Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/1.6:1.6 Opbouw, onderdelen
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/1.6
1.6 Opbouw, onderdelen
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649024:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit boek is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
Deel A: de vrijstellingsregeling en de toepassing daarvan
Het eerste onderdeel omvat hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 6. Eerst wordt in vogelvlucht de verplichting tot het opstellen en publiceren van een jaarrekening behandeld en de ratio die daaraan ten grondslag ligt. Daaruit vloeit voort dat een vrijstelling van de jaarrekeningenplicht vraagt om compenserende maatregelen. Er volgt een analyse van de vrijstellingsregeling. Hierbij komen de vereisten die worden gesteld aan de toepassing van de vrijstellingsregeling uitgebreid aan bod. Zo worden de reikwijdte van de 403-verklaring, het opstellen van een 403-verkla-ring, het intrekken van de 403-verklaring en het beëindigen van de overblijvende aansprakelijkheid behandeld. Deze bevindingen zijn ondersteunend aan de opvolgende analyse, de analyse van de toepassing van de groepsvrijstellingsregeling. Hierbij zal worden ingegaan op een aantal samenloopsituaties. Zo zal de toepassing van de groepsvrijstelling in samenloop met verpanding, verjaring, schikking, fusie en splitsing aan de orde komen.
Uit onderdeel A volgt de conclusie dat de huidige groepsvrijstellingsregeling van artikel 2:403 BW (en 2:404 BW) op verschillende vlakken aanleiding geeft tot onduidelijkheid en problemen. Niet alle 403-problemen worden veroorzaakt door de hoofdelijke aansprakelijkheid die voortvloeit uit een 403-verklaring. De hoofdelijke aansprakelijkheid is wel de oorzaak van de voornaamste 403-problemen.
Deel B: hoofdelijke aansprakelijkheid en alternatieven
In dit onderdeel zal dieper worden ingegaan op (de implementatie van) de rechtsfiguur hoofdelijkheid in de groepsvrijstellingsregeling. Verschillende alternatieven, die een oplossing zouden kunnen bieden voor de problemen die door de hoofdelijke aansprakelijkheid worden veroorzaakt, passeren de revue.
Onderzocht wordt waarom hoofdelijkheid is opgenomen in de groepsvrijstellingsregeling. Bekeken wordt hoe hoofdelijke aansprakelijkheid in de groepsvrijstellingsregeling terecht is gekomen. In dat kader is de historische achtergrond van de vrijstellingsregeling en hoofdelijkheid bestudeerd. Ook wordt een vergelijking gemaakt met de Europese regelgeving en groepsvrijstellingsregelingen in andere landen. Uit deze vergelijking blijkt dat in geen van deze regelingen hoofdelijke aansprakelijkheid is opgenomen.
Binnen de kaders van het Nederlandse vermogensrecht is onderzocht of hoofdelijkheid past bij het doel en de strekking van de groepsvrijstelling en of de toepassing van hoofdelijkheid binnen de groepsvrijstellingsregeling juridisch en dogmatisch gezien de juiste keuze is.
Uit een nadere bestudering van de rechtsfiguren hoofdelijkheid en borgtocht blijkt dat deze rechtsfiguren een met elkaar verknochte geschiedenis hebben. Wie de geschiedenis van hoofdelijkheid bestudeert, kan niet om borgtocht heen. En vice versa geldt hetzelfde. Borgtocht dringt zich al snel op als alternatief voor situaties waarin hoofdelijkheid eigenlijk niet de beste optie blijkt te zijn.
Het einde van het onderzoek naderend, wordt in hoofdstuk 9 regelmatig teruggegrepen naar eerdere onderdelen. Tegen de achtergrond van de eerdere bevindingen zullen diverse alternatieven voor hoofdelijke aansprakelijkheid tegen het licht worden gehouden. Diverse punten die daarbij aan bod komen, zullen nog nader worden uitgediept om vast te kunnen stellen welk alternatief als een geschikt alternatief zou kunnen dienen.
Dit boek wordt afgesloten met de conclusie dat de huidige groepsvrijstellingsregeling op verschillende vlakken onduidelijkheid en problemen oplevert. Een groot deel van de problemen wordt veroorzaakt omdat de aansprakelijkheid die voortvloeit uit een 403-verklaring wordt gekwalificeerd als hoofdelijke aansprakelijkheid. De conclusie is dat de meest geschikte en de meest voor de hand liggende oplossing is om de aansprakelijkheid die voortvloeit uit een 403-verklaring te kwalificeren als borgtocht.