Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.4.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.4.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS604186:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van art. 8 lid 8 onderdeel b en c Wet VPB 1969 zijn bepaalde verplichtingen uitgesloten voor de investeringsaftrek. Hiermee wordt voorkomen dat er aanspraak op investeringsaftrek ontstaat, indien geen sprake is van een daadwerkelijke investering. De bepaling is vergelijkbaar met die van art. 3.46 Wet IB 2001 voor de inkomstenbelasting en heeft ook een vereenzelvigingsfunctie en in het bijzonder een antimisbruikfunctie. Overigens bevat art. 8 lid 11 Wet VPB 1969 een ontheffingsbevoegdheid voor de uitsluiting. Op basis van het besluit van 8 maart 2006, nr. CPP2005/1463M, V-N 2006/16.7, kan hierdoor in een aantal situaties waarin sprake is van reële investeringen, toch investeringsaftrek worden genoten.
Hoewel de termen niet als zodanig worden genoemd, worden in art. 8 lid 8 onderdeel b en c Wet VPB 1969 in feite definities gegeven voor de begrippen ‘verbonden persoon’ en ‘verbonden lichaam’.