Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.4.3.10:6.4.3.10 Omgevingswet
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.4.3.10
6.4.3.10 Omgevingswet
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353793:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten tijde van de internetconsultatie van het concept Wet natuurbescherming door het Ministerie van ELenl had het Ministerie van IenM reeds vergevorderde plannen voor een Omgevingswet.1 Aangezien deze wet het gehele omgevingsrecht, inclusief het natuurrecht, betreft lijkt het mij logisch dat het kabinet aangeeft waarom een Wet natuurbescherming nog nodig is naast een Omgevingswet. Daarvoor zouden goede - wellicht ook wetssystematische - redenen kunnen zijn, maar het kabinet houdt zelfs in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wet natuurbescherming vast aan het uitgangspunt dat er een Wet natuurbescherming moet komen, die dan voor wat betreft 'relevante onderdelen' relatief eenvoudig kunnen worden ingepast in de Omgevingswet.
De concept-memorie van toelichting vermeldt: 'Het kabinet heeft vastgesteld dat het voorstel voor de Wet natuurbescherming voldoet aan de (...) uitgangspunten zoals deze in het kader van de herijking van het omgevingsrecht voor de toekomstige Omgevingswet zijn geformuleerd. Het voorstel draagt bij aan doelstellingen van de Omgevingswet en is afgestemd op de uitgangspunten daarvan. Er doen zich geen conflicten voor die aan een procedurele integratie van essentiële ruimtelijke afwegingen en aan het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van de natuuraspecten bij gebiedsontwikkeling in de weg staan. Omdat de voorgestelde begrippen en definities aansluiten op de Omgevingswet, kunnen relevante onderdelen van het voorstel voor de Wet natuurbescherming relatief eenvoudig worden ingepast in de Omgevingswet. Dat wordt lopende het wetstraject van de Omgevingswet uitgewerkt.'2
Wetssystematisch acht ik het onjuist en onverdedigbaar dat het kabinet vasthoudt aan twee bundelingsoperaties terwijl het zich realiseert dat de reikwijdte van het ene voorstel - de Omgevingswet - dat van het andere -de Wet natuurbescherming - duidelijk overlapt. Daarmee neemt het kabinet het aanzienlijke risico dat onafhankelijk van elkaar twee wetssystemen door bundeling tot stand worden gebracht, waarin pas in een later stadium via een derde bundelingsoperatie samenhang zal moeten worden gebracht. Het kabinet verwacht dat de Wet natuurbescherming bijdraagt aan de doelstellingen van de Omgevingswet, is afgestemd op de uitgangspunten daarvan, dat zich geen conflicten voordoen die aan een procedurele integratie van essentiële ruimtelijke afwegingen en aan het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van de natuuraspecten bij gebiedsontwikkeling in de weg staan, alsmede dat de voorgestelde begrippen en definities aansluiten op de Omgevingswet. Wat daarvan ook zij, zulks biedt op zichzelf nog geen garantie voor een succesvolle bundeling van natuurregels in de Omgevingswet. In elk geval kan men zich afvragen in hoeverre sprake kan zijn van een toekomstbestendige Omgevingswet en Wet natuurbescherming als reeds nu in statu nasciendi duidelijk is dat onderdelen van de laatste wet in de eerste zullen worden overgeheveld.
Mijn dringend advies aan het kabinet is dan ook om expliciet aan te geven welke samenhangcriteria de Omgevingswet zullen bepalen en aan de hand daarvan te beslissen in hoeverre de thans in het concept Wet natuurbescherming opgenomen regels in het wetssysteem van de Omgevingswet een plaats moeten krijgen.