Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.6.7:12.6.7 De toepassing van de innovatiebox na het (af)splitsingstijdstip
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.6.7
12.6.7 De toepassing van de innovatiebox na het (af)splitsingstijdstip
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491432:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het kader van een fiscaal gefaciliteerde splitsing kunnen immateriële activa overgaan naar de verkrijger(s) ten aanzien waarvan de splitser de innovatiebox toepast (situatie 1). Voorts kan een verkrijger na een fiscaal gefaciliteerde splitsing een immaterieel activum voortbrengen in verband waarmee de splitser vóór de zuivere splitsing voortbrengingskosten heeft gemaakt (situatie 2).
Het lijkt erop dat de wetgever van mening is dat de (latente) innovatieboxpositie in deze gevallen niet automatisch via de fiscale indeplaatstreding overgaat naar de verkrijger. De wettelijke doorschuifregeling van art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969 geldt namelijk niet ingeval één of meer splitsingspartners de innovatiebox toepassen. De splitsingspartners zijn dan aangewezen op de doorschuifregeling op verzoek van art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969. Vervolgens geldt standaardvoorwaarde 2a die overigens niets meer bepaalt dat een verkrijgende rechtspersoon in de genoemde situaties in de plaats treedt van de splitsende rechtspersoon.1 Naar mijn mening nemen de verkrijgers in die twee situaties de (latente) innovatieboxpositie van de splitser van rechtswege over op grond van de fiscale indeplaatstreding.2 Nadere regels zijn stikt genomen wellicht niet noodzakelijk, maar mede gelet op het huidige complexe innovatieboxregime wel wenselijk. Het gaat dan met name over de vraag wat de fiscale indeplaatstreding precies betekent voor de toepassing van de innovatiebox bij de verkrijger(s). Dit blijkt nu niet duidelijk uit de (toelichting op de) standaardvoorwaarden. Dat staat op gespannen voet met de fiscaaltechnische toets.3 De nadere regels kunnen worden opgenomen in het te ontwerpen Besluit reorganisaties.4 Met het oog daarop dient in art. 14a Wet VPB 1969 te worden bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld voor de twee genoemde situaties. Hiermee is op dit punt direct invulling gegeven aan mijn eerdere aanbeveling het onderscheid tussen de wettelijke doorschuifregeling en de doorschuifregeling op verzoek te laten vervallen.5
Dat verkrijgers de innovatieboxpositie van de splitser kunnen overnemen, is in overeenstemming met het uitgangspunt dat Wet VPB 1969 een (wenselijke) splitsing zo min mogelijk dient te belemmeren.6 De fiscale indeplaatstreding in samenhang met de hiervoor genoemde nadere regels zorgen mijns inziens voor een eindresultaat dat voldoet aan de fiscaal-theoretische toets. Als die regels en de toelichting daarop duidelijker zijn, is ook de strijd met de fiscaaltechnische toets opgeheven. De toets aan hoger recht biedt op dit punt geen additionele inzichten. Ik zie geen spanning met het EU-recht omdat de Fusierichtlijn op dit punt geen harmonisatieregels bevat en de fiscale indeplaatstreding op vergelijkbare wijze geldt in grensoverschrijdende EU/EER-splitsingssituaties.