Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.H.2.a
a. Algemeen
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS471291:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1987/1988, nr. 20490. Zie tevens onderdelen A.l.a en A.l.c van dit hoofdstuk, alsmede hfdst. 111, onderdeel B.
Kamerstukken II 1989/1990, nr. 21149, resp. Kamerstukken II 1989/1990, nr. 21148, nr. 1.
De Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, PbEU L20, 26 januari 2010) dateert uit 1979 (Richtlijn 79/ 409, PbEG L103, 25 april 1979) en heeft als doel het behoud van de vogelstand. De Habitatrichtlijn dateert uit 1991 (Richtlijn 92/43/EEG, PbEG L206, 22 juli 1992) en heeft als doel de instandhouding van habitats en soorten.
Zie o.m. het in onderdeel A.l.a van dit hoofdstuk besproken rapport ‘Landinrichting in de jaren negentig’, Kamerstukken II 1992/1993, 23239, nr. 2.
Kamerstukken II 1989/90, 21149, nrs. 2-3.
Zie S.D.P. Kole, Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden, p. 258 e.v.
Ten aanzien van deze ‘Robuuste Verbindingszones’ (RVZ) heeft het kabinet in 2011 besloten deze te schrappen en in plaats daarvan in te zetten op het beter verbinden van natuurgebieden met het omringende agrarisch gebied. Zie Aanhangsel Kamerstukken II 2010/2011, nr. 1303, p. 2: ‘ De Robuuste Verbindingszones waren onevenredig duur en zijn daarom bij de noodzaltelijke ombuigingen geschrapt.’ Zie tevens C.W.M. van Alphen, A. Driesprong, E.J. Govaers, D. Meloni, T. Tuenter, J.H.ICC. Soer, Raakvlakken RO 2010, p. 232, waar vermeld staat dat de begrenzing van de EHS op grond van art. 2, lid 2 Wet ammoniak en veehouderij, een taak van GS is.
Ontleend aan: W. Luijten, Reconstructie van het landelijk gebied: de rol van marktpartijen in het bieden van oplossingen bij vertraging, p. 36.
Kamerstukken II 2003/2004, 29576, nr. 1, p. 35 e.v. Zie tevens onderdeel A.3.C van dit hoofdstuk. Zie tenslotte S.D.P. Kole, Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden, p. 258, die er op wijst dat, als gevolg van de herijking (zie hierna) de omvang van de EHS zal worden teruggebracht naar 650.000 ha. Ook de einddatum zal worden opgeschoven naar het jaar 2021.
Op 16 december 1988 presenteert het kabinet zijn visie op de inrichting van Nederland in de Vierde nota Ruimtelijke Ordening.1 De plannen voor het landelijk gebied worden verder uitgewerkt in het Natuurbeleidsplan en de Structuurnota Landbouw, die in 1989 verschijnen.2 Ook de implementatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn3 neemt hierbij een belangrijke plaats in. Vooral het Natuurbeleidsplan kiest nadrukkelijk voor natuurbehoud en natuurontwikkeling. Actief ingrijpen door de overheid behoort voortaan tot de mogelijkheden.
Een groot deel van het agrarisch landschap is begin jaren ‘90 zo sterk verarmd, dat wel wordt gesproken van ‘dode landschappen.’4 De tijd van ‘pappen en nathouden’ is voorbij, zoveel is duidelijk. De meeste natuurlijke ecosystemen, zoals de wadden, heidevelden en hoogvenen kunnen alleen door aankoop (door bijvoorbeeld natuurbeschermingsorganisaties) beschermd worden. Voor het behoud en de wederopbouw van deze gebieden is een samenhangend netwerk van natuurgebieden omgeven door bufferzones en beheerd door deskundige organisaties het enige perspectief. In het natuurbeleid, zoals neergelegd in het Natuurbeleidsplan, staat sinds 19905 de vorming van de een dergelijk netwerk centraal. Dit netwerk staat bekend onder de naam Ecologische hoofdstructuur.6 De EHS omvat de belangrijke natuurgebieden in Nederland en robuuste verbindingen tussen die gebieden.7 Grote delen van de geplande EHS zijn thans nog in gebruik als landbouwgrond.
Om de natuurdoelen te realiseren is aankoop (en vervolgens inrichting en beheer) van natuurgebieden niet voldoende. Ook de milieukwaliteit in de natuurgebieden moet verbeteren, zodat de (door Europa) toegekende natuurdoeltypen gehaald kunnen worden. Het gaat dan met name om het verbeteren van de waterkwaliteit, het verminderen van verdroging en het terugdringen van ammoniakdepositie, 8
In Nederland zou aanvankelijk, vóór het jaar 2018, 728.500 hectare EHS gerealiseerd moeten worden. Dat was het uitgangspunt in het Meerjarenprogramma Vitaal Platteland uit 2004.9 Het gaat hier deels om functiewijziging van bestaande natuur en deels om realisatie van nieuwe natuur.