Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§3.9.:§3.9. Informatie voor derden
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§3.9.
§3.9. Informatie voor derden
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Oud-III (1963), p. 45 e.v.
Raad voor de financiële verhoudingen (2002).
Zie voor meer informatie hierover: Bouman/Gerards (2003), p. 30 of www.cbs.nl/kredo.
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 februari 2003, F02003/U53097 houdende bepalingen met betrekking tot informatie voor derden (Regeling informatie voor derden), Stut. 21 februari 2003, nr. 37, p. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd is in de jaren '20 van de vorige eeuw getracht de voorschriften voor de inrichting van de begroting voor alle gemeenten te uniformeren. De behoefte hieraan ontstond vooral uit een oogpunt van toezicht en statistiek.1 Vanwege dat laatste heeft het CBS in deze jaren dan ook een sturende rol gespeeld. Nu het uniforme karakter van begroting en rekening wordt verlaten, zijn we vanuit een statistisch oogpunt in zekere zin terug bij af. Om hieraan tegemoet te komen, voert art. 186 lid 2 onder b Gemeentewet de door het college van burgemeester en wethouders "aan derden te verstrekken informatie" op. In Hoofdstuk VII BBV (de artikelen 71 tot en met 74) worden nadere regels gesteld met betrekking tot wat in dit hoofdstuk 'informatie voor derden' genoemd wordt.
In het BBV worden de toezichthouders (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties respectievelijk gedeputeerde staten) en het CBS als derden genoemd. Volgens de Raad voor de fmanciële verhoudingen zijn ook andere derden van belang. Zo is het Rijk gebaat bij uniform ingerichte fmanciële gegevens voor de verdeling van het Gemeentefonds. Daarnaast verplicht de Europese Unie Nederland tot overlegging van statistische informatie ten aanzien van de financiële kwartaal- en jaargegevens 2Deze gegevens ten behoeve van de Europese Unie worden verwerkt door het CBS, dat hiervoor het bureau KREDO (Kwaliteitsslag Rapportage EU Decentrale Overheden) in het leven geroepen heeft.3 Als laatste categorie derden noemt de Rfv andere gemeenten. Een uniforme presentatie van de financiële gegevens biedt de mogelijkheid tot intergemeentelijke vergelijking (benchmarking)
De informatie voor derden wordt gegenereerd uit de uitvoeringsinformatie. Dit wil zeggen dat de informatie voor derden ten tijde van de behandeling van de begroting wordt afgeleid uit de productenraming en ten tijde van de behandeling van de jaarstukken uit de productenrealisatie. Voor de inrichting van deze documenten wordt de vertrouwde functionele inrichting weer van stal gehaald. De precieze uitwerking van deze indeling wordt in de artt. 71 lid 2 en 72 lid 2 BBV gedelegeerd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze heeft zich in 2003 van zijn taak gekweten: in dat jaar is de Regeling informatie voor derden (ook wel Iv3) in werking getreden.4 Deze regeling bevat tevens bepalingen met betrekking tot de inrichting van de kwartaalgegevens die door gemeenten op basis van art. 74 BBV voor derden moeten worden aangemaakt.
De Rfv uit in het genoemde advies overigens de nodige bedenkingen met betrekking tot de mate van detail van de gegevens voor derden. Zo stelt hij dat het voor de toezichthouders niet nodig is om over uniforme (en dus vergelijkbare) gegevens te beschikken, voorts dat een dergelijke mate van detail voor de verdeling van het Gemeentefonds niet nodig is en dat het belang van de mogelijkheid van benchmarking niet opweegt tegen de moeite van het in elke gemeente verzamelen van deze gedetailleerde gegevens. De Rfv legt zich uiteindelijk wel neer bij de verplichtingen die Hoofdstuk VII BBV en de Iv3 gemeenten oplegt, aangezien hij de verplichting tot het leveren van fmanciële gegevens ten behoeve van de Europese Unie als een gegeven beschouwt. Hij acht de functionele indeling uit praktisch oogpunt acceptabel, omdat gemeenten deze indeling gewend zijn.