Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.4.4.1:4.2.4.4.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.4.4.1
4.2.4.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291093:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
A.A. van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed (Ars Notariatus nr. 120), Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 437.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf komt aan bod of en, zo ja, wanneer financial leasing van vastgoed als een levering kwalificeert. Uit de richtlijnhistorie, die in paragraaf 4.2.4.4.2 zal worden behandeld, blijkt dat de Europese Commissie heeft voorgesteld om bepaalde financial leasing van vastgoed gelijk te stellen met een levering. De lidstaten hebben dit voorstel niet overgenomen. Het Safe-arrest, op grond waarvan ook vóór of zonder de overdracht van de juridische eigendom van het vastgoed sprake kan zijn van een levering, heeft de vraag opgeroepen of het Hof van Justitie hiermee de leveringspoort van art. 14 lid 1 Btw-richtlijn heeft geopend voor financial leasing (zie paragraaf 4.2.3.3.1). Financial leasing is immers een vorm van economische eigendom.1 Aanvankelijk leek het Hof van Justitie die vraag bevestigend te beantwoorden, maar inmiddels lijkt het Hof van Justitie die leveringspoort te hebben gesloten. Dit betekent niet dat financial leasing steeds als een dienst moet worden aangemerkt. Uit paragraaf 4.2.4.3.2 volgt dat financial leasing met een urgerende koopoptie op grond van art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn (en art. 3 lid 1, onderdeel b Wet OB) een levering kan zijn. Op deze beweging in de jurisprudentie van het Hof van Justitie zal in paragraaf 4.2.4.4.3 worden ingaan.