Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.3.3.2
3.3.3.2 Juridische terminologie en fiscale begrippen?
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661616:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Belastingdienst, Terminologie en jargon (laatstelijk geraadpleegd april 2020).
Vgl. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 6.2: ‘Het taalproject heeft de vaak complexe wet- en regelgeving als basis.’; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1997-2001, par. 6.2: ‘Het onderdeel 'schriftelijke communicatie' heeft de vaak complexe fiscale wet- en regelgeving als basis.’
Belastingdienst, Terminologie en jargon (laatstelijk geraadpleegd april 2020).
Zie https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/na_een_overlijden/content/inkomstenbelasting_waar_moet_ik_aan_denken_als_ik_voor_mijzelf_aangifte_doe_na_een_erfenis (laatstelijk geraadpleegd 11 dec 2020).
Zie https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/schenken/content/schenken-bij-een-morele-verplichting (laatstelijk geraadpleegd 11 december 2020).
Zie https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/werk-en-inkomen/content/wat-zijn-inkomsten-uit-overig-werk (geraadpleegd 13 december 2019): ‘Dan hebt u - wat wij noemen - inkomsten uit overig werk.’
Nijenhuis 2018, p. 148.
Nijenhuis 2018, p. 148.
Renkema en Leuverink 2011.
De Belastingdienst kan als uitvoerder uiteraard niet om fiscale en juridische terminologie heen.1 Het ‘basismateriaal’2 – fiscale wet- en regelgeving – bevat immers technische concepten en juridische terminologie. Complicerende factor voor begrijpelijke communicatie is dat dergelijke begrippen geen referent in de gewone taal hebben (paragraaf 2.2.2.2). Zij hebben juist een specifieke juridische betekenis. Bijvoorbeeld bij fiscaaltechnische termen zoals ‘terbeschikkingstellingsregeling’, eigenwoningforfait’, ‘middeling’ en ‘aanmerkelijk belang’.
Bovendien zijn er begrippen waarvan de fiscale betekenis afwijkt van de betekenis in het gewone spraakgebruik, zoals bij ‘partner’, ‘fout’ of ‘voordeel’.
Hoe gaat de Belastingdienst hiermee om? Het ene uiterste is dergelijke terminologie weglaten, het andere uiterste is deze ongewijzigd overnemen. Mijn indruk is dat de Belastingdienst veelal kiest voor het midden, oftewel de ‘light variant’ van het ongewijzigd gebruiken van juridische terminologie. Terminologie is ‘niet altijd te vermijden’, zo onderkent de Belastingdienst, maar begripsproblemen in zo’n geval worden beperkt door dergelijke begrippen van een toelichting te voorzien.3
Bijvoorbeeld door de uitleg te combineren met een definitie, zoals in: ‘Dat noemen we het heffingsvrij vermogen’4 of de variant: ‘We noemen dit ook wel 'het nakomen van een natuurlijke verbintenis'.’5
Bovendien laat voorlichting voorbeelden zien waarin een fiscaal begrip wordt vervangen door of vergezeld van een meer ‘herkenbare’ variant.
Bijvoorbeeld niet ‘ter beschikking stellen’ maar ‘beschikbaar stellen’6 of niet ‘resultaat uit overig werk’ maar ‘inkomsten uit overig werk’.7
Overigens geldt hierbij geen garantie op succes. Door de Belastingdienst gehanteerde begrippen worden niet steeds begrepen zoals bedoeld.
Nijenhuis geeft als voorbeeld dat de Belastingdienst met een ‘eigen woning’ een koopwoning (waarop vaak een hypotheek rust) bedoelt, terwijl bijvoorbeeld een jongere die net op zichzelf is gaan wonen zijn gehuurde appartement als ‘eigen woning’ ziet.8 Bij het invullen van de aangifte gaat het mis, wanneer de invuller dan niet de toelichting raadpleegt en denkt het juiste in te vullen. Op de Website gebruikt de Belastingdienst het begrip ‘koopwoning’, dat volgens Nijenhuis ‘veel beter’ wordt begrepen.9 Ook in eerder onderzoek van Renkema en Leuverink kwam naar voren dat door de Belastingdienst gehanteerde begrippen niet altijd overeenkomen met de woorden waar burgers op zoeken voor informatie (bijv. niet ‘eigenwoningschuld’ maar ‘hypotheekrenteaftrek’ of ‘koophuis’, niet ‘erfbelasting’ maar ‘dood’ of ‘sterfgeval’).10
Dit illustreert overigens ook hoe snel de burger op het verkeerde been kan raken als begrippen juridisch een andere betekenis hebben dan in het gewone spraakgebruik (paragraaf 2.2.2.2).