Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/2.3.3:2.3.3 De vertrouwensleer
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/2.3.3
2.3.3 De vertrouwensleer
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS592062:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dan de vertrouwensleer. Deze leert dat niet iedere verklaring bindt, maar "alleen die, welke bij de wederpartij, in verband met de eisen van het maatschappelijk verkeer, het vertrouwen mocht wekken dat zij ook werkelijk is gewild."1 In deze leer speelt de wil nog steeds een grote rol en wel in tweeërlei opzicht: het vertrouwen zelf moet gericht zijn op de wil van de betrokkene en van bescherming van vertrouwen kan geen sprake zijn, indien het voor de ontvanger van de verklaring duidelijk was of moest zijn dat deze verklaring niet op een daarmee corresponderende wil was gebaseerd.2 Van deze op de (fictieve)3 wil van de betrokkene gerichte vertrouwensleer moet worden onderscheiden de variant van de vertrouwensleer, waarin het vertrouwen niet gericht is op de wil van de betrokkene, maar zich erop richt dat de zich verklarende in deze of gene zin zal handelen. Van Schilfgaarde heeft er terecht op gewezen dat slechts een aldus opgevatte vertrouwensleer werkelijk zelfstandige betekenis heeft naast de wilsleer, nu deze leer zich voor de oriëntatie op gebondenheid, anders dan de hiervoor behandelde vertrouwensleer, wèl van de wil losmaakt.4