBP betekent dus nog niet dat de cessie of verpanding op grond van alleen die strijdigheid nietig is vanwege strijd met de goede zeden of openbare orde.
Bij zowel de goede zeden als de openbare orde gaat het om bepaalde in de maatschappij als fundamenteel ervaren normen. De goede zeden betreft vooral de moraliteit, terwijl de het bij de openbare orde gaat om de inrichting van de maatschappij. Het lijkt mij evident dat een cessie of verpanding die gepaard gaat met een gegevensverwerking die niet in overeenstemming is met de WBP, geen inbreuk oplevert op de goede zeden of openbare orde.