Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.2.3.3
2.2.3.3 Van anderen afkomstige informatie over agendapunten
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649593:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 32 014, nr. 3 (MvT), p. 22.
HR 10 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1657, NJ 1995/595 m.nt. Maeijer (Janssen Pers). Voorts kan dan sprake zijn van twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken respectievelijk wanbeleid (Zie bijvoorbeeld OK 7 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1911, JOR 2018/276 m.nt. Holtzer (DMBH), r.o. 3.4.
Dit wordt ook wel het hoorrecht genoemd (Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 258).
Rb. Noord Nederland 7 mei 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2048, r.o. 4.46.
Uit de paragrafen 2.2.2.1 tot en met 2.2.2.5 blijkt hoe agendapunten omschreven moeten worden, en dat het ontbreken van een toelichting op een besluitpunt kan maken dat het genomen besluit vernietigbaar is. In het verlengde hiervan kan de vraag opkomen of in bepaalde gevallen bij een besluitpunt ook informatie afkomstig van een ander dan het bestuur moet worden opgenomen om de vernietigbaarheid van het besluit te voorkomen. Ik denk dan in de eerste plaats aan het in art. 49c Wge bepaalde. Het artikel voorziet voor aandeelhouders van bepaalde vennootschappen in de mogelijkheid om onder voorwaarden (waarover par. 2.4.6.5) door hen ter beschikking gestelde informatie over een geagendeerd onderwerp te laten verspreiden onder de andere aandeelhouders. Uit de toelichting op het artikel blijkt dat als de vennootschap op de voet van art. 49c Wge aangeleverde informatie niet aan de andere aandeelhouders verzendt, dit niet afdoet aan de geldigheid van de in de algemene vergadering genomen besluiten.1
Bij andere vennootschappen dan die waar art. 49c Wge op van toepassing is bestaat er voor aandeelhouders (en andere kapitaalverschaffers) geen afdwingbaar recht op informatieverspreiding via de vennootschap. De vraag of het niet-verspreiden van door kapitaalverschaffers aangeleverde informatie over een geagendeerd onderwerp kan leiden tot de vernietigbaarheid van een daaromtrent genomen besluit, speelt bij deze vennootschappen daarom slechts binnen het kader van art. 2:8 BW.
Ten aanzien van het voorgenomen ontslagbesluit van een bestuurder of commissaris kan men zich verder nog de vraag stellen of de betreffende bestuurder of commissaris het recht heeft te verlangen dat de vennootschap zijn visie op het voorgenomen ontslag bij het agendapunt voegt, dan wel die visie op andere wijze voorafgaand aan de vergadering onder de vergadergerechtigden verspreidt. Richtinggevend is dat het ontslagbesluit vernietigbaar is op grond van art. 2:15 lid 1 sub b jo art. 2:8 BW als de bestuurder of commissaris onvoldoende gelegenheid heeft gehad om zich tegen het ontslag te verdedigen.2 Dat de functionaris die ontslagen dreigt te worden zich tegen het voorgenomen ontslag moet kunnen verdedigen,3 brengt evenwel niet met zich dat op de vennootschap in algemene zin een plicht rust om op verzoek door de functionaris ter beschikking gestelde informatie over het ontslag te verspreiden. Veeleer is het zo dat de bestuurder of commissaris ter vergadering, voordat de stemming plaatsvindt, zijn zienswijze op het voorgenomen ontslag moet kunnen geven.
De bestuurder of commissaris kan voorafgaand aan de algemene vergadering waarin over zijn ontslag zal worden gestemd, wel reeds zelf de vergadergerechtigden in kennis stellen van zijn visie op het voorgenomen ontslag.4 Naar mijn mening kan de betreffende bestuurder of commissaris in dat kader met recht verlangen dat de vennootschap hem, voor zover mogelijk, informatie verstrekt waarmee hij de (bij de vennootschap bekende) vergadergerechtigden kan bereiken.