Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/7.9.1
7.9.1 Inleiding
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655924:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de analyst-added premium in de Amerikaanse literatuur Fisher 1997, p. 35-64; Langevoort 2002, p. 178-181. Zie over de koersinvloed van analistenvoorspellingen ook de Amerikaanse uitspraak La Grasta v. First Union Securities, Inc., 358 F.3d 840, 842 (11th Cir. 2004).
Dat analistenvoorspellingen aandelenkoersen kunnen beïnvloeden is in de financieel-economische literatuur uitvoerig empirisch onderbouwd. Zie onder meer Brav & Lehavy 2003; Busse & Green 2002.
Zie Fisher 1997, p. 38-41.
Zie over de vraag of de vennootschap verplicht is te reageren op onjuiste en/of onvolledige mededelingen afkomstig van derden of op onjuiste geruchten als gevolg waarvan een misleidend beeld van de (financiële toestand van de) vennootschap wordt gecreëerd in de literatuur onder meer Stevens 2018, p. 299-301 en Hoff 2011, p. 416-423. En zie hoe in het Amerikaanse recht over deze kwestie wordt gedacht mijn analyse in § 3.5.7.4.
Zie over dit probleem ook Fisher 1997, p. 51-63. Zie over Fisher echter kritisch Langevoort 2002, p. 178-181.
Tot besluit van dit hoofdstuk wil ik nog wijzen op een in de praktijk nogal eens voorkomend verschijnsel dat (in de Amerikaanse literatuur) bekend staat als het zogenoemde ‘analyst-added premium’-effect.1 Dit verschijnsel vertoont enige overeenkomst met het (in § 7.8 besproken) fenomeen van de zeepbel, en kan – wanneer het geheel of gedeeltelijk samenvalt met een periode van misleidende berichtgeving – bij de schadevaststelling en schadetoerekening tot vergelijkbare problemen leiden.2 Het analyst-added premium-effect houdt in dat (mede) als gevolg van een te rooskleurige analistenvoorspelling (of een te optimistisch getoonzet analistenrapport) een overwaardering in de koers is ontstaan. Het bedrag waarmee het aandeel is overgewaardeerd, noemt men de ‘analyst added premium’.3 Zolang de vennootschap de voorspelling niet ‘adopteert’ of zich daarmee anderszins vereenzelvigt en zolang zij zich ook niet op andere wijze schuldig maakt aan misleidende berichtgeving, is wat het analyst-added premium-effect betreft voor haar in beginsel geen vuiltje aan de lucht. In beginsel is de vennootschap immers niet verantwoordelijk voor mededelingen afkomstig van derden, en in beginsel is zij niet verplicht daarop te reageren en/of –bij onjuistheid en/of onvolledigheid – deze te corrigeren.4 Zij kan dus in beginsel ook niet voor (de koersschade veroorzaakt door) dergelijke mededelingen met succes aansprakelijk worden gesteld. Dit laatste kan eventueel anders zijn, wanneer de periode waarin het aandeel vanwege een te optimistische analistenvoorspelling is overgewaardeerd, geheel of gedeeltelijk samenvalt met een periode waarin de vennootschap het beleggende publiek misleidt. In dat geval kan zich namelijk de situatie voordoen dat de misleiding met de analyst-added premium gaat interfereren, waardoor de vennootschap zich de te rooskleurige voorspelling wellicht toch moet gaan aantrekken. Met ‘interfereren’ bedoel ik hier dat (het onderwerp van) de misleidende informatie zodanig met (het onderwerp van) de voorspelling samenhangt, dat zij het ontstaan, de omvang en/of de duur van het premium-effect kan beïnvloeden. Kan in het processuele debat worden vastgesteld dat van een dergelijke interferentie inderdaad sprake was, dan moet daar bij de schadevaststelling en schadetoerekening rekening mee worden gehouden.5