Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.1:4.1 Inleiding
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973667:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie met betrekking tot onrechtmatige daad HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1176, NJ 2020/7 (Verkoopmakelaar); met betrekking tot bedrog HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2902, NJ 2017/438 (MBS/Prowi) en met betrekking tot dwaling HR 23 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3733, NJ 2008/552 (Ploum/Smeets I) en HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7617, NJ 2008/606 (Pouw/Visser).
HR 23 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3531, NJ 2007/176 (Brocacef/Simons), r.o. 4.3.
HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565, NJ 2001/410 (Luttikhuis/Ridgefield c.s.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat het toepassingsbereik van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW centraal. Dat toepassingsbereik wordt geanalyseerd in het licht van de in hoofdstuk 2 en 3 opgedane inzichten over het rechtskarakter van rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten en de verhouding tussen deze rechtsfiguren en de korte verjaringstermijnen.
Art. 6:89 BW formuleert volgens de wettekst een klachtplicht voor ‘de schuldeiser’ ten aanzien van ‘een gebrek in de prestatie’. De bepaling maakt deel uit van afdeling 9 van titel 1 van Boek 6 BW: de gevolgen van het niet-nakomen van een verbintenis. Art. 7:23 lid 1 BW is naar zijn aard specifieker. In de eerste plaats ziet deze klachtplicht alleen op koopovereenkomsten. Volgens de tekst van die bepaling rust bovendien slechts op ‘de koper’ een klachtplicht ten aanzien van de stelling dat ‘hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt’. Beide klachtplichten zijn van toepassing op vorderingen uit hoofde van onrechtmatige daad, bedrog en dwaling voor zover aan die vorderingen feiten ten grondslag liggen die de stelling zouden rechtvaardigen dat de geleverde zaak of dienst niet aan de overeenkomst beantwoordt.1 De klachtplichten zijn daarentegen niet van toepassing in de situatie waarin in het geheel geen prestatie is verricht.2 Ook geldt geen klachtplicht ten aanzien van het opstellen en toezenden van een factuur.3
Met name ten aanzien van de algemene klachtplicht ex art. 6:89 BW bestaan nog steeds de nodige onduidelijkheden aangaande het toepassingsbereik. Ten eerste lopen de meningen uiteen over de vraag of art. 6:89 BW van toepassing is op alle verbintenissen en, daarnaast, of art. 6:89 BW niet ook buiten het domein van de verbintenissen, bijvoorbeeld in de zuiver delictuele sfeer zonder samenloop met een contractuele vordering, een rol moet kunnen spelen. Deze vraag komt in par. 4.2 aan de orde. Ten tweede rijst de vraag of het uitmaakt op wat voor manier de schuldenaar tekortschiet. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad geldt art. 6:89 BW niet bij een algeheel niet-presteren, maar hoe zit het bij gedeeltelijke niet-nakoming? Dit thema is ook relevant voor het toepassingsbereik van art. 7:23 lid 1 BW. Ik behandel deze kwestie in par. 4.3. Tot slot bestaat verschil van inzicht over de vraag of bepaalde soorten prestaties buiten het toepassingsbereik van art. 6:89 BW vallen. Er bestaat, preciezer, discussie omtrent de prestatie tot voldoening van een geldsom, prestaties strekkende tot een niet-doen en voortdurende prestaties. Deze kwestie staat centraal in par. 4.4.
Al deze vragen zijn voor de praktijk van belang. Dat belang verdient op voorhand echter ook enige relativering. Het leerstuk van rechtsverwerking is in de regel namelijk van toepassing daar waar de klachtplichten dat niet zouden zijn. Met het leerstuk van rechtsverwerking kunnen in het gegeven geval gelijksoortige uitkomsten worden bewerkstelligd.