Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.3.1.1:3.3.1.1 (Nieuw) vierde lid
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.3.1.1
3.3.1.1 (Nieuw) vierde lid
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616171:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het inschrijven van een (bestaand) netwerk is overigens niet helemaal nieuw. Voor telecomnetwerken was het al enige tijd mogelijk om die door middel van een registerverklaring in te schrijven, analoog aan artikel 36, tweede lid Kadasterwet.
Louwman 2003b p. 720 e.v. en Terzake 2003 en 2004.
ION, VECAI, EnergieNed en Groep Graafrechten, Positron paper 'Gevolgen (on)roerend karakter netten', 4 november 2005.
Kamerstukken II 2005/06, 29 834, nr. 12, p. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door toevoeging van een vierde lid aan artikel 36 Kadasterwet is artikel 26, eerste lid Kadasterwet van toepassing verklaard op de inschrijving van de aanleg en verwijdering van een net. Wijziging van genoemd artikel betekent dat voor aanleg en verwijdering van een net een notariële verklaring (een 'registerverklaring voor de eerste registratie') kan worden ingeschreven,1 inhoudende de verklaring van de aanlegger dat de rechtshandeling (aanleg/verwijdering) is verricht en wat zij inhoudt, met daaraan gehecht de stukken waar uit die rechtshandeling blijkt of authentieke afschriften van die verklaring van de notaris en van die stukken. Bij inschrijving van een dergelijke verklaring moesten, in beginsel, alle kadastrale aanduidingen vermeld worden van alle percelen waarin het netwerk is neergelegd. In de praktijk bleek al snel dat bij registratie van (de aanleg van) een net het opsommen van soms wel duizenden kadastrale percelen waarin het net gelegen is, een lastige zaak is. In samenspraak met diverse partijen werd een alternatief bedacht bestaande uit de inschrijving van een digitale netwerktekening.2 De netwerktekening wordt als bijlage bij de akte ingeschreven met als gevolg dat deze tekening toont welke kadastrale percelen door het net worden doorsneden (zie verder hoofdstuk 7). Tijdens de parlementaire behandeling is door diverse partijen uit de kabel- en leidingsector een position paper3 ingediend waarin onder meer geageerd werd tegen de voorgestelde kadastrale registratie van de aanleg van netten. Volgens de opstellers van de paper zou dit leiden tot een onredelijke toename van de administratieve lasten, terwijl voor de realisatie van de beoogde doelstelling — kenbaarheid van de rechtstoestand van netwerken — een beter alternatief voor handen is, te weten de Wion. In de nota naar aanleiding van het nader verslag reageerde de minister op deze paper door te stellen dat met het Kadaster overleg is gevoerd om de registratiekosten tot een minimum te beperken. Voorts achtte de minister het voorstel van de betreffende partijen ten aanzien van het toekomstige registratiesysteem in het kader van de Wion niet afdoende omdat de regeling geen centrale registratie inhoudt van liggingsgegevens die als bewijs voor eigendom kan gelden. De grondroerdersregistratie omvat ook niet andere gegevens die voor de kenbaarheid van de eigendom en beperkingen daarop van belang zijn, die in de openbare registers zijn neergelegd en waarvan de aanwezigheid blijkt uit de openbare registratie.4