Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/3.2.4:3.2.4 Conclusie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/3.2.4
3.2.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De begrotingsfuncties zijn in tegenstelling tot de begrotingsbeginselen geen vaststaande, formele eisen die aan de begroting worden gesteld. De functies van de begroting geven weer welke doelen de begroting vervult dan wel zou moeten vervullen. De nadruk die op de verschillende functies wordt gelegd is afhankelijk van het gezichtspunt waarmee naar de begroting wordt gekeken, de tijdsperiode en de informatiebehoefte van het parlement. Gelet op de staatsrechtelijke invalshoek van deze studie worden drie kernfuncties van de begroting als uitgangspunt genomen: de autorisatie-, allocatie- en controle- en verantwoordingsfunctie. Deze functies zijn vanuit staatsrechtelijk oogpunt met name van belang, omdat deze functies de essentie van het budgetrecht weergeven. De begroting vormt ten slotte een belangrijk aangrijpingspunt voor het parlement om zijn budgetrecht uit te oefenen.
De begrotingsbeginselen stellen formele eisen aan de begroting. Deze eisen, die zijn voortgekomen uit de jarenlange strijd tussen de regering en het parlement over de medezeggenschap van het parlement over de begroting, zijn het fundament van het budgetrecht en hangen nauw samen met de autorisatiefunctie van de begroting. Er dient dan ook zoveel mogelijk tegemoet te worden gekomen aan deze begrotingsbeginselen, zodat het parlement zijn budgetrecht naar behoren kan uitoefenen. Het uitgangspunt van het budgetrecht is neergelegd in artikel 105 Grondwet. De begrotingsbeginselen kunnen dan ook worden gezien als invulling van artikel 105 Grondwet dat in de volgende paragraaf zal worden besproken.