25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/52.3:52.3 Artikel 7:10 Awb: de beslistermijn
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/52.3
52.3 Artikel 7:10 Awb: de beslistermijn
Documentgegevens:
prof. mr. dr. A.T. Marseille, mr. M. Wever, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. dr. A.T. Marseille, mr. M. Wever
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
K.H. Sanders, De heroverweging getoetst: een onderzoek naar het functioneren van bezwaarschriftprocedures, Deventer: Kluwer 1999, p. 116 en p. 119; A.T. Marseille, Effectiviteit van bestuursrechtspraak, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004, p. 107.
ABRvS 26 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP0019, JB 2004/259.
HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM7040, JB 2010/249, m.nt. Schlössels.
Breed onderzoek naar de vraag in hoeverre bestuursorganen door die wijzigingen vaker op tijd beslissen is ons niet bekend.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beslistermijn voor het bestuursorgaan is voor de bezwaarmaker een garantie dat zijn bezwaar binnen afzienbare termijn is afgehandeld. Bij een informele, op de oplossing van het geschil gerichte procedure horen korte termijnen. De standaardtermijn van artikel 7:10 Awb bedraagt zes weken. Bij invoering van de Awb gold dat als gebruik werd gemaakt van een externe adviescommissie, het bestuursorgaan tien weken de tijd had. Het bestuursorgaan had de mogelijkheid de beslissing in het bezwaar met vier weken te verdagen. Verder uitstel was mogelijk, maar alleen met toestemming van de bezwaarmaker.1
In de praktijk bleken bestuursorganen veelal niet in staat de termijnen te halen. Onderzoek wees uit dat afdoening van een bezwaar gemiddeld ruim dubbel zo lang duurde als waar de wetgever vanuit was gegaan.2 De bestuursrechter toonde zich in geschillen over de uitleg van artikel 7:10 Awb behoorlijk bestuursvriendelijk. Zo nam hij aan dat toestemming voor verder uitstel van de beslistermijn geacht mocht worden te zijn verleend, als de bezwaarmaker niet had gereageerd op een verzoek daartoe van het bestuursorgaan.3 Ook oordeelde hij dat dat de overschrijding van de termijn om op een bezwaarschrift te beslissen niet per definitie betekent dat het bestuursorgaan onrechtmatig handelt. Daarvoor zijn ‘bijkomende omstandigheden’ nodig.4
De wetgever heeft zich bij de realiteit van de te laat op bezwaar beslissende bestuursorganen neergelegd en artikel 7:10 Awb in 2009 ten gunste van het bestuursorgaan gewijzigd. De standaard beslistermijn bedraagt nog steeds zes weken, maar begint pas te lopen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van bezwaar. Hoe eerder bezwaar wordt gemaakt, des te meer tijd het bestuursorgaan heeft om op het bezwaar te beslissen. De extra termijn voor als een externe adviescommissie is ingeschakeld, is met twee weken verlengd (zes in plaats van vier weken extra), net als de termijn waarmee beslissing op het bezwaar kan worden verdaagd.5
Tegenover de versoepeling van de beslistermijn voor het bestuur staan twee doekjes voor het bloeden voor bezwaarmakers. De eerste: als een rechtzoekende wil opkomen tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar, kan hij direct naar de rechter die mogelijkheden heeft om het bestuur te dwingen alsnog een besluit te nemen (artikel 6:2 (b) Awb). De tweede: een rechtzoekende kan een bestuursorgaan voor elke dag dat het te laat beslist dwangsommen laten verbeuren (artikel 4:17 Awb).
Al met al is de speelruimte voor het bestuursorgaan om de tijd te nemen op een bezwaar te beslissen aanzienlijk vergroot (het heeft nu maximaal 24 weken de tijd, waar het eerder maximaal 14 weken de tijd had) terwijl de opties die een bezwaarmaker ter beschikking staan om een bestuursorgaan tot tijdig beslissen te dwingen, de nodige assertiviteit vergen.