Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/1.1.1:1.1.1 Het bedrijfsbegrip van art. 6:181
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/1.1.1
1.1.1 Het bedrijfsbegrip van art. 6:181
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS297948:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De eventuele aansprakelijkheid van de producent (afd. 6.3.3 BW) telkens daargelaten. Zie daarover nader par. 3.5.3, 4.4.5 en 6.6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet ondenkbaar is dat het paard gedurende het meelopen in de carnavalsoptocht inderdaad uit eigen energie schade veroorzaakt. Door een schrikreactie steigert het dier en belandt met een been op de voet van een toevallige toe- schouwer. Deze benadeelde zoekt vervolgens een mogelijkheid om de door het paard aangerichte schade te verhalen. Een vraag die rijst, is of de carnavalsvereniging kan worden aangemerkt als degene die het paard tijdens het ongeval bedrijfsmatig gebruikte. De vraag of in het geval van de carnavalsvereniging aan het ‘bedrijfsbegrip’ van art. 6:181 wordt voldaan, speelt evenzeer in geval van schade wegens het gebruik dat zij in het kader van haar activiteiten maakt van andermans cirkelzaag, veewagen en loods. Algemener gesteld luidt de vraag: wat is de hoedanigheid van de op grond van art. 6:181 kwalitatief aansprakelijke? De vraag is namelijk niet alleen of hieronder verenigingen kunnen vallen, maar ook wat voor andere ‘organisaties’ als bijvoorbeeld stichtingen, ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en kerkgenootschappen geldt in geval van de inzet van de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken en dieren. Genoemd kunnen ook worden beroepsbeoefenaren zoals artsen en advocaten. Maakt het voor de toepassing van art. 6:181 werkelijk verschil of men nu in het lokale fitnesscentrum (‘bedrijf’) dan wel in de behandelkamer van een arts (‘beroep’) tijdens een inspanningstest van een gebrekkige ‘hometrainer’ valt?1 Of dat men op het kantoor van de plaatselijke autodealer (‘bedrijf’) dan wel advocaat (‘beroep’) door een gebrekkige stoel zakt? De positie van de overheid in relatie tot art. 6:181 is vandaag de dag evenmin uitgekristalliseerd. Kan de overheid geacht worden een ‘bedrijf’ in de zin van art. 6:181 uit te oefenen? Denk voor de relevantie van het antwoord op deze vraag bijvoorbeeld aan (schade door) de inzet van politiehonden en -paarden ter handhaving van de openbare orde, alsook aan interventies door de brandweer waarbij gebruik wordt gemaakt van allerhande materieel.