De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/2.4.4.1:2.4.4.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/2.4.4.1
2.4.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371127:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwam aan de orde dat aandeelhouderssamenwerking op verschillende manieren een rol speelt bij de versterking van de corporate governance van beursvennootschappen. Intuïtief spreekt veel van het voorgaande aan, maar een legitieme vraag is of er ook bewijs is. Aan dat bewijs moeten overigens niet te zware eisen worden gesteld. In de eerste plaats omdat het onderzoek naar aandeelhouderssamenwerking nog aan terrein moet winnen, maar ook omdat het een bijzonder lastig onderzoeksobject is, dat zich grotendeels aan de publieke waarneming onttrekt. Daarbij komt nog dat, zo maakte de kredietcrisis pijnlijk duidelijk, economisch empirisch onderzoek aan een aantal fundamentele beperkingen lijdt, hetgeen tot voorzichtigheid noopt bij het toekennen van gewicht daaraan.
In deze paragraaf besteed ik eerst kort aandacht aan de verschillende economische modellen die voorspellen dat aandeelhouderssamenwerking economisch gezien efficiënt is (§ 2.4.4.2). Vervolgens analyseer ik of die modellen ook worden ondersteund door meer empirisch getint onderzoek (§ 2.4.4.3). Een en ander wordt zo beknopt behandeld als de complexiteit van de materie toelaat; voor een uitgebreide analyse is dit onderzoek ook niet de juiste plaats.