Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/1.5
1.5 Rechtsvergelijking
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS369972:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Europese Commissie 2012 – Verslag toepassing Richtlijn 2004/25/EG, p. 4-5.
Zie met verwijzingen Sersale 2010, p. 189; het consultatiedocument van de Italiaanse beurstoezichthouder Consob van 6 oktober 2010, bijlage 6, p. 9 en Tucci 2005, p. 12 e.v. (met bijzondere aandacht voor acting in concert in het bankwezen). Zie voor een uitgebreide empirische analyse van het fenomeen aandeelhoudersovereenkomsten in Italië en de betekenis daarvan voor de corporate governance Baglioni 2008 en Gianfrate 2007, p. 122-132.
Zie ook Nieuwe Weme 2004, p. 66.
Rechtsvergelijking is voor dit onderzoek van grote toegevoegde waarde. Alle lidstaten – alsmede de EER-landen Liechtenstein, Noorwegen en IJsland – hebben sinds de Overnamerichtlijn een verplicht bod-regeling. Gelet op het karakter van minimumharmonisatie van die richtlijn (zie § 3.3) zijn grote verschillen ontstaan1, ook ten aanzien van acting in concert. Niet alleen worden de verschillen en overeenkomsten onder de loep genomen, maar ook wordt gekeken naar de ervaringen met de verschillende regelingen in de praktijk.
In de rechtsvergelijking betrek ik de volgende lidstaten: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië en België. Voor het Verenigd Koninkrijk en Duitsland spreekt dat zij reeds voorafgaand aan de Overnamerichtlijn ervaring hadden met het verplicht bod en acting in concert. Italië2 en Frankrijk zijn met name interessant omdat in deze landen een cultuur van aandeelhouderssamenwerking bestaat hetgeen vanzelfsprekend van invloed is geweest op het normatieve kader. Het Zwitserse recht is in de rechtsvergelijking betrokken aangezien daar veel ervaring is opgedaan met het verplicht bod. Daarbij komt dat Zwitserland geen EU-lidstaat is en het Zwitserse recht dus niet rechtstreeks is beïnvloed door de Overnamerichtlijn. Dit is vanuit rechtsvergelijkend perspectief interessant. Vergelijking met de VS ligt niet voor de hand omdat het federale recht, alsmede het voor het ondernemingsrecht toonaangevende recht van de staat Delaware, de biedplicht niet kent.3
Waar relevant verwijs ik in het onderzoek naar de buitenlandse regels. Omdat bij die verwijzing vaak de ruimte ontbreekt om die regels in al hun nuances aan te halen heb ik ervoor gekozen om de acting in concert-regels van de onderzochte landen in een afzonderlijk hoofdstuk weer te geven (hoofdstuk 5). Het voordeel daarvan is ook dat de verschillen in implementatie direct in het oog springen. Ten slotte wordt aldus een snelle toegang geboden tot het buitenlandse recht met het oog op de internationale praktijk en eventueel nader onderzoek.