Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/1.2.2:1.2.2 Verantwoording over de onderzoeksmethode
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/1.2.2
1.2.2 Verantwoording over de onderzoeksmethode
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971875:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bij enkele in dit werk genoemde zaken ben ik zelf, in hoedanigheid van advocaat, betrokken geweest of zijn kantoorgenoten betrokken geweest.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit werk bevat een juridisch onderzoek naar de grondslagen voor informatierechten van aandeelhouders in het huidige Nederlandse recht. Het onderzoek is positiefrechtelijk van aard. Ik heb daarbij gekozen voor een onderzoeksmethode waarbij onderzoek wordt gedaan door de bestudering van wet- en regelgeving, de parlementaire geschiedenis, rechtspraak1 en juridische literatuur. Daarnaast heb ik gebruikgemaakt van Nederlandse en internationale onderzoeksrapporten en verwijs ik op enkele punten naar openbare publicaties van (beurs)vennootschappen, waaronder relationship agreements. Deze publicaties haal ik met name aan om bepaalde aspecten van de huidige praktijk te kunnen duiden.
Omdat dit onderzoek is beperkt tot informatierechten van aandeelhouders in Nederlandse vennootschappen, is het ook beperkt tot het Nederlands recht. Om die reden heb ik met name gebruikgemaakt van Nederlandse bronnen. Daarnaast heb ik inspiratie ontleend aan andere rechtsstelsels; ik verwijs daarbij op enkele punten naar het Duitse recht en het recht van de Amerikaanse staat Delaware. De reden voor deze keuze is dat het academisch debat over informatierechten van aandeelhouders zich in die rechtsstelsels verder heeft ontwikkeld dan in Nederland. Dat debat ziet bovendien deels op dezelfde vraagstukken als die in het Nederlands recht voorliggen. De oplossingen uit deze rechtsstelsels kunnen daardoor mogelijk ook van betekenis zijn voor het Nederlands recht.
Er is geen volwaardige rechtsvergelijking uitgevoerd. De vergelijkingen met het Duitse recht en het recht van Delaware zijn slechts bedoeld ter inspiratie bij de duiding van ontwikkelingen in het Nederlands recht. Zij dienen als denkrichting, maar niet als bron of rechtvaardiging. Door slechts basale vergelijkingen te maken, heb ik getracht het risico op misinterpretatie van het buitenlandse recht, althans verkeerde of achterhaalde conclusies, zoveel mogelijk te voorkomen. Van rechtsvergelijking als onderzoeksmethode kan aldus niet worden gesproken.
Het onderzoek is afgesloten op 1 mei 2024. Ontwikkelingen van na die datum zijn niet meer in dit proefschrift verwerkt.