Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.2.1.1
2.2.1.1 Opening en sluiting
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649740:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Een ander formeel punt is de pauze. De pauze is een vooraf aangekondigde schorsing van de vergadering (Grosheide 1957, p. 73).
In gelijke zin Bier 2010, p. 28-29. Anders Van Helden 1994, p. 6 en 11 die schrijft dat de opening en sluiting respectievelijk ‘onzinnig’ en ‘zinloos’ zijn.
Bier 2010, p. 29. Kennelijk anders Dumoulin 1999, p. 155-156. Ik begrijp Dumoulin zo dat volgens hem ook na de sluiting nog ex art. 2:114/224 lid 2 BW in vergadering besloten kan worden over onderwerpen die niet op de agenda staan. Mij lijkt dat onjuist. Na de sluiting is slechts nog besluitvorming buiten vergadering mogelijk. Een aanwezige kan het bestuur wel vragen de voorzitter de vergadering te laten heropenen. Het bestuur kan dat verzoek zonder motivering naast zich neerleggen.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 68, Assink|Slagter 2013, § 45, Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 213.
In gelijke zin Grosheide 1957, p. 65. Kennelijk anders Buijn & Storm 2013, par. 8.2.7, die schrijven dat in dit geval als eerste punt op de agenda de benoeming van de voorzitter dient te worden opgenomen.
Dumoulin 1999, p. 151-152 en p. 220.
Van Solinge 1994, p. 42. Zie ook reeds Kamphuisen 1955, p. 211 en Van Proosdij 1935, p. 97.
Van Solinge 1994, p. 42. Zie ook reeds Van Proosdij 1935, p. 97.
In gelijke zin Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2019, nr. 78, Dumoulin 1999, p. 165. Zie over quora in relatie tot deelname via een elektronisch communicatiemiddel en moeilijkheden die daarbij komen kijken Salemink & Bulten 2019, p. 244-247 en Rensen & Hagens 2019, p. 489.
Van Solinge 1994, p. 42.
Rensen & Hagens 2019, p. 489-490. Bij een systeem van permanente stemming worden de stemmen aan het einde van de vergadering geteld en wordt de uitslag van de stemming dus ook eerst aan het einde van de vergadering medegedeeld.
Rensen & Hagens 2019, p. 489.
Hetgeen bij de eerste Nederlandse hybride algemene vergadering van een AEX-fonds (KPN) ook gebeurde. Zie de notulen van de algemene vergadering van KPN van 10 april 2019, p. 1. Te raadplegen via: https://ir.kpn.com/download/companies/koninkpnnv/Hauptversammlung/Draft_Minutes_AGM_2019_only_in_Dutch.pdf
Deze vaststelling van de agenda door de voorzitter moet worden onderscheiden van de vaststelling van de agenda door degene die bijeenroept. Degene die bijeenroept, stelt de agenda vast in die zin dat hij bepaalt welke onderwerpen er op komen en hoe die behandeld worden. De voorzitter stelt bij aanvang van de vergadering de agenda vast in de zin dat hij (impliciet) bepaalt dat de agenda zoals die er op dat moment ligt, de agenda is waarmee ter vergadering gewerkt zal worden.
Van Solinge 1994, p. 43. Hetgeen niet wegneemt dat dergelijke moties gedurende de vergadering steeds voorrang houden op inhoudelijke punten (Sasse van Ysselt 1966, p. 151).
Zie Grosheide 1957, p. 70.
A-G Timmerman in punt 4.57 van zijn conclusie onder HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142 m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro). Anders Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 68, die schrijven dat de algemene vergadering over een voorstel betreffende de vergaderorde moet kunnen besluiten.
Vgl. Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 41; Van Solinge 1994, p. 49; Asser/Rensen 2-III 2017, nr. 119; Dumoulin 1999, p. 223-224. Anders Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 209 en GS Rechtspersonen/Schwarz 2019, art. 2:117 BW aant. 5 die schrijven dat slechts de indiener van een onderwerp het onderwerp staande de vergadering kan intrekken. Mijns inziens heeft de indiener die bevoegdheid alleen als dat in de statuten is bepaald. Eveneens anders Slagter 1997, p. 388. De intrekking van onderwerpen staande de vergadering behandel ik uitgebreid in par. 2.4.3.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2019, nr. 68; Grosheide 1957, p. 72. Het wijzigen van de volgorde van behandeling van agendapunten behandel ik in par. 2.4.5.
Vgl. Dortmond 1997, p. 220 met verwijzing naar Gerechtshof ’s-Gravenhage 10 maart 1903, W. 7938 en voor de vereniging Kollen 2000, p. 147 met verdere verwijzingen. Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 213 acht voor de toestemming een normale meerderheid voldoende. Gezien art. 2:120 lid 1/230 lid 1 BW ben ik dat met hen eens. Noldus 1982, p. 83 schrijft dat het ‘toestemmingsbesluit’ tot voortijdige sluiting met algemene stemmen genomen moet worden.
Zie bijv. Rb. Arnhem 15 juni 1923, ECLI:NL:RBARN:1923:3, NJ 1923, 1341(Gelria). In deze zaak oordeelde de rechtbank dat de voorzitter mocht overgaan tot voortijdige sluiting omdat de door hem ingeschakelde juridisch adviseur de toegang tot de vergadering werd ontzegd. Zie over de uitspraak verder Dortmond 1997, p. 220. Zie ook Grosheide 1957, p. 67.
Art. 2:8 BW brengt met zich dat voortijdige sluiting van de vergadering pas in beeld komt als het de voorzitter niet lukt om de vergaderorde met lichtere middelen te handhaven. Gedacht moet worden aan het verwijderen van onredelijk handelende aandeelhouders uit de vergaderzaal en het schorsen van de vergadering.
Vgl. Coebergh 1967-1968a, p. 144, Noldus 1982, p. 83.
Abma e.a. 2017, p. 202; Grosheide 1957, p. 72-73.
Idem Slagter 1981, p. 170. Als voorbeeld noem ik de algemene vergadering van Fairstar Heavy Transport van 27 april 2012, welke kort na de opening door de voorzitter werd geschorst, omdat het bestuur meende dat een aantal aandeelhouders hun stemgedrag had gecoördineerd zonder dit bij de AFM te melden. De vergadering werd zeventien dagen na de schorsing hervat. Zie Eumedion, Evaluatie AVA-seizoen 2012, juni 2012. Te raadplegen via: www.eumedion.nl. Een ander voorbeeld van een schorsing voor onbepaalde tijd deed zich voor bij de hierna te bespreken algemene vergadering van Koninklijke Brill van 19 mei 2016.
Abma e.a. 2017, p. 203.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 68, Noldus 1982, p. 84. Maar zie ook Dumoulin 1999, p. 157 die een schorsing met een meer permanent karakter aanduidt als een verdaging.
In gelijke zin Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond, nr. 208; Kleipool, Van Olffen & Nagtegaal 2019, p. 184. Vgl. Van Solinge 1994, p. 43 die schrijft dat noch de voorzitter, noch het bestuur, noch de algemene vergadering de vergadering kan verdagen. Anders Abma e.a. 2017, p. 202 die meent dat de voorzitter zelfstandig bevoegd is tot verdaging over te gaan. Buijn 1994, p. 106 acht verdaging mogelijk, maar vermeldt niet wie bevoegd is te verdagen. Grosheide 1957, p. 73 en Noldus 1982, p. 82 achten verdaging door enkel de voorzitter (in beginsel) niet mogelijk.
Zie voor de vraag wie toegang hebben tot de hervatte vergadering Slagter 1981, p. 170, 246 en 299.
De voornaamste formele punten zijn de op elke agenda voorkomende ‘Opening’ en ‘Sluiting’.1 Deze agendapunten hebben een belangrijke functie.2 Door de vergadering te openen, activeert de voorzitter het orgaan de algemene vergadering. Hij deactiveert het orgaan door de vergadering te sluiten.3 In de tussenliggende tijd kunnen in de algemene vergadering, behalve tijdens een schorsing, op een door de voorzitter gestructureerde wijze besluiten en beslissingen (zie par. 2.2.1.2 voor het onderscheid) worden genomen, en kunnen discussies in de algemene vergadering worden gevoerd. Voor de opening en na de sluiting kunnen slechts besluiten worden genomen als aan de vereisten genoemd in art. 2:128/238 BW wordt voldaan. De aandeelhouders en andere vergadergerechtigden zijn voor de opening en na de sluiting immers niet in vergadering.
De wet bepaalt niet wie de vergadering voorzit. Als de statuten daaromtrent ook niets bepalen, moet de algemene vergadering de voorzitter benoemen.4 De algemene vergadering moet echter door de voorzitter (die er op dat moment nog niet is) worden geactiveerd, voordat zij een voorzitter kan aanwijzen. Moet deze impasse nu doorbroken worden door de benoeming van de voorzitter voor of na de opening te laten plaatsvinden? Ik meen dat de benoeming van de voorzitter moet volgen na de opening.5 Een bestuurder of commissaris dient de vergadering te openen, waarna een voorzitter wordt benoemd.6 De benoemde voorzitter verricht vervolgens voordat hij de agenda afwerkt, de hierna te noemen handelingen die een voorzitter onder het agendapunt ‘Opening’ pleegt te verrichten. Als de benoeming van de voorzitter aan de opening voorafgaat, in plaats van daarop volgt, kan dat slechts met inachtneming van art. 2:128/238 BW geschieden. Overigens meen ik met Dumoulin dat de benoeming van de voorzitter niet op de agenda hoeft te staan; het betreft een besluit aangaande de vergaderorde.7
Bij de opening van de vergadering pleegt de voorzitter een aantal handelingen te verrichten. Als de statuten of reglementen niet bepalen wie als secretaris optreedt, wijst de voorzitter onder het agendapunt ‘Opening’ allereerst een secretaris aan die verantwoordelijk is voor het vastleggen van het ter vergadering verhandelde. Verder zal de voorzitter bij de opening veelal vaststellen dat de oproeping tot de vergadering rechtsgeldig is geschied en dat de vergaderstukken op de voorgeschreven wijze verkrijgbaar zijn gesteld. Voorts vermeldt de voorzitter veelal het totaal van de aanwezige of vertegenwoordigde aandeelhouders, het totale aantal ter vergadering vertegenwoordigde aandelen en het totale aantal uit te brengen stemmen.8 Onder opgaaf van redenen deelt hij mede wie niet tot de beraadslaging en/of besluitvorming zijn toegelaten.9 Dat de voorzitter bij de opening van de vergadering het ter vergadering vertegenwoordigde kapitaal vermeldt, houdt verband met het bepaalde in art. 2:120/230 lid 2 en lid 3 BW. Als de statuten de geldigheid van bepaalde besluiten afhankelijk maken van het ter vergadering vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal, moet duidelijk zijn hoeveel kapitaal vertegenwoordigd is. Doorgaans bepalen de statuten dat het quorum aanwezig of vertegenwoordigd moet zijn op het moment van de opening van de vergadering. Ik zou menen dat ook wanneer de statuten dat niet expliciet bepalen, de opening het moment is om vast te stellen of een quorum wordt gehaald. Een door de voorzitter vastgesteld quorum kan niet meer wegvallen doordat aandeelhouders de vergaderzaal verlaten.10
Indien dit het geval is, wordt bij de opening van de vergadering verder vermeld dat het ter vergadering verhandelde wordt opgenomen.11 Tot slot is de opening van de vergadering het moment om huishoudelijke mededelingen te doen, bijvoorbeeld over het stemproces.
Als een vennootschap gebruikmaakt van de in art. 2:117a/227a BW geboden mogelijkheid, en dus deelname en stemming (en beraadslaging) via een elektronisch communicatiemiddel mogelijk maakt, verdient het vanwege mogelijke vertragings- en verbindingsproblemen bijvoorbeeld aanbeveling te werken met een systeem van permanente stemming.12 Bij de tot nu toe gangbare fysieke vergaderingen is een systeem van permanente stemming ongebruikelijk.13 Als de vennootschap kiest voor permanente stemming mag van de voorzitter worden verwacht dat hij bij opening van de vergadering toelicht hoe dat in zijn werk gaat.14
Omdat bij de opening van de vergadering de agenda door de voorzitter wordt vastgesteld,15 is dit bij uitstek het moment waarop bepaalde moties van orde kunnen worden ingediend.16 Hierbij kan worden gedacht aan de moties tot verandering van de volgorde van de agendapunten, uitstel van behandeling van een punt tot een volgende vergadering en afvoering van een punt van de agenda.17 Of een motie van orde in stemming moet worden gebracht, valt in zijn algemeenheid niet te zeggen. Met A-G Timmerman meen ik dat de voorzitter moties van orde moet afdoen aan de hand van eventuele wettelijke en statutaire bepalingen daarover, en met inachtneming van art. 2:8 BW.18 Zowel moties van orde als inhoudelijke moties behandel ik uitgebreid in par. 2.4.6.
Als de vergadering eenmaal is geopend, en de agenda is vastgesteld, moet de voorzitter de rest van de agenda in de vastgestelde volgorde richting de sluiting af werken. Behoudens een andersluidende statutaire bepaling kan na de opening enkel de algemene vergadering nog besluiten een onderwerp van de agenda af te voeren.19 Voorts kan, eveneens behoudens een andersluidende statutaire bepaling, enkel de algemene vergadering nog besluiten de volgorde van behandeling te wijzigen.20 De bevoegdheid onderwerpen van de agenda te halen kan in de statuten niet aan de voorzitter worden toegekend (zie par. 2.4.3). De bevoegdheid de volgorde van behandeling te wijzigen wel (zie par. 2.4.5.2). In beginsel mag de voorzitter de vergadering zonder toestemming van de algemene vergadering niet voortijdig sluiten.21 Het voortijdig sluiten van de vergadering is in essentie immers hetzelfde als het van de agenda voeren van de resterende agendapunten, en die bevoegdheid heeft de voorzitter in geen geval. Betoogd zou kunnen worden dat de voorzitter die op grond van de statuten de bevoegdheid heeft om de volgorde van behandeling te wijzigen, de vergadering wél voortijdig kan sluiten. Hij haalt daartoe dan het punt ‘Sluiting’ naar voren. Ik acht dit in strijd met art. 2:8 lid 1 BW. Naar mijn mening kan een voorzitter (ongeacht of hij de bevoegdheid heeft de volgorde van agendapunten te wijzigen) slechts overgaan tot voortijdige sluiting als dat in redelijkheid geboden is. Er moet dan worden gedacht aan situaties waarin geen enkel uitzicht meer is op een ordelijk verloop van de vergadering.22 Voortijdige sluiting dient als ultimum remedium.23 Als de voorzitter onterecht overgaat tot voortijdige sluiting van de vergadering, kan de algemene vergadering een andere voorzitter aanwijzen die het restant van de agenda zal afwerken.24
Van voortijdige sluiting van de vergadering moet worden onderscheiden schorsing van de vergadering. Dat de voorzitter na de opening de rest van de agenda dient af te werken, neemt niet weg dat hij kan overgaan tot een schorsing als hij dat met het oog op het verloop van stemmingen of ter handhaving van de vergaderorde wenselijk acht.25 Een schorsing duurt meestal kort, maar kan onder bijzondere omstandigheden ook voor onbepaalde tijd zijn.26
Een bijzondere schorsing die draaide om het agendapunt ‘Sluiting’ deed zich in 2016 voor bij Koninklijke Brill. In de algemene vergadering van Koninklijke Brill van 19 mei 2016 werd nadat alle inhoudelijke punten door de voorzitter waren afgewerkt, en slechts de agendapunten ‘Rondvraag’ en ‘Sluiting’ resteerden, de vergadering door de voorzitter geschorst. De reden voor de schorsing was dat de zittende president-commissaris na afloop van de vergadering uit functie zou treden, terwijl vlak voor aanvang van de vergadering de beoogde opvolger zich terugtrok. Sluiting van de vergadering zou betekenen dat het aantal commissarissen zou dalen tot onder het wettelijke en statutaire minimum van drie. Door de vergadering te schorsen, bleef de zittende president-commissaris in functie. Op 24 augustus 2016 werd de vergadering die op 19 mei 2016 een aanvang had genomen voortgezet. Dat wil zeggen: de voorzitter opende de vergadering, de rondvraag werd (op verzoek van een aandeelhouder) gedaan, waarna de voorzitter de vergadering sloot. Meteen daarop werd door de voorzitter een tijdig bijeengeroepen buitengewone algemene vergadering geopend, waarin een nieuwe president-commissaris werd benoemd. Hoewel Koninklijke Brill op 24 augustus 2016 een korte periode slechts twee commissarissen heeft gehad, lijkt de gang van zaken mij een juiste. Abma e.a. schrijven dat de vergadering van 19 mei 2016 niet op 24 augustus is voortgezet, maar dat in plaats daarvan de nieuwe buitengewone algemene vergadering plaatsvond. Volgens Abma e.a. werd bij de opening van deze buitengewone algemene vergadering de vorige gesloten.27 Deze gang van zaken blijkt niet uit de notulen van beide vergaderingen,28 en zou tot moeilijkheden kunnen leiden. Zo heeft opening van de buitengewone algemene vergadering niet tot gevolg dat ook de vergadering van 19 mei 2016 wordt heropend, waardoor deze laatste vergadering ook niet kan worden gesloten. Het is evenwel nodig dat die vergadering wordt gesloten omdat anders de zittende president-commissaris niet aftreedt.
Een schorsing voor onbepaalde tijd voorafgaand aan de behandeling van een onderwerp dat de vennootschap op verzoek van een agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffer op de agenda heeft geplaatst, is naar mijn mening, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, in strijd met art. 2:8 lid 1 BW.
Een schorsing voor onbepaalde tijd vertoont op het oog gelijkenis met wat in de literatuur wel een ‘verdaging’ wordt genoemd. Als verschil wordt genoemd dat na een schorsing (voor onbepaalde tijd) de voorzitter de vergadering hervat, terwijl bij een verdaging de vergadering voor het einde wordt gesloten en een nieuwe vergadering wordt bijeengeroepen.29 Aangezien de voorzitter zonder de toestemming van de algemene vergadering in beginsel niet kan overgaan tot voortijdige sluiting, kan hij de vergadering in beginsel niet zelfstandig verdagen. De algemene vergadering, op haar beurt, kan wel toestemming geven tot voortijdige sluiting, maar is niet bijeenroepingsbevoegd (zie par. 3.3.3.1) als gevolg waarvan zij geen bijeenroepingsbesluit voor de nieuwe vergadering kan nemen. Bij nadere bestudering blijkt een verdaging van de vergadering naar mijn mening niet meer te zijn dan een voortijdige sluiting gecombineerd met een in de algemene vergadering gedane toezegging van een bijeenroepingsbevoegde (het bestuur en/of de rvc) dat een nieuwe vergadering bijeen- en opgeroepen zal worden. Voor die nieuwe vergadering geldt de van toepassing zijnde oproepingstermijn. Bovendien moet voor deze vergadering een nieuwe agenda worden opgemaakt. De bijeenroepingsbevoegde is (de gedane toezegging daargelaten) niet verplicht om in de agenda voor de nieuwe vergadering de agendapunten op te nemen die in de ‘verdaagde’ vergadering niet aan de orde zijn gekomen. De algemene vergadering heeft immers toestemming gegeven voor een voortijdige sluiting van die vergadering. Dat is hetzelfde als intrekking van de resterende agendapunten.
Kortom: er bestaat niet zoiets als het verdagen van een algemene vergadering.30 Onder (bijzondere) omstandigheden kan de voorzitter de vergadering wel (voor onbepaalde tijd) schorsen.31