Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/V.2
V.2 Molest
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278876:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld A.F. Zwaardemaker, De verzekering tegen molest in het zeerecht, diss. Utrecht 1916; R. Sodenkamp, ‘Oorlogsmolestverzekering’, Economisch-Statistische Berichten, 1941/1341; W.C.L. van der Grinten, De Oorlogsmolestverzekering, naar aanleiding van prijsvraag van de Vereeniging Handelsrecht, Wageningen 1942 en E.C. Winter, ‘Landmolestverzekering’, VA 1943.
Zie bijvoorbeeld de Kamervragen van Salomons naar aanleiding van opmerkingen van de voorzitter van het Verbond van Verzekeraars in 1983, Aanhangsel handelingen II 1982/83, nr. 477; NJB 1983/10, p. 325; J. Netten, ‘Molest’, VA 1983, p. 373 e.v. en J. Spier, ‘Molest(verzekering)’, in: In volle verzekerdheid (Van Wassenaer bundel), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1993, p. 125 e.v.
Zie bijvoorbeeld V.C. Ammerlaan & W.H. van Boom, ‘De Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden’, NJB 2003/45-46, p. 2330-2339.
Juist op grond van deze ratio is na de MH17-ramp in 2014 door het Verbond van Verzekeraars besloten om geen beroep te doen op de molestclausule. Het financiële risico was niet onaanvaardbaar. Zie L. Brandsma, ‘Verzekeraars doen geen beroep op molestclausule voor passagiers MH17’, AM:Web 18 juli 2014.
Kamerstukken II 2004/05, 29708, nr. 10, p. 252.
Netten 1983.
Spier 1993, p. 126.
Zie J.W. Wurfbain, ‘Verzekering tegen geweld’, VA 1974, p. 116: “Voor rekening van de verzekeraar zijn alle verliezen en schaden, die aan de verzekerde voorwerpen overkomen door brand veroorzaakt door […] vijanden, rovers en alle andere, hoe ook genaamd.”
Artikel 647 (oud) WvK.
Zie voor een overzicht van de verschillende polissen Wurfbain 1974.
Onderlingewaarborgmaatschappijen die uitsluitend grootmolestrisico’s dekken, worden niet beschouwd als verzekeraar in de zin van de Wft (artikel 1:6 lid 1 sub d Wft) en vallen derhalve buiten het financieel toezicht. Zie ook G.R. Boshuizen & B.H. Jager, GS Toezicht Financiële Markten, artikel 3:38 Wft, aant. 6.3.
Rapport van de Verbondscommissie Molest, Den Haag, september 1981.
Onder niet-uitgesloten molest (‘klein molest’) wordt verstaan: terrorisme (zie paragraaf 3, 6 en 7 van dit artikel), sabotage, vordering, werkstaking, lock-out, bedrijfsbezetting, modelactie, rellen, relletjes of opstootjes.
Enkel het begrip ‘oproer’ is in 1999 door het Gerechtshof Den Haag besproken in het kader van een actie van schippers, waarbij door middel van blokkades de scheepvaart werd belemmerd (Gerechtshof Den Haag 28 september 1999, ECLI:NL:GHSGR:1999:AK4163). Het Hof nam oproer aan, omdat sprake was van ‘een doelbewuste en zorgvuldig voorbereide collectieve actie, gericht tegen de overheid en gepaard gaande met een ernstige verstoring van de openbare orde’.
Brief van de Molestcommissie aan de Nederlandse Unie van Schadeverzekeraars, 19 februari 1975, bijlage bij het rapport van de Verbondscommissie Molest, 1981. De reden hiervoor wordt niet gegeven.
Ibid. Bedoeld wordt de definitie van agressie in de zin van de VN Resolutie 3314 van 14 december 1974: “Aggression is the use of armed force by a State against the sovereignty, territorial integrity or political independence of another State, or in any other manner inconsistent with the Charter of the United Nations, as set out in this Definition.”
Het begrip ‘molest’ is een moeilijk te omlijnen concept dat eens in de zoveel tijd in de rechtswetenschappelijke belangstelling komt te staan. Een vergrote belangstelling valt veelal samen met perioden van toenemende sociale of politieke spanningen. Dit is ook terug te zien in de literatuur en rechtspraak over molest, waarvan het zwaartepunt ligt rondom de beide wereldoorlogen.1 Ook in de jaren ’80 en begin jaren ’90 is een opleving in de discussie te zien, onder andere naar aanleiding van de krakersrellen in Amsterdam in 1980 en de rassenrellen in Los Angeles in 1992.2 De aanslagen van 11 september 2001 vormden voorts een keerpunt in risicoperceptie in het algemeen en daarmee ook in de verzekeringstechnische omgang met molest en terrorismerisico’s.3
De ratio van het uitsluiten van molest is dat het dekken van oorlogsrisico’s onaanvaardbare financiële risico’s met zich brengt.4 Bij oorlog kan de schade immers zodanig groot zijn dat de verzekeraar in financiële problemen kan komen.5 Kenmerkend aan molest is dat het gaat om geweld in de zin van uitingen van macht of kracht door mensen (dus niet om bijvoorbeeld natuurgeweld) en dat er opzet is tot het toebrengen van schade. Dit optreden van personen moet bovendien een zekere mate van collectiviteit in zich dragen (bijvoorbeeld namens een staat of een georganiseerde partij) en de schadeoorzaak dient ‘buitengewoon’ te zijn.6 Met name dit laatste aspect maakt een risico potentieel onverzekerbaar en raakt dus de ratio van het uitsluiten van molest.
‘Molest’ in verzekeringsrechtelijke zin vindt zijn oorsprong in de brand- en transportverzekering.7 Al in 1838 werd blijkens artikel 648 (oud) Wetboek van Koophandel molestgevaar onderscheiden van ‘gewone’ gevaren. Aanvankelijk werd schade door molest als gedekt risico aangeduid. Artikel 290 (oud) WvK bepaalde dat alle schade veroorzaakt door vijanden, rovers en alle anderen (‘landmolest’) voor rekening van de brandverzekeraar kwam.8Artikel 637 (oud) WvK bevatte een opsomming van diverse vormen van geweld die onder de transportverzekering – van oorsprong een zeeverzekering – gedekt waren: “[…] geweld, neming, kapers, rovers, aanhouding op last van hoger hand, verklaring van oorlog, represailles […].” De verzekeraar had echter de mogelijkheid om de verzekering onder het beding ‘vrij van molest’ te sluiten, waarmee molestrisico’s van dekking werden uitgesloten.9 Van deze mogelijkheid maken verzekeraars, zeker sinds de Eerste en Tweede Wereldoorlog, veelvuldig gebruik.10
In het huidige recht komen kapers en rovers niet meer in de wettekst voor. Artikel 3:38 Wft bepaalt dat het een schadeverzekeraar met zetel in Nederland verboden is schaden te verzekeren die zijn veroorzaakt door of ontstaan uit gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer of muiterij die zich in Nederland voordoen. In zee-, transport-, luchtvaart- en reisverzekeringen is het evenwel toegestaan risico’s van molest te verzekeren in de algemeen gebruikelijke molestclausules, zolang de Nederlandsche Bank daartegen geen bedenkingen naar voren heeft gebracht.11
De molestuitsluiting heeft zich sinds 1912 langzaam maar zeker voor alle branches tot een standaardclausule ontwikkeld. Op 2 november 1981 heeft het Verbond van Verzekeraars een lijst van veertien molestdefinities gedeponeerd bij de griffie van de Rechtbank Den Haag, met daarbij de oproep aan de leden om zoveel mogelijk uniforme molestclausules te gebruiken.12 Inderdaad wordt molest inmiddels in vrijwel alle polissen uitgesloten onder verwijzing naar de gedeponeerde definities, dan wel met expliciet gebruik van dezelfde definities direct in de polisvoorwaarden.
De in artikel 3:38 Wft aangeduide risico’s worden in de gedeponeerde lijst gekwalificeerd als uitgesloten molest (‘groot molest’).13 De door het Verbond gehanteerde definities zijn als volgt:
Gewapend conflict: elk geval waarin staten of andere georganiseerde partijen elkaar, of althans de een de ander, gebruikmakend van militaire machtsmiddelen bestrijden.
Onder gewapend conflict wordt mede verstaan het gewapende optreden van een Vredesmacht der Verenigde Naties.
Burgeroorlog: een min of meer georganiseerde gewelddadige strijd tussen inwoners van eenzelfde staat waarbij een belangrijk deel van de inwoners van die staat betrokken is.
Opstand: georganiseerd gewelddadig verzet binnen een staat, gericht tegen het openbaar gezag.
Binnenlandse onlusten: min of meer georganiseerde gewelddadige handelingen, op verschillende plaatsen zich voordoend binnen een staat.
Oproer: een min of meer georganiseerde plaatselijke gewelddadige beweging, gericht tegen het openbaar gezag.
Muiterij: een min of meer georganiseerde gewelddadige beweging van leden van enige gewapende macht, gericht tegen het gezag waaronder zij gesteld zijn.
Blijkens deze definities is kenmerkend aan (deze vormen van) molest de betrokkenheid van een staat of openbaar gezag, een zekere mate van organisatie, en het gebruik van militaire middelen, wapens en/of geweld. Deze begrippen zijn niet of nauwelijks onderwerp van jurisprudentie geweest.14
Het Verbond heeft gekozen voor een ruime formulering, bijvoorbeeld bij het begrip ‘gewapend conflict’. De begrippen oorlog, gewapende internationale actie en vijandelijke inval zijn bewust niet afzonderlijk gedefinieerd.15 De definitie van gewapend conflict sluit aan bij de definitie van agressie zoals aanvaard door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.16 In dit artikel leg ik de nadruk op het begrip gewapend conflict.