Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.3.5.b
6.3.5.b De over te leggen bewijsstukken
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS597685:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Van Vliet (1999), p. 20; Bulten (2003), p. 11; Leijten (2003), p. 54; Norbruis (2005), p. 48; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/683.
Het geplaatste kapitaal van de vennootschap moet ingevolge art. 22 Hrgb 2008 ter inschrijving worden opgegeven aan het handelsregister. Het is niet voorgeschreven dat de statuten van de vennootschap het geplaatste kapitaal vermelden.
OK 19 juni 2008 (ro. 3.4), ARO 2008/117 (Univar). Zie ook OK 15 november 2011 (ro. 2.6), ARO 2011/183 (Begraafplaats Vredenhof), waarin de OK geen betekenis toekent aan het overgelegde aandeelhoudersregister, omdat ‘bij gebreke van naamsvermelding en ondertekening op de daarvoor aangewezen plaatsen niet kan worden vastgesteld wie voor het opmaken daarvan verantwoordelijk is te achten’. In OK 5 juni 2003 (ro. 3.3), ARO 2003/119 (Glanerbrook), is het overgelegde kopie van het aandeelhoudersregister een zodanig slechte kopie dat de inhoud hiervan niet volledig leesbaar is. Bovendien gaat het niet om een recent uittreksel uit het aandeelhoudersregister.
O.m. OK 12 maart 2013, ARO 2013/59 (Smartrac); OK 5 februari 2013, ARO 2013/42 (Wavin); OK 18 september 2012/140 (Océ); OK 18 september 2012, ARO 2012/139 (IFCO System).
O.m. OK 8 oktober 2013, JOR 2014/95 (Glanerbrook); OK 12 maart 2013, ARO 2013/60 (Hitt); OK 12 februari 2013, JOR 2013/101 (Fairstar Heavy Transport); OK 21 februari 2012, JOR 2012/144 (Crucell).
Kamerstukken II 2012-2013, 32 608, nr. 4 en 5.
OK 31 juli 2012 (ro. 2.3), ARO 2012/129 (TIC).
OK 27 november 2012 (ro. 2.3), ARO 2012/170 (Recreatie Maatschappij Texel); OK 3 april 2012 (ro. 3.6), ARO 2012/59 (Gamma Holding); OK 4 oktober 2011 (ro. 3.7), ARO 2011/162 (BDC Holding); OK 27 juli 2010 (3.2), JOR 2010/342 (Jetix Europe).
OK 19 juli 2001 (ro. 3.2), JOR 2001/210 (Stork Textile Printing Group). Aldus ook Bulten (2003), p. 10; OK 19 juni 2008 (ro. 3.4), ARO 2008/117 (Univar).
Bulten (2003), p. 10; Leijten (2003), p. 58. Laatstgenoemde wijst er op dat dit in de praktijk geen problemen oplevert, omdat de uitkoper de verklaring pas op de eerste roldatum over moet leggen. De verklaring kan dus ook gedateerd zijn op een datum na de dagvaarding, mits de opgave betrekking heeft op het tijdstip van dagvaarding, zie bijvoorbeeld OK 6 juni 2002, JOR 2002/199 (Brocacef); OK 2 mei 2002, ARO 2002/74 (Dordtsche). In OK 6 juni 2002 (ro. 3.2), ARO 2002/76 (Devote) ziet de OK door de vingers dat de verklaring een paar dagen voor het moment van dagvaarding is afgegeven.
OK 27 november 2012 (ro. 2.3), ARO 2012/170 (Recreatie Maatschappij Texel).
OK 3 april 2012 (ro. 3.6), ARO 2012/59 (Gamma Holding); OK 15 november 2011 (ro. 2.6), ARO 2011/183 (Begraafplaats Vredenhof); OK 4 oktober 2011 (ro. 3.7), ARO 2011/162 (BDC Holding); OK 19 juni 2008 (ro. 3.4), ARO 2008/117 (Univar); OK 16 september 2004 (ro. 3.4), ARO 2004/123 (Euretco); OK 31 januari 2002 (ro. 3.2), ARO 2002/23 (Brocacef Holding).
Evenzo Slagter (2004), p. 595; Norbruis (2005), p. 48; Buijn/Storm (2013), p. 1140; Bulten/Willems (2014), p. 218-219.
Uit de jurisprudentie volgt dat de uitkoper voor de berekening van het kapitaal
vereiste in ieder geval de volgende stukken over moet leggen:
de statuten van de vennootschap;
een uittreksel uit het handelsregister betreffende de vennootschap;
(indien aanwezig) een uittreksel van het aandeelhoudersregister; en
een verklaring van een registeraccountant of een notaris waaruit blijkt dat de uitkoper voldoet aan het kapitaalvereiste.1
Indien de vordering tot uitkoop is ingesteld door twee of meer aandeelhouders, is bovendien een accountantsverklaring vereist, waaruit blijkt dat de uitkopers groepsmaatschappijen in de zin van art. 2:24b BW zijn (§ 6.2.4 sub a).
Het uittreksel uit het handelsregister en de statuten zijn noodzakelijk om het geplaatste kapitaal van de vennootschap en het nominale bedrag van de aandelen vast te stellen.2 Voorts zijn de statuten van belang voor de soorten aandelen en het aantal stemmen dat aan de aandelen verbonden is. Deze gegevens zijn relevant voor het uitkooprecht per soort (§ 6.5) en het stemrechtvereiste (§ 6.4). Tot slot volgt uit deze stukken of het gaat om naam- of toonderaandelen. Dit is relevant voor de vraag of de gezamenlijke andere aandeelhouder juist zijn gedagvaard (§ 7.2).
Als de vennootschap een aandeelhoudersregister heeft, kan de uitkoper mede hiermee aantonen dat hij het vereiste aantal aandelen in het geplaatste kapitaal verschaft. Aan het aandeelhoudersregister komt evenwel geen betekenis toe indien het niet aan bepaalde minimumvereisten voldoet.3 De uitkoper kan vanzelfsprekend op andere wijze aantonen dat hij de desbetreffende aandelen houdt, bijvoorbeeld door een verklaring van een bank met het aantal aandelen dat zij voor rekening van de uitkoper aanhoudt4 of een (notariële) akte van levering van de aandelen.5 De minister heeft begin 2013 besloten tot de instelling van een centraal aandeelhoudersregister voor besloten en (niet-beursgenoteerde) naamloze vennootschappen.6 Ik vind dat de OK voor toepassing van de uitkoopregeling toegang moet krijgen tot een dergelijk register.
Verder verlangt de OK een verklaring van een accountant of een notaris ‘die op basis van toereikende bewijsstukken onderzoekt of, en vervolgens bevestigt dat, [de uitkoper] inderdaad op de dag van de dagvaarding het beweerde geplaatste kapitaal (…) verschafte.’7 Uit deze verklaring moet blijken in hoeverre de gebruikte informatie is gecontroleerd en op welke wijze de opsteller van de verklaring tot zijn conclusies is gekomen.8 De enkele bevestiging van de door de uitkoper gestelde aantallen is niet voldoende.9 De peildatum voor de verklaring is de datum van de dagvaarding, omdat de uitkoper vanaf dat moment aan het kapitaalvereiste moet voldoen (§ 6.3.2 sub c).10 In de uitkoopprocedure inzake Recreatie Maatschappij Texel overweegt de OK nog dat een verklaring van ‘een persoon met vergelijkbare autoriteit’ ook volstaat.11 Het is mij niet duidelijk wie als zodanig kwalificeert.
Tot slot moet de uitkoper ervoor waken dat de verschillende bewijsstukken geen tegenstrijdigheden bevatten met betrekking tot het aantal aandelen.12
Het is opmerkelijk dat de OK relatief vaak tussenarrest wijst, omdat partijen nalaten één of meer van de hiervoor genoemde ‘standaard bewijsstukken’ over te leggen.13 Hierdoor loopt de uitkoopprocedure onnodige vertraging op (§ 11.3.3 sub d). De OK kan deze vertraging deels voorkomen door concreet aan te geven welke gegevens de dagvaarding ten minste moet bevatten en welke stukken de uitkoper in ieder geval over moet leggen. Een dergelijk overzicht kan de OK opnemen in het Landelijk Rolreglement of op haar website plaatsen (§ 11.3.3. sub d).