Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/3.1:3.1 Inleiding
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS450419:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de literatuur worden twee wijzen onderscheiden waarop het begrip godsdienst kan worden uitgelegd: een subjectiverende en een objectiverende. In 3.2 komt de subjectiverende en in 3.3 de objectiverende aan de orde. Paragraaf 3.4 behandelt een restcategorie, namelijk de autonome wijze. Deze wijze komen we niet in de literatuur tegen maar is toegevoegd aangezien in sommige gevallen eigenlijk niet kan worden gesteld dat sprake is van een subjectiverende of objectiverende uitleg van het begrip godsdienst. In 3.5 ligt de focus op de voor- en nadelen van de genoemde wijzen.
Het positiefrechtelijk gedeelte van dit proefschrift beoogt onder andere meer duidelijkheid te verschaffen over de toepassing van de verschillende wijzen. Er zijn aanwijzingen in de rechtspraak en literatuur dat de subjectiverende wijze in toenemende mate wordt toegepast. In 3.6 worden deze aanwijzingen besproken.