Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.10.4.2
16.10.4.2 De herziening van 1 oktober 2012
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403549:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld door de introductie van aandelen zonder stemrecht, aandelen met variabel winstrecht, en de mogelijkheid om aandelen een bepaalde aanduiding met bijhorende rechten, bevoegdheden of verplichtingen te geven, door de vereenvoudiging van de besluitvorming buiten vergadering en door de afschaffing van de verplichte blokkeringsregeling.
Art. 191b lid 1 BW. Het voorstel om dit verbod te schrappen in het ambtelijk voorontwerp stuitte op te veel kritiek.
De wet Flex-BV heeft een aantal meer technische wijzigingen van de regels inzake inkoop en kapitaalvermindering meegebracht die in de komende hoofdstukken onbesproken zullen blijven. Niet langer is het maximale aantal in te kopen eigen aandelen beperkt tot 50 procent van het geplaatste kapitaal; het staat de BV vrij al haar aandelen in te kopen, zij het dat er ten minste één aandeel met stemrecht bij een ander dan, en anders dan voor rekening van de vennootschap of een dochtermaatschappij dient te zijn geplaatst. Tot inkoop dient te worden besloten door het bestuur; machtiging van de AV is daarvoor niet meer vereist. Wel kan in de statuten de bevoegdheid van het bestuur om tot inkoop over te gaan, worden uitgesloten of beperkt (art. 2:207 lid 4). Kapitaalvermindering is thans mogelijk door intrekking van aandelen of door het bedrag van aandelen bij statutenwijziging te verminderen. De AV dient te besluiten tot vermindering van het kapitaal en het bestuur dient dit besluit vervolgens goed te keuren (Art. 2:208 lid 6 BW). De in art. 2:209 BW (oud) vervatte verzetprocedure voor schuldeisers is komen te vervallen. Zie over deze (meer technische) aanpassingen van de regels inzake inkoop en kapitaalvermindering onder andere Bier 2008.
De flexibilisering van het BV-recht behelsde de meest ingrijpende hervorming van de besloten rechtsvorm sinds haar introductie in 1971. Door de invoering van de wet Flex-BV beschikken aandeelhouders thans over aanzienlijk meer mogelijkheden om de interne aangelegenheden van de BVop hun specifieke wensen af te stemmen.1 Een groot aantal bepalingen dat een op een was overgenomen uit het NV-recht en voor de BV onnodig bleek te knellen, is geschrapt. Zo zijn de twee belangrijkste hoekstenen van de kapitaalbescherming uit de wettelijke regeling verwijderd: niet langer schrijft de wet bij oprichting een minimumkapitaal voor en op het door de aandeelhouders bijeengebrachte nominale kapitaal rust niet langer een uitkeringsklem. Het uitgangspunt dat aan de regulering van het kapitaal ten grondslag lag – dat aandeelhouders uitsluitend de door de vennootschap gemaakte winsten mochten onttrekken, en niet wat zij hadden ingebracht om deze winst te realiseren – is in 2012 definitief verlaten. Nu het kapitaal niet langer dient als waarborg voor de schuldeisers van de vennootschap, is ook een substantieel deel van de wettelijke vereisten geschrapt die moesten garanderen dat het kapitaal ook daadwerkelijk aan de vennootschap ter beschikking werd gesteld. Zo hebben de bankverklaring bij storting in geld, de accountantsverklaring bij storting in natura en de verplichting om minimaal een vierde van het nominale kapitaal te storten, het veld moeten ruimen. Wel geldt nog steeds het verbod op de inbreng van een recht op arbeid en diensten.2 Sinds de invoering van de Flex-BV is de bescherming van de crediteuren primair gelegen in de uitkeringsregeling in art. 2:216 BW, die ingrijpend is gewijzigd. Op deze regeling zal in het hiernavolgende hoofdstuk nader worden ingegaan.3