Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.3.1.1
4.3.1.1 Openbaarheid van processtukken tijdens procedure
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS306151:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Stein/Rueb (2002), p. 31. Stein/Rueb past aldus art. 28 lid 3 Rv analoog toe, want feitelijk ziet dit artikellid slechts op de fase na afloop van de procedure.
De Boer (1985), p. 837.
De Hoge Raad heeft bovendien in een arrest van 23 oktober 1936, NJ 1936, p. 935, overwogen dat hetgeen voor uitspraken in strafzaken geldt, van overeenkomstige toepassing is op processen-verbaal van terechtzittingen in strafzaken.
Zie Bosch-Boesjes 2005 (MC Rv), art. 838, aant. 1, die vermeldt dat dit artikel de algemene regel bevat dat aan allen die dat wensen, tegen betaling een afschrift wordt afgegeven van alle akten die onder de griffier of de bewaarders van het openbare register rusten. Onder die akten moeten mijns inziens ook procesakten gerekend worden. Volgens het oude recht behelsde de expeditie (of uitgifte) van een civiel vonnis op grond van art. 62 (oud) Rv onder andere de conclusies van partijen, die de procureurs van partijen verplicht waren in afschrift aan de griffier ter hand te stellen (art. 44, Reg1.1). Mocht derhalve op grond van art. 838 Rv eenieder afschrift of uittreksel van een civiele uitspraak verlangen, en dienden civiele uitspraken op hun beurt eveneens de conclusies van partijen te bevatten, dan is redelijk dat degene die het meerdere mocht (afschrift of uittreksel van de uitspraak), ook tot het mindere zou moeten worden toegelaten (i.e. afschrift of uittreksel van een processtuk, of desnoods slechts inzage daarin). Aldus redeneerde ook Van RossemCleveringa (1972), aant. 1 bij art. 838 (oud) Rv die de audiëntiebladen (waaraan ingevolge art. 60 en art. 62 Rv het vonnis en de overige processtukken zijn gehecht) voor het publiek bestemde en dus openbare registers achtte.
Vgl. Bosch-Boesjes 2005 (MC Rv), art. 838, aant. 3: 'Voor het verkrijgen van een afschrift, uittreksel of inzage is geen tussenkomst van de rechter vereist. De griffier en de bewaarder van het register zijn verplicht direct een afschrift, uittreksel of inzage te geven, mits men aan de voorwaarden voldoet en de kosten en rechten heeft betaald.'
Een tegengestelde, mijns inziens te ruime opvatting wordt aangehangen door Leclercq (1980), p. 754-755.
Een voorbeeld van toepassing van de voorganger van art. 290 Rv (4291 (oud) Rv) levert op HR 3 juli 1989, NJ 1990, 75, waarin het verzoek tot afschrift van processen-verbaal van de behandeling ter terechtzitting in een familiezaak (vaststelling omgangsregeling) door de Hoge Raad werd gehonoreerd.
Dommering (1983), p. 207, stelde deze vraag aan de orde. Veel rechtspraak op dit punt is niet voorhanden. Slechts door Pres. Rb. Amsterdam 14 december 1965, NJ 1966, 86, AA 1968, 61, is een auteursrecht op gedingstukken erkend; het ging in casu om de ongeoorloofde weergave van conclusies en pleitnotities van een advocaat in boekvorm.
Zie over het begrip 'openbaar maken' in auteursrechtelijke zin, Van Lingen (2006), p. 91 e.v.
Impliceert de openbaarheid van behandeling ook het simultane recht op inzage in de stukken van partijen? Rueb1 beantwoordt deze vraag ontkennend onder verwijzing naar art. 28 lid 3 Rv, inhoudende - kort weergegeven - dat eenieder afschrift kan verlangen van rechterlijke uitspraken, maar dat van andere tot een procesdossier behorende stukken geen afschrift of uittreksel aan derden wordt verstrekt. Men kan zich de vraag stellen of daardoor wel volledig recht wordt gedaan aan de openbaarheid, want het bijwonen van een openbare behandeling kan zinloos zijn indien men van de door partijen ingediende proces- en bewijsstukken geen kennis heeft kunnen nemen. Een beroep op hun goede wil tot inzage daarin is dan het enige dat overblijft. De Boer benadert de kwestie principieel anders:
'M.i. hoort bij een openbaarheid van behandeling in beginsel ook een openbaarheid van stukken. Hoe zou anders de pers een civiele procedure ... kunnen verslaan? Vroeger werden conclusies voorgedragen en het publiek kon meeluisteren. Dat door de ontwikkeling van de techniek (type- en kopieermachines) hiervan is afgestapt, moet als consequentie hebben dat ook het publiek, indien gewenst, een kopie kan krijgen.'2
De Boer wijst op art. 838 Rv tot effectuering van dit recht. Het artikel geeft aan dat 'alle degenen die zulks vorderen' van de 'griffiers en andere bewaarders van openbare registers' daarvan afschrift of uittreksel kunnen verlangen. Hij stelt zich de vraag of ook bijvoorbeeld civiele conclusies van partijen afgegeven moeten worden aan eenieder die dat wenst.
Uit het systeem der wet zou men kunnen opmaken dat een recht op afgifte van, dan wel inzage in (een uittreksel of afschrift van) civiele processtukken onverkort aan eenieder toekomt: art. 838 Rv stelt namelijk slechts aan de uitgifte van uitspraken in strafzaken beperkingen.3 De bepaling lijkt ten aanzien van de verkrijging van processtukken in civiele zaken geen strobreed in de weg te leggen.4
Een restrictie die art. 838 Rv niet stelt,5 maar die volgens mij wel aangelegd zou moeten worden is dat voor afgifte of inzage een redelijk belang wordt aangetoond door de aanvrager. Zo dient een journalist duidelijk te maken dat hij een afschrift van een processtuk nodig heeft in het kader van een correcte en heldere verslaggeving. Maar het mag niet zo zijn dat elke willekeurige derde zonder opgaaf van enige reden afschrift kan verkrijgen van processtukken in een kwestie waar hij volkomen buitenstaat. Ongebreidelde circulatie van processtukken moet voorkomen worden, niet in de laatste plaats vanwege de eventuele bescherming van privacy van betrokkenen.6
Voor de verzoekschriftprocedure bepaalt art. 290 lid 1 Rv dat iedere belanghebbende recht heeft op inzage en afschrift van het verzoekschrift, de verweerschriften, de op de zaak betrekking hebbende bescheiden en de processen-verbaa1.7 De term 'belanghebbenden' wordt doorgaans beperkt opgevat in de zin van 'direct bij het proces betrokken belanghebbenden', lees partijen.8 Ik meen dat dit uitgangspunt juist is. Zouden buiten het proces staande derden kennis willen nemen van genoemde stukken, dan zullen zij dunkt me, gelijk ik hiervoor uiteenzette, een redelijk belang daarbij moeten aantonen. Men hoeft met andere woorden geen 'belanghebbende' te zijn, maar dan toch op zijn minst een 'gemotiveerd belangstellende'.
Bij dit alles laat zich nog één nijpende vraag stellen: steekt het feit dat op gedingstukken (dus bijvoorbeeld conclusies en pleidooien) auteursrecht rust een spaak in het wiel?9 Mij dunkt van niet. Het auteursrecht behelst volgens art. 1 Auteurswet 'het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld'. Onder openbaar maken dient te worden verstaan onder andere het verspreiden van een (groot) aantal exemplaren in de vorm van een uitgave.10 Dit is iets anders dan het op aanvraag van het geïnteresseerd publiek door de griffie ter inzage leggen van een processtuk of het tegen vergoeding van de kosten afgeven van een afschrift daarvan. Overigens zou men kunnen stellen dat afgezien van deze overwegingen de wet, in de gedaante van art. 838 en art. 290 Rv, beperkingen stelt aan het auteursrecht, zodat ook op deze grond de inzage en afgifte van processtukken geoorloofd moet worden geacht. Een en ander heeft ook zin. Waar vroeger het publiek door het bijwonen der rolzittingen nog daadwerkelijk kennis kon nemen van de conclusies door het aanhoren daarvan, moet thans aan dit 'kennisnemingsrecht' in andere vorm recht worden gedaan.
Is nu met het vorenstaande het vraagstuk van de openbaarheid van processtukken volledig tot klaarheid gebracht? Eén aspect ontbreekt nog: de openbaarheid van processtukken na afloop van een procedure. De wetgever heeft daarin, voor wat betreft het verkrijgen van rechterlijke uitspraken, voorzien in art. 28 lid 2 e.v. Rv: afgezien van partijen verstrekt de griffier aan een ieder die dat verlangt afschrift van vonnissen, arresten en beschikkingen, tenzij verstrekking naar het oordeel van de griffier ter bescherming van zwaarwegende belangen van anderen, waaronder die van partijen, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd (in welk geval kan worden volstaan met een geanonimiseerd afschrift). Onder vonnissen, arresten en beschikkingen zijn begrepen stukken die aan de uitspraak zijn gehecht, maar van andere tot een procesdossier behorende stukken wordt geen afschrift of uittreksel aan derden verstrekt. Voor die laatste stukken moet men dan weer een beroep doen op art. 838 Rv.11
In zaken die met gesloten deuren zijn behandeld, kan men eveneens slechts een geanonimiseerd afschrift van de uitspraak verkrijgen.