Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.3.3.1
3.3.3.1 Begrijpelijkheid: tekst-, zin- en woordniveau
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661409:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie www.rijkshuisstijl.nl > Organisatiespecifieke richtlijnen> Belastingdienst>Taalgebruik Belastingdienst> Formulering en Toon Belastingdienst (geraadpleegd 21 april 2020): ‘De teksten die wij als Belastingdienst publiceren moeten voor ieder lid van iedere doelgroep te begrijpen zijn. Om dat voor elkaar te krijgen, is het noodzakelijk dat wij onze teksten eenvoudig en duidelijk formuleren. Wat bedoelen we daarmee? Er bestaat een hardnekkig misverstand dat we daarmee “Jip en Janneke taal” zouden bedoelen; dat is uitdrukkelijk niet het geval.’; Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014; Belastingdienst, Taal- en Tekstafspraken 2014, p. 6.
Belastingdienst, Taal- en Tekstafspraken 2014, onderdeel ‘Formulering’, p. 6.
Belastingdienst, Taal- en Tekstafspraken 2014, onderdeel ‘Structuur, p. 6. Vgl. www.rijkshuisstijl.nl > Organisatiespecifieke richtlijnen > Belastingdienst > Taalgebruik Belastingdienst > Tekstopbouw Belastingdienst (geraadpleegd 21 april 2020).
Belastingdienst, Taal- en Tekstafspraken 2014, onderdeel ‘Formulering’, p. 6-8.
Belastingdienst, Huisstijlwijzer checklist taal (geraadpleegd op 19 december 2019); Belastingdienst, Taal- en Tekstafspraken 2014, onderdeel ‘Formulering’, p. 6-8, par. 8-10.
Begrijpelijkheid betekent niet ‘Jip-en-Janneke-taal’, maar toegankelijk taalgebruik voor de doelgroep (zoals burgers met weinig fiscale kennis).1 ‘Eenvoudig en duidelijk formuleren is daarbij het belangrijkst’, aldus de Taal- en Tekstrichtlijnen.2 Dat vraagt van de Belastingdienst dus inspanningen op tekst-, zin- en woordniveau.
Op tekstniveau moet de tekst als geheel een logische opbouw hebben, overzichtelijk zijn en een in één oogopslag heldere, ‘scannable layout’ bevatten (‘structuur’).3 Onder andere korte alinea’s, tussenkoppen, korte tekstdelen en opsommingen dragen hieraan bij, zo laten de Taal- en Tekstafspraken zien.
Op zinsniveau (‘formulering’) wordt begrijpelijkheid bevorderd door ‘eenvoudig en duidelijk’ formuleren.4 Dan gaat het volgens de Taal- en Tekstafspraken om zinnen met een eenvoudige structuur (geen tangconstructies of opeenstapelingen van bijzinnen), korte zinnen, positieve formuleringen (geen dubbele ontkenningen) en geen vaag taalgebruik (geen onpersoonlijke lijdende vorm). Ook dienen formuleringen slechts voor één uitleg vatbaar te zijn (geen dubbelzinnigheid).
Op woordniveau geldt onder andere dat jargon moet worden vermeden (ambtelijke uitdrukkingen, bijvoorbeeld niet: ‘onderhavige’, maar ‘dit’), zo volgt uit de Taal- en Tekstafspraken.5 Dat geldt ook voor afkortingen (bijv. niet ‘IB’ maar ‘Inkomstenbelasting) en onnodig moeilijke woorden (bijvoorbeeld niet ‘gehuwd’ maar ‘getrouwd’, niet ‘verschuldigd zijn’ maar ‘moeten betalen’). Steeds wordt het ‘duidelijkste of meest gangbare begrip’ gehanteerd. Met fiscale en juridische termen ligt dat genuanceerder, zoals hierna wordt toegelicht.