Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.3.1:10.4.3.1 De vertrouwensbescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.3.1
10.4.3.1 De vertrouwensbescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS413482:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hierna maak ik gebruik van delen uit een artikel van mijn hand, namelijk: Van Hoof 2013.
Reehuis 1987, nr. 227.
De verkrijger wordt niet alleen beschermd om billijkheidsredenen, maar ook ten behoeve van het rechtsverkeer. Zie: Nieskens/Van der Putt, Derdenbescherming (Mon. Nieuw BW A22), Deventer: Kluwer 2002, p. 15.
Verstijlen 1994, p. 113; Verhagen 2002a, nr. 24, p. 255 e.v.; Struycken 2009, p. 176-7.
Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3,5 en 6), p. 1337. Vgl. §9.4.7.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een verkrijger verkrijgt naar huidig recht een roerende zaak onbezwaard indien hij het stille pandrecht niet kent of behoort te kennen op basis van artikel 3:86 lid 2 BW.1 Hij is zelfs te goeder trouw indien hij weliswaar kan vermoeden dat een stil pandrecht bestaat, maar er redelijkerwijs van uit mag gaan dat de zekerheidsgerechtigde het stille pandrecht niet zal uitoefenen. Een verkrijger om baat mag er relatief snel van uitgaan dat de zekerheidsgerechtigde hem niet zal lastigvallen. Volgens Reehuis heeft een schuldeiser in beginsel geen reden om zich te verzetten tegen vervreemding van verpande zaken binnen het kader van een normale bedrijfsuitoefening.2 Een verkrijger wordt onder meer relatief snel beschermd, omdat de belangen van de verkrijger en de schuldeiser elkaar niet hoeven te bijten.3 In theorie kan de schuldenaar de schuldeiser betalen met de ontvangen koopprijs. Daarnaast is het aannemelijk dat de zekerheidsgerechtigde tevens alle vorderingen bij voorbaat aan zich heeft laten verpanden.
Een verkrijger van een vordering wordt niet beschermd tegen een stil pandrecht door artikel 86, ondanks het feit dat hij het stille pandrecht mogelijk niet kent of behoort te kennen. Verschillende auteurs hebben de bescherming bepleit van verkrijgers van vorderingen naar analogie van de bescherming van verkrijgers te goeder trouw op basis van artikel 3:86 lid 2 BW.4 De Minister had deze bescherming destijds achterwege gelaten, om te voorkomen dat het BW minder bescherming bood aan de eerste zekerheidsgerechtigde dan het onder oude burgerlijk recht.5 Hij wilde immers bestaande financieringspatronen voortzetten en zijn vingers niet branden aan eventuele verbeteringen.