Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/5.1.1
5.1.1 Terminologie
1
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264573:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
In dit hoofdstuk gebruik ik hoofdzakelijk de Engelstalige terminologie. Als ik een begrip introduceer, geef ik waar mogelijk ook de betekenis in het Afrikaans.
Zie §5.2.2 en §5.4.3.
Cape Provincial Division 7 juli 1997, Weider Health & Fitness Centre, 1997 (SA) 646 (C), p. 654; Van der Merwe 1989, p. 651-652. Een andere uitdrukkingswijze van deze regel in het Afrikaans is: die pandhouer het nie die vruggenot en gebruiksreg van die saak nie: De Wet & Van Wyk 1992, p. 410.
Witwatersrand Local Division 15 april 1996, Simon NO and Others v Mitsui and Co Ltd and Others, 1997 (2) SA 475 (W), p. 500-501. Afrikaans: rekenskap van die vrugte.
Cape Provincial Division 7 juli 1997, Weider Health & Fitness Centre, 1997 (SA) 646 (C), p. 654; Wille/Scott & Scott 1987, p. 140; Van der Merwe 1989, p. 626, 635 en 658; De Wet & Van Wyk 1992, p. 410; Wille/Du Bois e.a. 2007, p. 633 en 647; Lubbe & Scott 2008, nr. 360, 365 en 426-427; Schoeman 2008, p. 40; Titus 2012, p. 238; Silberberg & Schoeman/Badenhorst, Pienaar & Mostert 2015, p. 365 en 393; Brits 2016, p. 142-143.
Roos 1995, p. 173-175; Brits 2016, p. 217.
In het Zuid-Afrikaanse recht lijkt de term antichresis te zijn gereserveerd voor wat ik aanduid als het rentepandgebruik.2 Voor het aflossingspandgebruik bestaat geen afzonderlijke term. Wel komt de aflossingsfunctie van het recht van pandgebruik tot uitdrukking in twee regels van Zuid-Afrikaans zekerhedenrecht. Ten eerste is dit de regel dat de pandhouder niet bevoegd is om het onderpand te genieten in zijn eigen voordeel (the pledgee is not permitted to use a pledged object for his own benefit - die verpligting wat op die pandhouer rus om die saak sorgvuldig te bewaar en nie tot sy eie voordeel te gebruik nie).3 Ten tweede is dit de regel dat de vuistpandhouder verplicht is om de vruchten van het onderpand te trekken en hierover rekening en verantwoording af te leggen (account for the fruits - rekenskap van die vrugte).4 Zoals ik in §5.2.1 en §5.4.1 zal betogen, leidt de samenhang tussen deze twee regels tot een aflossingspandgebruik.
Partijen kunnen bij overeenkomst afwijken van de regels dat de pandhouder niet bevoegd is om het onderpand te genieten in zijn eigen voordeel en verplicht is om de vruchten van het onderpand te trekken en hierover rekening en verantwoording af te leggen. Een hiertoe strekkend beding staat in de Zuid-Afrikaanse literatuur bekend onder de namen pactum antichresis en pactum antichreseos. Het opnemen van zo’n beding leidt ertoe dat de gebruiksopbrengst van het onderpand ten goede mag komen aan de pandhouder. De gebruiksopbrengst kan dan in de plaats komen van een rentepercentage.5 Met andere woorden: naar Zuid-Afrikaans recht duiden de termen pactum antichresis of pactum antichreseos veelal op de vestiging van een rentepandgebruik. Soms lijken pactum antichresis of pactum antichreseos echter niet specifiek te verwijzen naar de rentefunctie van het pandgebruik, maar algemeen naar de afspraak waarbij partijen afbakenen welke gebruiksbevoegdheden aan de pandgebruiker toekomen.6
In dit hoofdstuk hanteer ik in plaats van pactum antichresis of pactum antichreseos dezelfde term als elders in dit proefschrift: beding van pandgebruik of pactum antichreticum. Steeds geef ik bij het gebruik daarvan aan welke betekenis ik er in een concreet geval aan geef. Met beding van pandgebruik of pactum antichreticum duid ik ofwel op een beding waarmee partijen een rentepandgebruik vestigen, ofwel op een beding waarin partijen afbakenen welke gebruiksbevoegdheden toekomen aan de pandgebruiker.