Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/3.5:3.5 Conclusie
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/3.5
3.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254096:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
431. In dit hoofdstuk stond de wijziging van de inhoud en rangorde van beperkte rechten door partijen centraal. Verschillende mogelijkheden zijn de revue gepasseerd. Daarbij heb ik onderscheid gemaakt tussen een meerzijdige wijziging en een eenzijdige wijziging. De mogelijkheid van een meerzijdige wijziging heb ik opgesplitst in een meerzijdige wijziging van de inhoud van beperkte rechten en een meerzijdige wijziging van de rangorde van beperkte rechten. De mogelijkheid van een eenzijdige wijziging is opgesplitst in een verlegging van een erfdienstbaarheid, een gedeeltelijke opzegging en het verlenen van een toestemming.
432. De wijziging van de inhoud of rangorde van een beperkt door partijen is in het goederenrechtelijk systeem in beginsel een meerzijdige rechtshandeling. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wijziging van de inhoud van een beperkt recht ligt besloten in het stelsel van art. 3:98 BW. Dat betekent dat een wijziging een aanvullende vestiging, een gedeeltelijke afstand of een combinatie van beide is, allemaal meerzijdige rechtshandelingen. Ook de wijziging van de rangorde van een beperkt recht op grond van (analogische toepassing van) art. 3:262 BW is mijns inziens een meerzijdige rechtshandeling. Bovendien is de verlegging van een erfdienstbaarheid een meerzijdige rechtshandeling. Ingevolge art. 5:73 lid 2 BW is de eigenaar van het heersende erf verplicht mee te werken aan de verlegging. Slechts via een gedeeltelijke opzegging kan een beperkt recht daadwerkelijk via een eenzijdige rechtshandeling worden gewijzigd. Dat past in het goederenrechtelijk systeem. Via het verlenen van een toestemming kan de inhoud van een beperkt recht alleen met verbintenisrechtelijke werking worden gewijzigd. Van een echte wijziging is dan geen sprake. Ook dat past in het goederenrechtelijk systeem.
433. In bepaalde gevallen is van een rechtshandeling überhaupt geen sprake, omdat de verandering niet is te kwalificeren als een juridische wijziging. Een analyse van de verlegging van een erfdienstbaarheid en van de consensuele inhoudswijziging door partijen laat zien dat als voor een wijziging een basis in de inhoud van het beperkte recht is te vinden, andere vereisten en rechtsgevolgen gelden. Als de verlegging van een erfdienstbaarheid plaatsvindt binnen de speelruimte van de akte van vestiging, is van een verlegging in de zin van art. 5:73 lid 2 BW geen sprake. Dat betekent dat een verplaatsing mag plaatsvinden met een vermindering van genot en dat een eigenaar van het heersende erf de eigenaar van het dienende erf in rechte moet betrekken als hij het met de verplaatsing niet eens is. Als een inhoudswijziging voldoende bepaald is in de akte van vestiging, is van een wijziging in de zin van art. 3:98 jo. art. 3:84 BW geen sprake. Dat betekent dat de wijziging zonder inschrijving van een notariële (wijzigings)akte in de openbare registers plaatsvindt.