Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/5.3
5.3 Uitoefening van het recht van pandgebruik
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264419:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
De zorgplicht van de pandhouder en de met deze zorgplicht corresponderende gradatie van schuld behandel ik in §5.4.2. Zie hierover Wille/Scott & Scott 1987, p. 140-141; Van der Merwe 1989, p. 635 en 664-665; De Wet & Van Wyk 1992, p. 410; Wille/Du Bois e.a. 2007, p. 637, 644 en 649; Lubbe & Scott 2008, nr. 360 en 426; Silberberg & Schoeman/Badenhorst, Pienaar & Mostert 2015, p. 393; Brits 2016, p. 147-149; Transvaal Provincial Division 15 november 1910, Israel v Solomon, 1910 TPD 1183, p. 1187; Transvaal Provincial Division 14 september 1914, Nyabele v Pieterse, 1914 TPD 516, p. 518-519; Witwatersrand Local Division 10 oktober 1921, Judes v SA Breweries Ltd, 1922 WLD 1, p. 8; Griqualand West Local Division 27 juni 1934, SA Breweries v Levin, 1934 GWL 33, p. 35-36; Appellate Division 31 oktober 1935, South African Breweries v Levin, 1935 AD 77, p. 84; Cape Provincial Division 7 juli 1997, Weider Health & Fitness Centre, 1997 (SA) 646 (C), p. 653-654.
Zonder nadere afspraak is de pandhouder naar Zuid-Afrikaans recht bevoegd en verplicht de vruchten van het onderpand te trekken in het belang van de pandgever. Daarnaast dient de pandgebruiker de waarde van het pandobject in stand te houden. Zodoende is de pandgebruiker bevoegd om alle handelingen te verrichten die bijdragen aan de maximalisatie van de vruchtopbrengst of het waardebehoud van het onderpand. De grens van de gebruiksbevoegdheid van de pandhouder ligt bij het verrichten van handelingen die niet in het belang zijn van de pandgever. Wil de pandgebruiker de bevoegdheid hebben om het onderpand te gebruiken in zijn eigen voordeel, dan dient hij een pactum antichreticum in de pandovereenkomst op te nemen. Voorts is de pandgebruiker aansprakelijk voor iedere waardevermindering van het onderpand die door zijn schuld is ontstaan.1
In deze paragraaf behandel ik de uitoefening van het recht van pandgebruik aan de hand van de verschillende zekerheidsrechten die het Zuid-Afrikaanse recht kent en de goederen waarop deze zekerheidsrechten rusten: pledge, het analoge recht van pledge uit cession in securitatem debiti op vorderingen en aandelen, de pledge uit een perfected general notarial bond op een onderneming, de mortgage op registergoederen en de verpanding van beperkte rechten door hetzij mortgage, hetzij pledge. Vervolgens besteed ik aandacht aan de gevolgen die het intreden van verzuim of faillissement hebben voor het recht van pandgebruik. Ten slotte ga ik in op de vraag in hoeverre de pandgebruiker kosten die hij met betrekking tot het onderpand heeft gemaakt, kan terugvorderen van de pandgever.
5.3.1 Roerende zaken (pledge)5.3.2 Vorderingen en aandelen (pledge)5.3.3 Ondernemingen (general notarial bond en pledge)5.3.4 Onroerende zaken (mortgage) en de inning van huurvorderingen5.3.5 Beperkte rechten5.3.6 Verzuim en faillissement5.3.7 Gemaakte kosten