Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/I.G.1
I.G.1. Een nieuw erfrecht en een nieuwe thèse
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404942:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Loi nr. 2006-728 van 23 juni 2006 'portant reforme des successions et des liberalites' (Journal Officiel 24 juni 2006).
FRANCOIS LETELLIER, L'execution testamentaire, these Paris II, Parijs: Defrénois 2004. Dit proefschrift werd bekroond met de 'Priz de these Claude Thibierge Association Rencontres Notariat-Universite.' Hierna zal ik in de tekst het betreffende paginanummer aanhalen.
Eveneens op p. 333.
De onderzoeker merkte op dat men ook zou hebben kunnen denken dat de notarissen in de persoon van de executeur een concurrent zouden kunnen zien.Van de notarissen zag 1,9 % de executeur als een'must' (indispensable). 10,4 % had geen mening.
Q.J.VAN DER MARCK, Nieuw Frans erfrecht met ingang van 1 januari 2007, WPNR (2007) 6699 ziet het als volgt: 'Een belangrijke wijziging houdt in - voortvloeiend uit art. 924 Cc (nieuw) dat indien de erflater de legitieme schendt aan de legitimarissen hun erfdeel niet meer in natura behoeft te worden uitgekeerd, maar zo mogelijk, in geldswaarde kan worden uitbetaald.' Zij het dat hij deze gedachte als volgt nuanceert: 'Alleen in het geval van art, 924-4 Code civil (nieuw) kunnen legitimarissen hun aanspraken in goederen handhaven. Dit artikel geeft aan dat onder omstandigheden de aanspraak in natura tegen derden geldend kan worden gemaakt indien het vermaakte/geschonkene een registergoed betreft en vaststaat dat degene aan wie het registergoed is vermaakt/geschonken niet solvabel is en deze inmiddels het registergoed aan een derde vervreemd heeft.'ALAIN VERBEKE, Tijdschrift Estate Planning (TEP) 2006, 5, p. 329 spreekt in zijn edi-toriaal 'Over de grenzen' van: 'de veralgemening van de inkorting in waarde.' In het Deutsche Notar Zeitschrift (DNZ) 2007, 2, WIEGAND, Reformfragen des Pflichtteilsrechts,lees ik over het nieuwe Franse recht: 'Nunmehr sei der Pflichtteil als schuldrechtlicher Ans-pruch ausgestattet', p. 101. PETER KLIMA Reform des Erbrechts und der Vermogens-ubertragungen in Frankreich, Zeitschrift fur Erbrecht undVermogensnachfolge (ZEV) 2006, 10, p. 442 lijkt nog van 'Noterbrecht' uit te gaan, zijhet dat hijde term 'Mindesterb-recht' beter vindt en hijook spreekt van 'teils wesentlichen Anderungen.'
Zie Section 7, Des executeurs testamentaires, art. 1025-1034 Code civil. Het betreft met name ook een codificatie van rechtspraak. Zie over het nieuwe Franse erfrecht onder meer PHILIPPE MALAURIE/LAURENTAYNES, Droit Civil, Les Successions Les Liberali-tes, Parijs: Defrenois 2006. JEAN-FRANCOIS SAGAUT, Le nouveau droit des succes-sions, Parijs: Editions Dallaz 2006, ALAIN DELFOSSE/JEAN FRANCOIS PENGUEL, La reforme des successions et des liberalites, Parijs: Litec 2006, FRANCIS LEFEBVRE, Les successions et les liberalitesapres la reforme, Parijs: Editions Francis Lefebvre 2006. Zie ook PETER KLIMA Reform des Erbrechts und der Vermogensubertragungen in Frankreich, Zeitschrift fur Erbrecht undVermogensnachfolge (ZEV) 2006/10, p. 440-444, alsmede PIERRE BECQUE,Unereforme en profondeur: la reforme des successions et des donations en droit francais,Tijdschrift Estate Planning (TEP) 2006/5, p. 366-376.
In het Franse recht wordt thans, in art. 1025 Cc, de executeur de bevoegdheid verleend om zelf legaten uit te keren oftewel: 'proceder a l'execution de ses volontes' Onder omstandigheden kan hijook 'prendre possession.' Zie art. 1030-2 Cc: 'Lorsque le testament a revetu la forme authentique.'
EDMOND GRESSER, Grundzuge des geanderten franzosischen Erbrechts (ab 1 januar 2007), Zeitschrift fur die Steuer und Erbrechtspraxis (Zerb) 2006, 12, p. 408.
Tekst van art. 1030 Cc nieuw.
Dit deed mij denken aan de oude regeling van art. 4.4.6.3d waarin bepaald was dat de executeur slechts over registergoederen mocht beschikken met toestemming van de legitimarissen of met machtiging van de kantonrechter. Deze bepaling, die een belangrijke inbreuk op de bevoegdheid van de executeur betekend zou hebben, is echter bij de Invoeringswet geschrapt, MvT, nr. 3, p. 62, Parl. Gesch. Inv., p. 2050.
Tekst van art. 1030-1 Cc nieuw.
Niet alleen gelet op het feit dat op 1 januari 2007 ook in Frankrijk een nieuw erfrecht1 is ingevoerd, maar ook indachtig het verschijnen van een belang-wekkendproefschrift2 van de hand van de Franse notaris Franqois Letellier in 2004, leek het mij aardig om deze ontwikkelingen (nog) mee te nemen op de zoektocht naar de ware aard van executele.
Zelfs al op de achterkant van de kaft van de dissertatie van Letellier is, wat het oude recht betreft, het recht van voor 2007, over de Franse executeur te lezen:
'Le regime legal actuel de l'execution testamentaire n'est pas satisfaisant: incohe-rences, lacunes et incertides sont nombreuses. Une refonte globale des texts ap-paraïtnecessaire pour redonner a cette institution une vigeur pratique.'
Een verzuchting (p. 333) die wij in Europa vaker gehoord hebben: 'L'execution testamentaire [...] est une institution qui souffre.' En een van de slotconclusies3 van Letellier is dat een belangrijk 'obstacle' voor het instituut executele de legitieme portie is: 'l'existence d'une reserve hereditaire'. Interessant is dat het door Letellier geschetste ideaalbeeld van een executele, het wettelijk kader van onze regeling van executele, zoals wij die aantreffen in art. 4:144 en 4:147 BW, heel nabij komt: (onder meer) het 'voldoen van de schulden'en in dit kader wordt de executeur de bevoegdheid verleend om goederen van de nalatenschap te gelde te maken, waaronder begrepen onroerende zaken (p. 334). Ook hij benadrukt (p. 9), en terecht, dat bij een executele de wil van erflater voorop staat. Die wil 'est au centre de l'execution du testament, elle compose la mission de l'executeur.' En deze wil wordt gedragen door vertrouwen: '[...] la confiance qui existe entre le testateur et son executeur, element central de l'institution' (p. 12). Letellier heeft overigens een enquete gehouden onder het Franse notariaat (p. 13) waaruit bleek dat (ondanks de mogelijke concurrentie) 63,7% de executeur als een'nuttige hulpkracht' zag en 24 % van mening was dat de executeur een'sta in de weg' is.4
Ook wijs ik er op dat, nota bene Frankrijk, thans, na de invoering van hun nieuwe erfrecht, in beginsel ook niet meer behoort tot de Romaanse erfrechtelijke stelsels, de stelsels die een legitieme portie kennen die goederenrech-telijk van aardis.5
De taken en de bevoegdheden6 van de nieuwe Franse executeur, hetgeen wellicht te danken is aan de these van Letellier, zijn (enigszins)7 te vergelijken met onze 'beheersexecuteur', zij het dat de Franse legitimaris, ondanks de nieuwe verbintenisrechtelijke legitieme toch een flinke vinger in de pap houdt. Sprekend is dan ook de 'Duitse' analyse van de nieuwe positie van de Franse executeur:8
'Auch wenn die Stellung des Testamentsvollstreckers bei der Ausfuhrung von Vermachtnisanordnungen verbessert worden ist, bleibt dieser jedoch in seiner Rolle in Hohe des frei verfugbarenTeils beschrankt (Art. 1030 Cc).'
Oftewel:9
'Le testateur peut habiliter 'Texecuteur testamentaire'' a prendre possession en tout ou partie du mobilier de la succession et a le vendre s'il necessaire pour ac-quitter les legs particuliers dans la limite de la quotite disponible' (Curs. BS)
Wij herkennen de limiet van het 'beschikbaar deel'10. Hier is al heel veel mee gezegd. Een executeur, welke bevoegdheden hij ook heeft, blijft steeds afhankelijk van het erfrechtelijk klimaat oftewel de bevoegdheden van een legitimaris in het betreffende stelsel. Zelfs in een verbintenisrechtelijk stelsel kunnen de bevoegdheden van een executeur beknot worden en zal de executeur het betreffende stelsel als semi-goederenrechtelijk11 ervaren. Zo wordt de navolgende uitbreiding van de bevoegdheden van de executeur (verdeling van de verkoopopbrengst van een onroerende zaak onder de erfgenamen/legatarissen) door de wetgever alleen toegestaan als er geen legitimarissen zijn:12
'En l'absence d'heritier reservataire acceptant, le testateur peut habiliter l'execu-teur testamentaire a disposer en tout ou partie des immeubles de la succession, recevoir et placer les capitaux, payer les dettes et les charges et proceder a l'attri-bution ou au partage des biens subsistants entre les heritiers et les legataires.'
(Curs. BS)
Zij het dat het met deze bevoegdheid sowieso wel meevalt. De wetgever sluit de betreffende bepaling immers af met de navolgende mededeling: 'A peine d'inopposabilite, la vente d'un immeuble de la succession ne peut intervenir qu'apres information des heritiers par l'executeur testamentaire.' (Curs. BS)